Sluwe Timman blijft verbazen

Vraag een schaakliefhebber of hij zich de titel kan herinneren van een hoofdstuk uit het literaire oeuvre van Jan Timman en de kans is groot dat hij op de proppen komt met het klassieke Stroomopwaarts door een diep dal. Hoe kan het ook anders met een loopbaan waarin grote successen meer dan eens werden afgewisseld met diepe inzinkingen, die de Amsterdammer dan weer met een onwrikbaar geloof in eigen kunnen overwon?

In de achtste ronde van het Corus-toernooi liet Timman opnieuw een mooi staaltje van zijn veerkracht zien. Twee pijnlijke nederlagen in het weekend hadden hem flink teruggeworpen op de ranglijst en hoofdschuddend haalden de bezoekers van De Moriaan herinneringen op aan het toernooi van vorig jaar, toen hij na de eerste week volledig was ingestort. Maar zie, ongebroken speelde Timman in dertig zetten de oerdegelijke Boris Gelfand zoek en zorgde met zijn overwinning voor het enige lichtpuntje in een tamme ronde die verder alleen maar remises opleverde.

Timmans openingskeuze was een meesterzet. Wetend dat Gelfand altijd trouw de Najdorf-variant van het Siciliaans kiest, had hij samen met zijn secondant Eric Lobron een bekend stukoffer uitgezocht dat zonder veel risico aardige kansen bood. Timmans verklaring was simpel: ,,Als je matig in vorm bent, kun je maar het beste een stelling nastreven die concreet rekenwerk vereist. Objectief gezien staat het gelijk, maar als er iemand moet oppassen dan is het zwart.''

Dat oppassen ging Gelfand slecht af. Na de partij klaagde de Israëliër dat zijn hoofd het volledig had laten afweten. Hij herinnerde zich dat hij ooit tot de conclusie was gekomen dat het witte stukoffer niet echt gevaarlijk was, maar het hoe en waarom kon hij zich niet voor de geest halen. Onzeker zoekend maakte hij verschillende rekenfouten en binnen de kortste keren belandde hij in een verloren eindspel. Terwijl Gelfand tobde over zijn vergissingen, genoot Timman van zijn opsteker en permitteerde zich zelfs weer een beetje bravoure toen hij voor de zoveelste keer werd gecomplimenteerd met zijn uitgekiende voorbereiding. ,,Zeker'', antwoordde hij tevreden, ,,daar hebben we toch gauw een halfuurtje naar zitten kijken.''

De stand aan kop bleef ongewijzigd. Evgeni Barejev deed het rustig aan tegen zijn landgenoot Alexander Grisjoek en hield een half punt voorsprong op zijn vier achtervolgers. Zijn belangrijkste rivalen, Alexander Morozevitsj en Michael Adams, speelden een weinig opwindende schuifpartij. Morozevitsj laat in Wijk aan Zee twee gezichten zien. De ene dag zet hij met zijn onnavolgbare experimenten het bord in vuur en vlam, de andere dag priegelt hij met eindeloos geduld aan een klein voordeeltje. Opmerkelijk genoeg behaalt hij zijn overwinningen tot nu toe met dit van hem minder bekende kruip-door-sluip-door-schaak. Tegen Adams koos hij ook voor het detail, dit keer zonder succes. ,,Als ik al ergens voordeel heb gehad, dan was het zo microscopisch klein dat ik het in ieder geval niet heb gezien'', constateerde de Rus droogjes.

Jeroen Piket en Loek van Wely lieten ook een half punt bijschrijven. Piket probeerde van alles om Rustam Kasimdzhanov aan het wankelen te krijgen. Pas toen er alleen nog maar twee koningen en een pion op het bord stonden, legde hij zich neer bij de puntendeling. Zoveel inzet kon hekkensluiter Van Wely niet opbrengen. Van zijn stuk gebracht door een opening waar hij niet op had gerekend, stelde hij Joel Lautier al na elf zetten remise voor. ,,Zoals altijd wanneer het slecht gaat probeer ik mezelf hard aan te pakken, maar tegelijkertijd merk ik dat het me niet zo veel doet.''