Duits tekort, Europees probleem

Duitsland ontliep gisteren in Brussel een Europese berisping over zijn oplopende begrotingstekort. Dat maakt de potentiële schade voor de andere eurolanden er niet minder om.

Een berisping voor Duitsland was het gisteren nog niet, maar de Europese ministers van Financiën kwamen er wel dicht bij. Volgende maand zal de Duitse regering moeten laten zien hoe zij het door de Europese Commissie verwachte begrotingstekort van 2,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) denkt binnen de perken te houden. Het tekort nadert het maximum van 3 procent dat is vastgelegd in het zogenoemde Stabiliteitspact. Dit pact, gesloten in het kader van de invoering van de euro, bevat een boeteclausule voor euro-landen die de tekortnorm overschrijden. De maximale boete, bij een hardnekkig tekort van 6 procent of meer, is in theorie 0,5 procent van het bbp – in het hypothetische geval van Nederland ruim 2 miljard euro.

De ironie wil dat juist Duitsland in 1997, toen nog bij monde van de CDU-minister Hans Eichel, aandrong op het Pact, omdat het de begrotingsdiscipline van de andere toekomstige eurolanden voor de zekerheid liever op papier zag vastgelegd. Ierland werd vorig jaar als eerste gekapitteld over zijn te expansieve begrotings- en economische beleid dat de oververhitting van de Ierse economie verder zou aanmoedigen. De Ierse verontwaardiging was groot – en ook wel enigzins begrijpelijk, omdat Ierland sinds jaar en dag een fors overschot op de begroting heeft.

Een jaar later lijkt Duitsland aan de beurt. Komt het zo ver? Dat hangt van twee kwesties af. De eerste is in hoeverre de Duitse regering kan laten zien dat het haar ernst is de begroting binnen de perken te houden. Eerstvolgende peildatum is 30 januari als de meest recente versie van de Duitse begroting 2002 het licht ziet.

Tweede factor is het aantal potentiële lotgenoten van Duitsland. Frankrijk stevent volgens de ramingen op de financiële markten af op een tekort van 2,6 procent, en dat is niet zoveel minder dan het verwachte Duitse tekort. Met twee landen, die samen ruim de helft uitmaken van de euro-economie, in die positie lijkt het nog niet erg aannemelijk dat er publieke oorvijgen worden uitgedeeld.

Nu zorgt de laagconjunctuur er voor dat overal in Euroland de begrotingen verslechteren. Voor sommige landen die hun begroting al in evenwicht of licht overschot hadden, zoals Nederland, betekent dit dat de `automatische stabilisatoren' in werking zijn getreden. Daarbij wordt het juist toegestaan het begrotingssaldo bij economische tegenwind terug te laten lopen – een mechanisme dat in het Stabiliteitspact is bestendigd. Landen die al een flink tekort hadden, mogen dat eigenlijk niet omdat zij eerst een begrotingsevenwicht hadden moeten bereiken. Maar het is onvermijdelijk dat ook voor hen een verslechtering optreedt. En door Brussel wordt toegestaan, mits het plafond van 3 procent tekort niet te dicht wordt genaderd.

Politiek is er van de begrotingsverslechtering vooralsnog geen vuurwerk te verwachten. Maar op de kapitaalmarkt heeft hij wél gevolgen. Alleerst wordt het aanbod van euro-staatsobligaties groter, omdat er een groter begrotingstekort gefinancierd moet worden. De zakenbank J.P. Morgan schat dat het aanbod van staatsobligaties met zo'n tien procent toeneemt, Rabo International komt op 12 procent. Dat grotere aanbod kan de prijs van obligaties drukken, en de effectieve rente dus verhogen. Dat hoeft, volgens Rabo-strateeg B. Walschots, niet rechtstreeks het geval te zijn. Maar er is nog een andere factor in het spel. De laatste week heeft zich op de obligatiemarkt de gedachte genesteld dat de Europese Centrale Bank zijn rente, nu 3,25 procent, misschien wel niet verder meer verlaagt. De zaak-Duitsland komt in dat geval niet erg gelegen. Afnemende Duitse begrotingsdiscipline, samen met een gebrek aan structurele hervormingen die bijdraagt aan de onderprestatie van de Duitse economie, kan volgens Walschots de markt er van overtuigen dat de ECB extra redenen heeft om de rente niet meer te verlagen.

De afnemende kans dat de ECB zijn rentes verlaagt geeft een opwaartse druk op de rentes op de obligatiemarkt. Zo bewijst de zaak-Duitsland de overige EMU-landen via een omweg geen dienst. Want als de rente op Duitse obligaties, de ijklat voor de rest van de eurolanden, stijgt dan gaan ook de rentes van de anderen mee omhoog. En wordt ook voor hen de tekortfinanciering duurder – hoe braaf zij ook geweest zijn met hun begrotingsbeleid.