De prachtige cavalerie

Een leerzaam boekje dat in de kast van geen enkele beroepsmilitair zou mogen ontbreken is The Social History of the Machine Gun van John Ellis (New York, 1975). Ellis was, toen hij het schreef, verbonden aan de faculteit voor militaire studies van de Universiteit van Manchester. Het door hem beschreven machinegeweer heeft drie eigenschappen: het is betrouwbaar, het kan in grote aantallen geproduceerd worden, en het is betrekkelijk licht en snel verplaatsbaar. Daardoor is dit het eerste moderne wapen voor massavernietiging. En het interessante is nu dat het de uitvinders en de wapenindustrie jaren èn de grootste moeite heeft gekost, het militaire establishment aan het verstand te brengen, welke resultaten met het machinegeweer konden worden behaald. De generaals gaven de voorkeur aan een eskadron dragonders, dat met de blanke sabel in de stormaanval op de vijand inhakte. Tot 1926 heeft veldmaarschalk Haig, die na de ervaringen aan de Somme in 1916 beter had moeten weten, gedacht dat vliegtuigen en tanks niet meer dan hulpgereedschap in de oorlog waren.

Sinds 1991, Desert Storm, ontwikkelt zich de volgende manier van oorlogvoering. De smart bombs, slimme bommen, van grote hoogte gelanceerd en bestuurd met nieuwe richtmiddelen, geven een grotere trefzekerheid bij minder risico voor de eigen strijdkrachten. Daarna kwam Kosovo. De landstrijdkrachten van de vijand werden verslagen, zonder dat op de grond aan eigen kant één man sneuvelde. Afghanistan heeft de verdere vervolmaking gebracht. Daarover zijn intussen zoveel publicaties verschenen dat ook de leek in het krijgsbedrijf zich er een beeld van kan vormen.

Dan blijkt dat, zoals tot op zekere hoogte iedere oorlog, de Afghaanse een experimentele onderneming is geweest. Het Pentagon had zich voorbereid op een veel omvangrijker landoorlog, waaraan ook grote Amerikaanse eenheden zouden deelnemen – zie het artikel van Thom Shanker in de International Herald Tribune van 22 januari. Intussen hadden élite-eenheden van de Special Forces het gevechtsterrein bereikt. ,,Weinig heeft het Pentagon en het militair commando meer verbaasd dan de snelheid waarmee het militair perspectief na aankomst van de Special Forces veranderde.'' De weerstand van de Talibaan stortte in, het vooruitzicht van een grote grondoorlog verdween. ,,Dat had niemand voorspeld'', aldus Shanker.

Bijgevolg wordt de strategie herzien. Een combinatie van Special Forces op de grond die daar verzet organiseren en doelen voor de luchtmacht aanwijzen, onbemande vliegtuigen, bommenwerpers die van grote hoogte geleide projectielen lanceren: dat is, met de eenvoud van de leek geschetst, het beeld van de nieuwe oorlog. Dat is een exclusief Amerikaanse onderneming, met vrijwel uitsluitend Amerikaanse middelen, personeel en know how uitgevoerd, volgens een strategie en met een doel waarvoor uiteindelijk de president in Washington de verantwoordelijkheid draagt.

Nu verplaatst het front zich naar de Tweede Kamer in Den Haag. Daar moet zeer binnenkort worden beslist over een gevechtsvliegtuig dat de F-16 zal vervangen. Er moet worden gekozen: tussen de Brits-Duits-Spaans-Italiaanse Typhoon, de Franse Rafale en de Amerikaanse Joint Strike Fighter. Daarover bestaat verschil van mening. Onze luchtmacht is om allerlei redenen voor de JSF. Andere instanties twijfelen of om te beginnen de 800 miljoen euro die Nederland zou moeten investeren als bijdrage tot de ontwikkelingskosten, wel goed besteed zijn. Het project ligt namelijk nog op de tekentafel. Als wij meedoen, kan onze industrie weer orders van miljoenen verwachten. Enzovoort. Een uitvoerig exposé van de dilemma's is geschetst door Joost Oranje en Steven Derix in deze krant van 19 januari.

Ongetwijfeld zal het een prachtig vliegtuig worden. Maar daar gaat het nu niet om. Nederland zal nooit meer op eigen houtje oorlog voeren. Dit complexe prachtstuk heeft in deze tijd twee nadelen. We weten niet hoe snel het zal verouderen, en evenmin in welke politieke context het louter bezit ervan een rol zal spelen. ,,Wat wordt de positie van de luchtmacht in de komende decennia?'', vragen de schrijvers van dit artikel zich af. ,,Is het niet logischer, je toe te leggen op bijvoorbeeld luchttransport, in plaats van een bijrol te willen spelen in een Amerikaanse operatie. Zullen bemande jagers trouwens niet steeds meer plaats gaan maken voor onbemande toestellen?'' Dat zijn de vragen die als gevolg van de ontwikkeling in de oorlogvoering, zoals die de afgelopen tien jaar is gegaan, steeds dringender worden gesteld.

Dan is er de kwestie van de bijrol. Na de Koude Oorlog, in de acht jaar van Clinton is het op een andere manier duidelijk geworden hoe sterk Europa militair van de Amerikanen afhankelijk is gebleven. Zelfs het militair gesproken relatief geringe probleem van Joegoslavië in beginsel een Europese zaak heeft Europa als gevolg van onderlinge verdeeldheid niet kunnen oplossen. Het nieuwe Amerikaanse bewind heeft aan onze verdeeldheid geen boodschap, zoals het in Afghanistan heeft laten zien, en nu misschien in de Filippijnen weer bewezen wordt. Washington doet het alleen, en wie wil mag meehelpen, onder de voorwaarden van Bush en de zijnen.

Europa is traag in het ontdekken van zijn eigen werkelijkheid. Maar misschien gebeurt het; misschien slaagt de EU er binnen afzienbare tijd in, een eigen buitenlandse politiek te ontwerpen. Dat is dan alleen mogelijk met machtsmiddelen die deze politiek ondersteunen. Ook al gegeven wat de Europese industrie op dit gebied te bieden heeft, zal men daarvoor niet in Amerika gaan winkelen. Met andere woorden: door nu voor het Amerikaanse vliegtuig te kiezen, vergroot Nederland op voorhand de kans, zich buiten een eventueel Europees verband te plaatsen.

Er zijn vier goede redenen voor de Tweede Kamer om nu geen beslissing over de nieuwe jager te nemen. De eerste is dat we ook zonder dit vervaarlijk gereedschap nuttig werk in een bondgenootschap kunnen doen. De tweede dat we ons in tijd van oorlog, in een onvoorspelbare context, tot een dependance van de Verenigde Staten maken, ongeacht het bewind dat daar zetelt; de derde dat we gezien de ontwikkeling van de wapentechniek ons de cavalerie van de vorige oorlog zouden kunnen aanschaffen; en de vierde dat het project straks ongeveer 20 procent meer zal hebben gekost dan we nu hebben berekend.