Servië stopt met `politiek bankieren'

Servië heeft zijn vier grootste banken gesloten. De tijd van het `politiek bankieren', gebruikelijk in de tijd van Miloševic, is voorbij. Een aantal bedrijven raakte op prettige wijze van zijn schulden af.

De elektriciteitsmaatschappij van Servië kan opgelucht adem halen. Door de sluiting van de vier grootste banken in het land is de maatschappij in een klap een groot deel van haar schulden kwijt. Hoe groot was die schuld? Een frons trekt tussen de wenkbrauwen van manager Momcilo Cebalovic. ,,Dat weet ik niet precies. Maar groot was hij zeker.''

Jarenlang viel stroom in Servië in de categorie `zoethouden'. De prijs van elektriciteit was nagenoeg nihil. Zo probeerde de voormalige president van Joegoslavië, Slobodan Miloševic, het volk tevreden te houden. Dat morde immers onder de druk van oorlog en het internationale isolement. Ondanks de veel te lage prijs moest de stroom wel blijven stromen. ,,Geen stroom betekende geen verwarming en geen verwarming betekende stakingen'', redeneert Cebalovic. En stakingen kon Miloševic niet gebruiken. Dus gaven de banken, op last van Miloševic' socialistische partijbonzen, leningen aan de elektriciteitsmaatschappij. Er waren geen garanties – de banken wisten dat ze het geld niet terug zouden krijgen.

`Politiek bankieren' noemen de Serviërs dat. Ruim tien jaar waren de banken de flappentap van ambitieuze politici. De vele ongedekte leningen werden `gedekt' door steeds meer dinars te drukken. Vrachtwagens vol bankbiljetten reden door het land. Het leidde in 1993 tot een hyperinflatie van – uiteindelijk – 313 miljoen procent per maand.

Daarnaast werden de tegoeden van `eerlijke' klanten geplunderd. Als die hun geld kwamen halen, had de bank plotseling geen geld. Het overkwam de zestigduizend werknemers van de elektriciteitsmaatschappij die hun salaris verplicht op een rekening bij de Investbanka kregen uitbetaald, regelmatig. In Belgrado staan de enige banken ter wereld die je niet kunt beroven, grapten de inwoners van de Servische hoofdstad onder elkaar: ze hebben geen geld in de kas.

Nu heeft de Servische regering Beogradska Banka, Jugobanka, Investbanka en Beobanka gesloten. De vier banken hebben een gezamenlijke schuld van meer dan vier miljard euro en bedreigen volgens de regering het economische hervormingsplan. ,,Dit is het einde van politiek bankieren'', aldus Miroljub Labus daags na de sluiting.

De beslissing is genomen door de Joegoslavische vice-premier Labus, de Servische minister van Financiën, Bozidar Djelic, en de directeur van de Nationale Bank van Joegoslavië, Mladjan Dinkic. ,,Waren we nog een maand op de oude voet verdergegaan, dan hadden we geen salarissen en pensioenen meer kunnen betalen'', verklaarde minister Djelic. Het was kiezen of delen: of de banken gingen failliet of de schuldenaars, zoals de elektriciteitsmaatschappij, gingen ten onder. Het drietal koos ervoor om de banken te laten klappen. Dat gebeurde mede op aandringen van de Wereldbank, die de financiële hulp a 250 miljoen dollar voor dit jaar afhankelijk heeft gemaakt van een grondige reorganisatie van het bankwezen.

De elektriciteitsmaatschappij is nog niet helemaal uit de problemen. Want de binnenlandse leningen bleken in het verleden niet toereikend. En dus, zegt de manager, is de onderneming naar buitenlandse banken getogen voor leningen. Die eisten wel een garantie. Cebalovic: ,,De Servische banken gaven prompt de benodigde garanties.'' Niet dat die ergens op gebaseerd waren. ,,Maar dat donderde niet.'' Hoe groot is de buitenlandse schuld van het elektriciteitsbedrijf nu? Ook dat weet de manager niet. Maar ook hier geldt – groot is hij zeker. De elektricteitsmaatschappij heeft geen idee hoe ze haar buitenlandse leningen moet terugbetalen. Maar ze zit daar ook niet mee. ,,We zijn een staatsbedrijf. Laat de staat die schuld aflossen'', aldus Cebalovic.

Maar de staat zit zelf tot over zijn oren in de financiële problemen. Tien jaar van oorlog, corruptie en sancties hebben Servië uitgehold. Ook zonder de molensteen van de banken om haar nek heeft de regering de grootste moeite om salarissen en pensioenen uit te keren.

Met de 8.500 werknemers die door de sluiting van de banken op straat komen te staan, hebben weinigen medelijden. Volgens de meeste Serviërs hebben de bankwerkers zich onder Miloševic verrijkt. Directeur Dinkic van de Nationale Bank vatte het volksgevoel samen in een tv-interview: ,,Ze protesteren in bontjassen.''

Toch dreigde sociale onrust na de sluiting van de banken, begin deze maand. Sommige economen hebben becijferd dat tweederde van de Servische economie afhankelijk is van de vier staatsbanken. Andere economen wijzen dat van de hand. In elk geval richt de sociale onrust zich de laatste dagen niet meer op de banken of de overheid maar op de elektriciteitsmaatschappij. Die heeft namelijk besloten dat de mensen de èchte prijs voor stroom moeten betalen en heeft de tarieven drastisch verhoogd. Of, zoals manager Cebalovic het uitdrukt: ,,De tijd van gratis lunches is voorbij.'' Kwam de elektriciteitsrekening van een flat van 120 vierkante meter vorig jaar op gemiddeld tien euro per maand, in december kregen de bewoners plots een rekening voor 216 euro.

Inmiddels staan rijen woedende klanten tot ver buiten de kantoren van de elektriciteitsmaatschappij. Die mag met het failliet van de banken dan wel een groot deel van haar schuld kwijt zijn; ze is zeker nog niet uit de problemen. Cebalovic: ,,Als u wilt me excuseren, ik moet een aantal woedende journalisten te woord staan.''