Franse medische wereld voelt zich miskend

Driekwart van het personeel in de Franse gezondheidszorg staakt vandaag. Ze eisen meer dan alleen maar extra geld.

Het verhaal achter de `journée sans toubibs', de dag zonder artsen, die vandaag een groot deel van de Franse gezondheidszorg lamlegt, is er één van gebrek aan geld en van achterstallig onderhoud. Het is daarmee niet alleen een materieel, maar ook een psychologisch probleem dat de beste gezondheidszorg ter wereld parten speelt.

Want dat een verpleegster in 1982 vijf francs (65 eurocent) ontving voor het voorrijden bij een patiënt, een bedrag dat sindsdien is opgelopen tot negen francs (1 euro 30), getuigt volgens de beroepsgroep van `minachting'. Een loodgieter, voorbeeld van alle geledingen in de zorg, strijkt een veelvoud van dat bedrag op.

In het dagblad Le Figaro van vandaag rekent een freelance wijkverpleegster voor dat een werkweek van zeven dagen beschikbaarheid, met dagen die kunnen uitlopen tot elf uur 's avonds, haar een nettojaarinkomen van krap 23.000 euro oplevert. Dit terwijl ze – ze biecht het eerlijk op – het vaak op een akkoordje gooit met de huisarts die op papier duurdere handelingen voorschrijft dan ze verricht.

Huisartsen krijgen in principe 18 euro voor een consult, specialisten 31 euro. Maar mijn eigen huisarts berekent altijd 27 euro en de specialist 45 euro. Dat is het verschil tussen particuliere en louter `sécurité sociale'-patiënten, dat overigens al aanleiding geeft tot bezorgdheid over een gezondheidszorg `met twee snelheden'. Een administratief medewerker houden de meeste huisartsen en specialisten er niet op na. Ze incasseren zelf hun honorarium, ter afsluiting van het consult. Soms moet er eerst in een belendend café gewisseld worden, omdat de arts geen wisselgeld in kas heeft.

Heeft Frankrijk dan te weinig geld over voor de gezondheidszorg? Nee, de Franse zorg, waar veel landen jaloers naar kijken, is behalve voorbeeldig ook peperduur. Het gemengde systeem van particuliere zorg, die via de sécurité sociale voor 65 procent betaald wordt door de overheid, kost dit jaar 112,8 miljard euro. 22 miljard meer dan zes jaar geleden. Over 2001 had het parlement een verhoging van de begroting van 3,5 procent goedgekeurd, de weerbarstige werkelijkheid maakte er eigenhandig 5,6 procent van. Daarmee kost de Franse gezondheidszorg ruim een derde meer dan het Nederlandse systeem, maar daar staat tegenover dat er geen wachtlijsten bestaan. De eerste Britten – Fransen praten erover met een mengeling van zorg, trots en leedvermaak – zijn deze week gesignaleerd in Normandische ziekenhuizen, wegens de wachtlijsten thuis.

De onrust in medische en paramedische kringen is al maanden aan de gang. De staking van vandaag, met naar schatting een deelname van driekwart van het medisch personeel, is een hoogtepunt `zonder weerga', zoals de rechtsere onder de media niet nalaten te benadrukken. Alleen al daaruit blijkt, dat behalve achterstallig onderhoud óók de naderende verkiezingen een rol spelen. Het is een traditioneel ritueel.

De verantwoordelijke minister, Elisabeth Guigou, die als verlicht socialiste à la façon française voorzichtig laat doorschemeren dat de staat niet alles kan oplossen, houdt zich schuil achter de Caisse Nationale d'assurance-maladie (CNAM), waaraan het beheer van de gezondheidszorg gedelegeerd is. Maar niet alleen is de CNAM uitgehold doordat de belangrijkste werkgeversorganisatie (Medef) er onlangs is uitgestapt, ook het voortdurende tekort aan geld en middelen is een voortdurend politiek probleem. En Guigou heeft de fout begaan zich laatdunkend uit te laten over de gestelde eisen, waardoor wijkverpleegsters nu verzekeren dat ze ,,heus niet alleen de hond van hun patiënten te eten geven''.

Een bijkomend probleem is het troetelkind van de regering-Jospin, de verplichte 35-urige werkweek, ter bestrijding van de werkloosheid. De arbeidstijdverkorting heeft tot gevolg dat het toch al schaarse medische personeel minder moet gaan werken. Ter compensatie heeft de regering 45.000 extra banen in het vooruitzicht gesteld – vacatures die onmogelijk vervuld kunnen worden.