Geldproblemen bij opvolging F-16

Deelname van Nederland aan de ontwikkeling van de Amerikaanse Joint Strike Fighter (JSF) als opvolger van het F-16 gevechtsvliegtuig kent nog een ,,financieringsprobleem'' van 368 miljoen euro.

Dat bedrag komt bovenop een overheidsinvestering van 432 miljoen euro in het project. Daarnaast zijn er meer onzekerheden en risico's.

Dat valt op te maken uit de presentatie over vervanging van het F-16 gevechtsvliegtuig die het kabinet afgelopen vrijdag van de meest betrokken ministeries (Defensie en Economische Zaken) heeft gekregen. Uit de vertrouwelijke stukken blijkt dat de stand van zaken rond het JSF-project ongewis is.

Na kritische vragen van diverse bewindslieden is de kwestie daarom terugverwezen naar de betrokken departementen. Daar wordt de zaak in samenwerking met Financiën opnieuw bekeken.

Het kabinet moet binnen enkele weken aan de Amerikaanse fabrikant Lockheed Martin laten weten of Nederland meedoet in de ontwikkelingsfase van de JSF. Daarvoor moet ongeveer 800 miljoen euro worden betaald. Daar staat tegenover dat als de JSF een verkoopsucces wordt, een deel van de Nederlandse luchtvaartindustrie zou kunnen rekenen op miljardenorders. Minister Jorritsma (Economische Zaken) en staatssecretaris Van Hoof (Defensie) zijn voor deelname in het JSF-project. Maar in hun presentatie van afgelopen vrijdag hebben ze tevens geconcludeerd dat de financiering ,,nog een probleem'' is en dat de risico's ,,laag, maar met grote getallen'' zijn. De bewindslieden bevestigen overigens dat deelname aan de JSF-ontwikkeling tegelijkertijd de aanschaf van het toestel inhoudt.

Uit de kabinetsstukken blijkt dat een deel van het bedrijfsleven bereid is ruim 123 miljoen euro bij te dragen aan de investering (netto contante waarde). Dat bedrag wordt pas vanaf 2014 terugbetaald via ,,3 procent van de omzet uit productie'' van de toestellen. Daartegenover staat een overheidsbijdrage van ruim 800 miljoen euro in de komende tien jaar. Daarvan is 432 miljoen euro al gereserveerd op de Defensiebegroting. Voor 368 miljoen euro bestaat ,,nog een probleem'', aldus de documenten.

Waar in de stukken rekening wordt gehouden met een bijdrage van de industrie van 123 miljoen euro voor de JSF, geldt dat niet voor de concurrerende gevechtstoestellen, de Typhoon (van het Europese consortium Eurofighter) en de Franse Rafale. Een bijdrage van het bedrijfsleven aan Eurofighter en Rafale is op nul gezet. Daardoor vallen de kosten voor participatie aan de ontwikkeling van de JSF gunstig uit voor het Amerikaanse toestel. Rafale en Eurofighter hebben eerder laten weten dat het aspect van industriële participatie niet goed is uitonderhandeld. [Vervolg JSF: pagina 7]

JSF

Geworstel met onzekerheden

[Vervolg van pagina 1] Kernvraag is of Nederland nu al moet participeren in het JSF-programma of dat het vliegtuig ook later kant-en-klaar (`van de plank') kan worden gekocht. Uit de stukken blijkt dat daarover geen zekerheid valt te geven. Succes van deelname aan de ontwikkeling is ,,afhankelijk van het instellen van parameters''.

Daarbij gaat het onder meer om de dollarkoers, het aantal te verkopen JSF's en de uiteindelijke prijs van het toestel.

Defensie en Economische Zaken gaan in hun presentatie uit van een gelijke dollar/eurokoers (1:1). Verder hanteren de ministeries het scenario dat er uiteindelijk 4.500 JSF's wereldwijd worden verkocht. Daarover bestaat echter geen zekerheid. De Amerikaanse strijdkrachten hebben gezegd dat ze ongeveer 2.600 JSF-vliegtuigen willen kopen, maar willen zich daar niet op vastleggen. Ook is het onduidelijk waar de rest van de JSF's moet worden afgezet.

In de presentatie kost de JSF 39,5 miljoen euro, hoewel fabrikant Lockheed Martin niet wil garanderen dat dit de prijs voor het vliegtuig zal worden. De Rafale (59,4 miljoen euro) en de Eurofighter (52,9 miljoen euro) zijn duurder. Deze twee fabrikanten hebben echter gezegd dat dit nog geen eindprijzen zijn.

In de stukken is ook een vergelijking van de luchtmacht opgenomen over de prestaties van de drie gevechtsvliegtuigen. Daarin scoort de JSF marginaal beter dan de Rafale: een rapportcijfer van 6,97 tegenover 6,95. De Eurofighter krijgt een beoordeling van 5,83.

Wel stelt de luchtmacht dat de JSF als enige toestel beschikt over `stealth', waardoor het slecht zichtbaar is voor de vijandelijke radar. Deze factor is niet meegenomen in de zogenaamde ,,multi-criteria analyse'' die de luchtmacht heeft uitgevoerd in samenwerking met TNO en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR).

Onlangs bleek uit interne documenten van Defensie dat de luchtmacht al in 1998 een beargumenteerde keuze voor de JSF heeft gemaakt. Dat gebeurde nog vóórdat de Kamer in 1999 de beslissing had genomen dat de F-16 moest worden vervangen door een nieuw gevechtsvliegtuig. Een woordvoerder van het ministerie erkende vorige week desgevraagd dat de luchtmacht ,,voor de muziek uit'' liep en dat er sprake was van ,,vooringenomen standpunten'''.

De kwestie heeft voor beroering gezorgd in de Tweede Kamer. Regeringspartijen PvdA en D66 vinden dat ze ,,te mager'' zijn geïnformeerd. Volgens het Tweede-Kamerlid F. Timmermans (PvdA) had de staatssecretaris van Defensie ,,harder moeten ingrijpen''. Zowel PvdA als D66 vindt dat het departement van Defensie stukken over de opvolging van de F-16 alsnog naar de Kamer moet sturen.

Defensie noemt in de presentatie aan het kabinet vijf argumenten om vroegtijdig deel te nemen in het JSF-programma, zoals invloed op het ontwerp en kosten van levensduur.

Economische Zaken verwacht, op basis van gegevens van Lockheed Martin, dat er 8 miljard dollar zal terugvloeien naar Nederland bij verkoop van de 4.500 vliegtuigen. Dat bedrag is inclusief bijdragen van de co-bouwers Pratt & Whitney en General Electric. In de presentatie die Defensie en EZ afgelopen vrijdag aan het kabinet hebben gegegeven, wordt uitgegaan van de aanschaf van 85 nieuwe vliegtuigen.