Klad zit nu in verkoop stroomproducent Una

De kopers stonden in 1999 in de rij toen stroomproducent Una in de verkoop ging. De koper van toen wil nu weer af van Una, maar twee jaar na de privatisering blijkt de rij geïnteresseerden danig uitgedund.

De verkoop van stroomproducent Una duurt erg lang. Al in september zei de Amerikaanse eigenaar Reliant dat het van de elektriciteitscentrales van Una af wilde en dat er diverse bedrijven geïnteresseerd waren. Nu, vier maanden later, staat Una nog steeds te koop.

Interesse is er wel. Maar de tegenvallende economische groei, de teloorgang van energiegigant Enron en de lastig in te schatten risico's van oude, onrendabele contracten maken de verkoop lastig.

,,We zijn met een paar partijen in gesprek'', aldus de woordvoerder van Reliant. Met hoeveel partijen Reliant praat wil hij niet zeggen. Ook is er nog niet bekend welke onderdelen van Una Reliant zal verkopen, de handelsactiviteiten zijn inmiddels ook te koop, en een tijdschema is er niet. ,,Het kan ieder moment afgerond zijn of het kan langer duren'', zegt de woordvoerder van het Texaanse energiebedrijf.

Er was wel degelijk een groot aantal partijen dat bij Reliant aanklopte na de aankondiging in september. Een aantal werd door zakenbank Merrill Lynch serieus genoeg bevonden om inzage in Una's boeken te krijgen. Dit gebeurde rond november, het is onduidelijk of er ook daadwerkelijk geboden is op de centrales van de producent uit Utrecht.

De afwachtende houding van potentiële kopers kan met een aantal factoren te maken hebben. Ten eerste is de economische situatie anno 2002 heel anders dan begin 1999. De afzwakkende groei in de Verenigde Staten en Europa heeft tot gevolg dat bedrijven voorzichtiger worden met grote overnames, of dwingt ze daartoe omdat winsten sterk teruglopen. Reliant betaalde destijds 2 miljard euro (4,5 miljard gulden) voor Una's centrales en toen nog beperkte handelsoperatie. Dat bedrag werd toen door specialisten omschreven als erg hoog en het is onwaarschijnlijk dat Reliant dezelfde prijs zal terugkrijgen. Behalve de economische situatie kan ook de schok van de teloorgang van het Amerikaanse energiebedrijf Enron de marktspelers doen terugschrikken voor grote stappen.

Een andere factor kunnen de zogenaamde bakstenen zijn. Dit zijn oude importcontracten voor Franse, Noorse en Duitse stroom die zijn afgesloten voor de privatisering. Deze langlopende contracten met prijsafspraken kunnen een molensteen worden om de nek van de nieuwe eigenaar van Una als de prijzen op de elektriciteitsmarkt de komende jaren dalen. De oude aandeelhouders van Una, de gemeenten van Amsterdam, Utrecht en de provincie Noord-Holland, en Reliant zette in 1999 een bedrag apart van 600 miljoen euro voor de bakstenen, maar of dit genoeg blijkt te zijn valt te bezien. ,,De economische gevolgen van deze contracten zijn niet in te schatten'', aldus Ben van Gils van Ernst & Young.

De bedrijven die desondanks interesse hebben voor de centrales, die 20 procent van de Nederlandse energieproductie opwekken, komen waarschijnlijk uit binnen- en buitenland. Energiebedrijf Nuon zou op enig moment in het biedingsproces aanwezig zijn geweest.

Een woordvoerder zegt dat Nuon ,,eventueel interesse'' kan hebben. Andere namen die door de internationale pers worden genoemd, zijn onder meer het Italiaanse Enel, Endesa uit Spanje, het Britse International Power en het Duitse RWE. De Amerikanen lijken zich ditmaal afzijdig te houden.