Grisjoek met open vizier aan kop

Wie stiekem had gehoopt dat de afzegging van Garry Kasparov misschien wel tot een open en onbevangen gevecht om de hoofdprijs van het Corus-toernooi zou leiden, weet inmiddels wel beter. De meeste kanshebbers wegen en wikken als boekhouders, breien met een remise hier en een remise daar aan hun puntentotaal, en spelen alleen openlijk op winst als de risico's niet overdreven groot zijn.

De prettige uitzondering op dit berekenende `kousenvoetenschaak' is de 18-jarige Russische belofte Alexander Grisjoek, die elke dag weer opgewekt en gretig aan het bord plaatsneemt, verlangend naar een strijd met open vizier. Aan remises is de jongste deelnemer nog nauwelijks toegekomen. Twee keer verloor hij in zijn enthousiasme, maar met vijf overwinningen is hij de productiefste deelnemer in Wijk aan Zee.

Zijn vijfde winst behaalde de Moskoviet in de negende ronde tegen Alexander Morozevitsj en daarmee rukte hij op naar de gedeelde eerste plaats. Grisjoek genoot, maar leek zich nauwelijks druk te maken over de vraag of hij een belangrijke stap had gezet in de richting van een internationaal aansprekende toernooioverwinning. Voorlopig telde hij liever eerst zijn zegeningen: ,,Ik kan nu mijn laatste vier partijen allemaal verliezen zonder dat me dat ratingpunten zal kosten.'' Net zo laconiek reageerde hij op de opening waarmee zijn tegenstander geprobeerd had hem uit zijn evenwicht te brengen: ,,Ik wist dat hij me wilde verrassen, dus een echte verrassing kon het niet zijn.''

Morozevitsj koos voor een opstelling die hij niet eerder speelde, de Berlijnse Muur, het granieten verdedigingswapen van Kramnik waarop Kasparov in hun WK-match zijn tanden had stuk gebeten. Bij die ene verrassing bleef het niet. Vlak nadat Grisjoek halverwege de partij voor zichzelf tot de slotsom was gekomen dat zijn ruimtelijk overwicht en zijn dominerende stukken hem een strategisch gewonnen stelling hadden bezorgd, begroef Morozevitsj een van zijn paarden nog dieper in de zwarte linies en stelde onbewogen remise voor. Grisjoek dacht dat het een grapje was en vroeg na afloop voor alle zekerheid nog even of hij het goed had begrepen, maar inderdaad: Morozevitsj geloofde nog steeds dat de stelling in evenwicht was. Ongetwijfeld dacht hij dat niet helemaal voor niets, maar in het vervolg slaagde hij er niet in om zijn mening hard te maken. De witte stukken oefenden een verstikkende druk uit en vlak voordat zijn stelling instortte ging Morozevitsj op de veertigste zet door zijn vlag. Aangeslagen vluchtte hij weg uit De Moriaan terwijl Grisjoek luchtigjes wat vragen beantwoordde. Zeker, hij vond het leuk om weer eens in Nederland te zijn, want als jongetje van acht was hij tenslotte een keer in Leiden geweest, waar zijn grootouders toen werkten. En wat de rest van het toernooi betrof: ach ja, elke volgende partij was er weer een.

Grisjoek kwam op gelijke hoogte met Evgeni Barejev, die na een korte theoretische discussie het punt deelde met Boris Gelfand. Met zijn gebruikelijke zelfverloochening probeerde Barejev de indruk te wekken dat de zetten waarmee hij als zwart in een gecompliceerd openingssysteem gelijkspel had afgedwongen eigenlijk weinig voorstelden: ,,Het kwam erop neer dat we allebei hetzelfde hadden voorbereid en tot dezelfde conclusie waren gekomen. Wit staat een tikje beter, maar het is niet genoeg.'' Gelfand had daarentegen lof voor de koploper. ,,Ik had een nieuwtje voorbereid, maar ook daar had hij beter naar gekeken. Volgens mij had hij het thuis al helemaal uitgeanalyseerd.''

Het Nederlandse trio beleefde een ronde met minimaal rendement. Jan Timman en Jeroen Piket speelden met zwart remise tegen respectievelijk Aleksei Drejev en Michael Adams. Niet iets om je voor te schamen, maar gezien het gemak waarmee ze allebei al snel het initiatief naar zich toetrokken, leek het of er meer in had gezeten. Timman toonde verfijnd inzicht in een populaire variant van het Slavisch. Rechtlijnig manoeuvrerend nam hij het heft in handen en bereikte via een tactische afwikkeling een dame-eindspel met een pion meer. Dat bleek helaas niet te winnen, omdat zijn koning te kwetsbaar stond.

Het echt slechte nieuws kwam van Loek van Wely. Zijn poging om ten koste van Rustam Kasimdzhanov zijn eerste overwinning binnen te halen, leverde hem zijn zesde nul op. Van Wely koos voor een wilde variant waarmee Adams vorig jaar in de laatste ronde Kasparov op remise hield. Lastige materie, die in zijn huidige vorm te hoog gegrepen was.