Eis: 1 jaar voor IRT-meineed

Tegen de vroegere chef van de Haarlemse criminele inlichtingendienst (CID) Klaas Langendoen en zijn voormalige assistent Joost van Vondel zijn vandaag celstraffen geëist van respectievelijk twaalf en vijftien maanden.

Volgens de advocaat-generaal van het Haagse gerechtshof M. van der Horst staat vast dat de twee ex-politiemannen zich schuldig hebben gemaakt aan meineed. Ze hebben gelogen in hun verklaringen die ze in 1995 aflegden voor de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden.

De eisen - respectievelijk vier en vijf maanden zijn voorwaardelijk - zijn hoger dan bij de rechtbank. In 1998 werden de twee verdachten al veroordeeld tot straffen van vier en zes maanden. De vervolging van de twee ex-rechercheurs begon toen de voorzitter van de commissie, Maarten van Traa, in februari 1996 aangifte tegen hen deed wegens meineed. Langendoen en Van Vondel hadden volgens de commissie namelijk gelogen over betalingen aan de in België wonende vruchtensapproducent Pieter R., ook wel sapman genoemd. De eis tegen Van Vondel is zwaarder omdat hij een getuige heeft bedreigd.

Langendoen en Van Vondel stonden aan de oorsprong van wat de IRT-afaire is gaan heten. Zij importeerden met hulp van een aantal criminele infiltranten grote partijen drugs. Dat deden ze naar eigen zeggen om zo zicht te krijgen op de top van criminele organisaties maar echt opheldering over hun praktijken hebben ze nooit willen geven. Ze wilden hun infiltranten beschermen.

Uit onderzoek van de rijksrecherche bleek zes jaar geleden evenwel dat de twee politiemannen onder anderen met Sapman een sapfabriek in Ecuador hadden geopend. Langendoen had zelfs zijn zus aangesteld als werkneemster van de fabriek in Zuid-Amerika. Via deze fabriek, Delta Rio, hadden de twee rechercheurs naar alle waarschijnlijkheid cocaïne willen importeren. Van wie het geld kwam voor deze infiltratie-operatie is nooit duidelijk geworden.

De twee ex-rechercheurs vinden dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het bewijs tegen hen op onrechtmatige wijze zou zijn verzameld. De advocaten zouden vanmiddag hun pleidooi houden.

Bij de vervolging van een van de criminele infiltranten van Langendoen en Van Vondel, Krishnapersad J., oordeelde het openbaar ministerie vorig jaar overigens dat er geen enkel bewijs is dat er in de zogeheten IRT-affaire door de politie ook cocaïne is geïmporteerd.

Met name Langendoen, die tegenwoordig een adviesburo heeft, is al jarenlang bezig met een campagne die moet aantonen dat hij ten onrechte als zondebok wordt behandeld in de IRT-affaire om hooggeplaatste functionarissen uit de wind te houden.