`Fout beeld van rol van Frans leger in Algerije'

Vandaag beslist het Franse parlement of 19 maart een herdenkingsdag wordt voor de slachtoffers van de Algerijnse oorlog (1954-1962). Voor 490 oud-militairen was dat aanleiding om een manifest te ondertekenen over de rol van het leger in Algerije. Het is gisteren gepubliceerd, als voorwoord van Livre blanc de l'Armée française en Algérie (Uitg. Contretemps).

Dit `witboek' is een antwoord op de `laster over de rol van Frankrijk en zijn leger' die volgens de inititatiefnemers `wijdverbreid' werd na de bekentenissen, vorig jaar, over grootscheepse martelingen door het Franse leger van oud-generaal Paul Aussaresses. Hij publiceerde een boek waarin hij zonder spijt en in detail beschreef hoe martelingen aan de orde van de dag waren om het terrorisme van de Algerijnse bevrijdingsorganisatie FLN te bestrijden. Tegen Aussaresses loopt een rechtszaak wegens `verheerlijking van oorlogsmisdaden'.

De opstellers van het witboek beogen 'de historische waarheid te herstellen'. Initiatiefnemer en oud-officier Jean-Yves Alquier zegt de `praktijk van martelingen' niet te ontkennen, maar die hadden volgens hem slechts plaats in `extreme omstandigheden' om `snel informatie los te krijgen ter bescherming van de bevolking en ter voorkoming van aanslagen'. In een interview met dagblad Le Figaro zegt oud-commandant Hélie de Saint-Marc `gebukt' te gaan onder de storm van kritiek op het Franse leger na de bekentenissen van Aussaresses. ,,Het leger wordt beschreven (-) als een bende beulen en misdadigers (-) maar de werkelijkheid is veel complexer''.

Staatssecretaris Jacques Floch, onder wie de oud-strijders vallen, ziet `19 maart' als een middel om `definitief een einde te maken aan de Algerijnse oorlog'. In 1999 erkende de Assemblée unaniem dat er sprake was geweest van een `oorlog' en niet slechts van `gebeurtenissen' of `operaties ter handhaving van de openbare orde', zoals de strijd in Algerije tot dan toe officieel te boek stond.