Genocideproces voor Joegoslavië-tribunaal

De hoofdverdachten van het Joegoslavië-tribunaal, Karadzic en Mladic, zijn nog vrij. Vandaag begint het proces tegen twee van hun vrienden.

Twee procent, dat is de limiet, vond Radoslav Brdjanin. In een Servische staat mogen maximaal twee procent niet-Serviërs wonen. De rest, vond de toenmalige vice-premier van de Servische Republie in Bosnië, moet óf worden gedeporteerd en óf worden gedood. Brdjanin en de Bosnisch-Servische generaal Momir Talic zijn volgens het Joegoslavië-tribunaal twee belangrijke architecten van de etnische zuivering tijdens de oorlog in Bosnië (1992-1995). Vandaag begint in Den Haag voor het VN-tribunaal hun proces, waarin de twee mannen onder meer genocide ten laste wordt gelegd.

Brdjanin, civiel ingenieur, was minister van Urbanisatie in het kabinet van zijn vriend Radovan Karadzic, de leider van de Bosnische Serviërs. Volgens de aanklacht speelde de nu 53-jarige Brdjanin een ,,leidende rol'' bij de etnische zuiveringen. Tussen april en december 1992 zou hij als voorzitter van de zogeheten crisisstaf betrokken zijn geweest bij de planning en uitvoering van ,,gewelddadige aanvallen op Kroatische en moslimdorpen'' en deelgenomen hebben aan ,,gewelddadige verwijdering en fysieke mishandeling van en moord op de niet-Servische bevolking''.

Ook de nu 59-jarige generaal Talic was lid van de crisisstaf. Aan het begin van de oorlog in Bosnië werd hij commandant van het nieuw geformeerde Eerste Krajina Korps, het grootste leger van de Servische Republiek, verantwoordelijk voor het gebied van Prijedor in het noordwesten tot Brcko in het noordoosten. Als commandant leidde de vriend en vertrouweling van legerleider Ratko Mladic in de zomer van 1992 één van de belangrijkste operaties van het leger van de Bosnische Serviërs: de verovering van de corridor van Banja Luka naar Bijeljina (op de grens van Servië). Die corridor verbond de Servische gebieden in het noordwesten van Bosnië met die in het oosten en met Servië zelf. Na de verovering begonnen de Serviërs met de verdrijving van honderdduizenden moslims en Kroaten en de bouw van kampen rond Prijedor waar duizenden moslims en Kroaten zijn mishandeld, gemarteld en vermoord.

Volgens de geamendeerde aanklacht, die in december vorig jaar werd vrijgegeven, had de crisisstaf al in 1991 plannen voor de etnische zuivering. Talic werd in de zomer van 1999 in Wenen gearresteerd toen hij een conferentie van de OVSE bezocht. Brdjanin was ruim een maand eerder door Britse troepen aangehouden vlakbij zijn huis in Banja Luka. Beiden stonden op de `geheime lijst' van het tribunaal. Bij hun eerste optreden voor het tribunaal, drie jaar geleden, zeiden de twee onschuldig te zijn aan de aanklachten van schendingen van het oorlogsrecht, misdaden tegen de menselijkheid en genocide.

Op dit moment wordt actief jacht gemaakt op de twee belangrijkste verdachten van het Joegoslavië-tribunaal die nog vrij zijn, Karadzic en Mladic, indertijd de directe superieuren van respectievelijk Brdjanin en Talic. Deze rechtszaak is volgens een medewerker van het tribunaal ,,van zeer groot belang'' voor de eventuele rechtszaak tegen de hoofdverdachten: ,,Hierna wordt de zaak Karaď­zic en Mladic een hamerstuk.''