Onafhankelijke notaris dreigt te verdwijnen

De wet verbiedt dat notarissen optreden als advocaat, maar in de praktijk van grote kantoren dreigen de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van notarissen te verdwijnen. Dat zou het einde betekenen van een eeuwenoud fundament onder de rechtszekerheid, vindt P. Gerver.

Vier jaar geleden constateerde de rechtssocioloog C.L.B. Kocken in zijn proefschrift De hand van de notaris dat de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid van de Nederlandse notaris doorgaans mooier worden voorgesteld dan zij in werkelijkheid zijn.

Ongeveer tezelfder tijd betoogde Prof. dr. H.G. van der Bunt dat er notarissen zijn die in de criminele sfeer zouden opereren. Ofschoon concrete namen en klachten ontbreken, zou men daaruit wel voorzichtig de conclusie kunnen trekken dat er notarissen werden gesignaleerd voor wie de onafhankelijkheid niet vanzelfsprekend was.

In oktober 1999 werd, na ruim 150 jaar, een nieuwe wet op het notariaat ingevoerd. Rode draad daarin is de eis dat de notaris onafhankelijk en onpartijdig is. Dat was een codificatie van een algemeen gevoelen, binnen het notariaat en onder de gemiddelde Nederlandse burger.

Diezelfde wet wenst ook dat de notaris zich als ondernemer opstelt. Hij is weliswaar drager van overheidsgezag (zijn akten hebben immers een bijzondere bewijskracht en zijn met rechterlijke vonnissen op één lijn te stellen), maar hij kan zelf zijn honorarium vaststellen in vrijwel alle andere landen waar een notariaat als het onze bestaat, doet de overheid dat. De notaris opereert dus net als de bakker en de slager op de hoek. Met één groot verschil: hij vertegenwoordigt een stukje overheidsgezag.

Het loslaten van de vaste tarieven heeft ook buiten het notariaat forse kritiek opgeleverd. Nu de notaris zijn collega's beconcurreert, zouden onafhankelijkheid en onpartijdigheid op de tocht komen te staan (zie de opstellen in Notariswet, rechtszekerheid in een vrije markt, uit 1996). Het is spijtig te moeten constateren dat een aantal van de auteurs in deze bundel, die overigens grotendeels niet uit het notariaat afkomstig waren, gelijk lijkt te krijgen.

Bij de behandeling van het voorstel tot wijziging van de Wet op het notarisambt betoogde de staatssecretaris van Justitie in 1995 dat de notaris niet alleen de onafhankelijke en onpartijdige bedienaar van het recht zou kunnen zijn, maar dat hij tevens als partijadviseur zou mogen optreden. Hij zou zijn partijadviseurschap wel ,,naar buiten moeten uitdragen'' en zich als notaris moeten opstellen. Wat dat dan precies betekent, blijft voor mij een moeilijk te beantwoorden vraag. Het verschil tussen een notaris en een advocaat lijkt te verdwijnen. De laatste functie werd met ingang van de nieuwe wet de notaris ontzegd. Die notaris/partijadviseur behartigt, zoals De Quay schrijft, de belangen van zijn cliënt; hij probeert niet een evenwichtig stuk te maken maar ,,laat zijn oren hangen'' naar zijn opdrachtgever.

Al in 1991 had prof. mr. H.W. Heyman in zijn oratie de samenwerking van het notariaat met andere beroepsgroepen aan de orde gesteld. Heyman voorzag een splitsing: de notaris zoals wij die tot nu toe kenden, en de notaris zoals De Quay die schetst, de partijdige bedienaar van de grote onderneming, die het verleden loslaat en die als een adviseur van zijn cliënt door het leven gaat. Nu gaat mr.R.C. Gisolf, president van de Amsterdamse rechtbank en voorzitter van de Kamer van Toezicht binnen zijn arrondissement, een stap verder: laat die partijadviseur zich geen notaris meer noemen. Terecht, denk ik. De aard van de akte, die vanuit een onafhankelijke en onpartijdige positie opgesteld dient te worden, vraagt dit.

