Gezinsvorming

Het migratiepatroon is al decennialang bekend uit ontwikkelingslanden. Een man of een vrouw trekt van het platteland naar de stad in de hoop daar een beter bestaan op te bouwen. Nadat werk en een onderkomen zijn gevonden, volgt de rest van de familie. Deze gefaseerde migratie doet zich ook voor bij mensen die uit arme naar rijke landen komen, ongeacht of dit arbeidsmigranten zijn, economische vluchtelingen of asielzoekers. Eenmaal gevestigd hebben ze recht op gezinshereniging of gezinsvorming en kunnen ze hun familie, kinderen, ouders, bruid of bruidegom uit hun land van herkomst laten overkomen. Het recht op een gezinsleven is vastgelegd in artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en het wordt geacht gunstig te zijn voor het welzijn van de migrant.

Gezinshereniging en gezinsvorming zijn de belangrijkste toelatingsgrond voor vreemdelingen in Nederland. Hoewel Nederland een restrictief beleid zegt na te streven, bestaat bijna de helft (45 procent) van de jaarlijks instroom van 40.000 nieuwe toegelatenen uit gevallen van gezinshereniging of gezinsvorming. Aan deze migrerende gezinsleden worden geen eisen gesteld, omdat daarmee het recht op gezinsleven en de vrijheid van partnerkeuze aangetast zouden worden.

Met de terugkerende golven van ophef die er over de toestroom van asielzoekers is, is de beperkte aandacht voor de omvang van de gezinsmigratie opmerkelijk. Daar komt schoorvoetend verandering in, blijkt uit de nota Integratie in perspectief, opgesteld door minister Van Boxtel (Grotestedenbeleid, D66), waarmee het kabinet vorige week heeft ingestemd. Zeventig tot tachtig procent van de Turken en Marokkanen in Nederland laten hun huwelijkspartners zowel vrouwen als mannen uit hun land van herkomst overkomen, ook als het gaat om de gezinsvorming voor de tweede en zelfs de derde generatie immigranten. Met zo'n permanente stroom nieuwkomers schiet het met de inburgering natuurlijk nooit op. Het leidt hier tot een accumulatie van maatschappelijke problemen, terwijl in Turkije en Marokko hele dorpen zijn ontvolkt doordat de huwbare mannen en vrouwen naar Nederland zijn gehaald. Veel van deze huwelijken (veertig procent) eindigen binnen twee jaar in echtscheidingen.

Binnenkort komt de Europese Commissie met een voorstel voor een Europese richtlijn (wet) inzake gezinshereniging. Vooruitlopend hierop stelt Van Boxtel voor dat de in Nederland verblijvende migranten gaan meebetalen aan de inburgeringscursus van de partners of familieleden die ze naar Nederland halen. Het zou gaan om een bedrag van 6.300 euro per persoon. Bovenop de al bestaande eis van verplichting tot onderhoud eist de Nederlandse staat als het ware een bruidsschat ter ontmoediging van migratiehuwelijken.

Een dergelijke financiële drempel zal de instroom beperken, maar niet stoppen. Het is bekend dat mensen bereid zijn een veelvoud van dit bedrag te betalen om zich door mensensmokkelaars naar West-Europa te laten brengen. Het vraagstuk van de gezinshereniging vergt dan ook meer maatregelen. Bijvoorbeeld de verplichting dat het volgen van die inburgeringscursus ook werkelijk tot iets leidt, anders kunnen mensen de gezinsmigratie naar Nederland eenvoudigweg `kopen'. Een voorstel, vorig jaar gedaan door de Wetenschappelijke Raad voor het Regergingsbeleid, om gezinshereniging niet toe te staan voor mensen met een tijdelijke verblijfsvergunning, is door staatssecreataris Kalsbeek (Justitie, PvdA) van de agenda gehaald. Dat is jammer, want de tijdelijkheid van het verblijf wordt door het recht op gezinshereniging ondergraven. Bovendien wijkt Nederland hiermee af van de regelgeving elders in de EU.

De overheid moet zich nooit direct met de partnerkeuze van de burgers bemoeien en wettelijke regels voor buitenlandse huwelijkspartners gelden zonder discriminatie voor alle burgers. Maar een beleid dat zich richt op inburgering mag wel degelijk in Nederland woonachtige immigranten aanmoedigen om bruidsmigratie te beperken en huwelijkspartners binnen de eigen Nederlandse gemeenschap te zoeken. Van Boxtel, die zich vier jaar lang ontpopt heeft als een minister van zwakke nota`s, kan beginnen dit met kracht uit te dragen bij de geestelijke en maatschappelijke leiders van de migrantengemeenschappen. Inburgering in Nederland betekent ook dat huwelijkspartners niet voor iedere nieuwe generatie uit het land van herkomst worden gehaald.