Waar een Willems, is een wet

En dan ook nog gepakt wegens wanbeleid.

Eerst die politiek brisante schikking met het Openbaar Ministerie over malversaties bij de aanleg van de Schipholtunnel. Toen de aantijging van betrokkenheid bij grootschalige bouwfraude en de dreigende parlementaire enquête naar de complete bouwwereld. Daarna de, rap ontkende, beschuldiging van fraude bij de aanleg van een busbaan tussen Haarlem en Schiphol.

En gisteren is de top van bouwer en baggeraar HBG door de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof veroordeeld wegens wanbeleid. HBG heeft zijn aandeelhouders vorig jaar op twee vergaderingen onvoldoende geconsulteerd voorafgaand aan de besluitvorming over de toekomst van de baggerdivisie.

HBG heeft deze divisie, de winstkurk waarop het concern drijft, gebundeld met die van concurrent Ballast Nedam. HBG legde, tot chagrijn van een deel van zijn beleggers, een bod van baggeraar Boskalis op de divisie naast zich neer. Boskalis was gaan bieden op de divisie omdat een complete overname van HBG, na een eerder mislukte fusie, juridisch geblokkeerd was.

Weinig actieve ondernemers bij beursgenoteerde bedrijven lopen met het brandmerk wanbeleid rond. De Ondernemingskamer, die gespecialiseerd is in conflicten tussen aandeelhouders en bedrijven, komt er meestal aan te pas als beleggers na een debâcle de schuldvraag stellen om schadeclaims in te stellen.

Voorzitter Willems van de Ondernemingskamer formuleert nu een brede norm voor de informatie van beleggers. Ofschoon het hof erkent dat er geen rechtsregels zijn die bedrijven tot consultatie van beleggers dwingen voorafgaand aan majeure beslissingen, vindt zij dat op basis van moderne normen van ondernemingsbestuur, in het algemeen, wel raadzaam. In de specifieke afweging bij HBG speelt een rol dat de concernresultaten belabberd zijn en een grote groep beleggers om de Boskalis-optie riep.

In feite doet de rechter met zijn brede norm een poging een oude wanverhouding recht te zetten. In het kader van medezeggenschap van werknemers moeten ondernemingsraden sinds 1971 wel worden geraadpleegd voor majeure wijzigingen in de onderneming, aandeelhouders niet.

HBG én de Vereniging van Effectenbezitters moeten in cassatie gaan bij de Hoge Raad om zekerheid te krijgen over deze nieuwe ruime HBG-norm. Maar HBG mag het daarbij niet laten. De verhoudingen met beleggers zijn verstoord. Wijzigingen in de raad van commissarissen op de eerstkomende aandeelhoudersvergadering kunnen helpen om de relaties te normaliseren.