Ik vrees dat wij nog een stap verder zullen gaan. Door de groeiende invloed van het Engelse recht op ons systeem staat het notariaat op de tocht. In Engeland kent men de notaris niet, omdat men nu eenmaal van een geheel ander bewijsrechtelijk concept uitgaat. De Engelsen zijn bezig onze juridische wereld te veroveren (een remplaçant na het verlies van de koloniën en dus van de wereldmacht) en met die verovering zal het notariaat teloorgaan.

Dat zou jammer zijn. Dit schrijf ik niet omdat ik notaris ben, maar omdat het notariaat met zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid in de loop der eeuwen een fundamentele bijdrage heeft geleverd aan de rechtszekerheid in onze maatschappij. Wie niet onpartijdig of onafhankelijk is, wordt door het tuchtcollege (dat in meerderheid door niet-notariële juristen wordt gevormd) terecht terechtgewezen.

Het notariaat in Nederland staat op de tocht. Samenwerkingsverbanden, niet alleen met Engelse beroepsbeoefenaren, komen steeds veelvuldiger voor. Wie met advocaten samenwerkt binnen of buiten maatschapsverband zal, zodra hij van die zijde opdrachten krijgt, stevig in zijn schoenen moeten staan wil hij of zij onpartijdig en onafhankelijk blijven. Met fiscalisten of met accountants is zulks niet anders. Daarmee is de bijl gelegd aan de wortels van het notarisambt. De notaris wordt tot solicitor; een gespecialiseerde jurist, dat wel, maar waarom zou hem dan nog gegeven zijn de door hem verleden akten authenticiteit te verlenen? Ten onrechte doet De Quay badinerend over de juristen die in kleine dorpen als vertrouwenspersoon alle of in ieder geval vele takken van het juridische metier beoefenen. Overigens: bij de door De Quay opgevoerde huisarts zet ik een vraagteken omdat zijn vergelijking niet klopt. De huisarts behoeft de ingewikkelde operatie niet uit te voeren, maar hij behoort wel te weten wanneer tot die moeilijke ingreep dient te worden besloten.

Het is met een groot cynisme dat ik dit alles schrijf. Het is hetzelfde cynisme van een Berlijnse notaris die ik hoorde zeggen dat onpartijdigheid slechts een verkoopargument was. Ik ken het kleinere kantoor en het heel grote kantoor, met en zonder advocaten. Ik ben nog opgevoed in een tijd dat onpartijdigheid en onafhankelijkheid een attitude was zonder welke je het vak niet mocht en kon uitoefenen. Wie een koopovereenkomst redigeert, laat daarin de verkoper en de koper beiden tot hun recht komen. Onafhankelijkheid en onpartijdigheid en dus evenwicht in het ontwerp. Daarom koos ik voor dit vak en viel mijn keuze niet op de advocatuur. Je leerde met vallen en opstaan en als je het geleerde in de praktijk bracht werd dit niet altijd in dank afgenomen. Het `jonge volk' probeer ik op kantoor, op de universiteit én in de beroepsopleiding deze attitude nog steeds bij te brengen, maar ik vrees dat het notariaat, ondanks de goede wil van velen die voor het notariaat gekozen hebben en nog kiezen, het onderspit moet delven.

Eén troost: de Amsterdamse hoogleraar notarieel recht prof.mr. A. Pitlo beschreef jaren geleden het notariaat als een elastisch ambt: het past zich aan de omstandigheden van de tijd aan. Laten de De Quays het ambt aan de wilgen hangen, volgens Pitlo zal het daarmee niet ophouden te bestaan. Ik hoop dit van harte.

Prof. mr. P.H.M. Gerver is notaris en bijzonder hoogleraar notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.