De Jordaniërs lachen niet meer

Jordanië wordt zwaar getroffen door de toegenomen spanningen in het Midden-Oosten als gevolg van de Palestijnse intifadah en de aanslagen van 11 september. Geen buitenlandse investeringen en geen toeristen: `Zal het ooit weer beter worden?'

De crèmes en zalfjes uit de Dode Zee liggen klaar in de souvenirwinkel in Amman om de huid van toeristen te verzorgen. Maar die komen niet, want het toerisme in Jordanië is inmiddels net zo dood als de zee zelf. ,,Jij bent vandaag mijn eerste klant'', zegt winkeleigenaar Ali om drie uur 's middags , terwijl hij een mismoedige blik werpt op zijn Iraakse medewerkers, die aan hun zoveelste kopje thee begonnen zijn. ,,Leeg, leeg, leeg. Zal het ooit weer beter worden?''

Ali is niet de enige die zich zorgen maakt over de toekomst van Jordanië. Het land is zwaar getroffen door de toenemende instabiliteit in het Midden-Oosten. Nog maar kort geleden kwamen de toeristen en masse naar Jordanië om te kijken naar bijvoorbeeld de in de rotsen uitgehouwen stad Petra of de Romeinse stad Jerash. Maar toen de spanningen in buurland Israël begonnen op te lopen, begonnen de toeristen Jordanië al te mijden. En na de aanslagen in de Verenigde Staten viel de stroom geheel stil. ,,Vroeger kon je nog wel eens lachen met mijn baas'', vertelt een medewerker van een groot hotel in Amman, waar nog maar zo'n 15 procent van de kamers bezet is. ,,Maar ik heb al maanden geen glimlach meer op zijn gezicht gezien.''

De crisis in het toerisme, die velen werkloos heeft gemaakt, is een nieuwe slag voor de toch al fragiele binnenlandse politieke verhoudingen in het land. ,,Als mensen armer worden, worden ze ook steeds ontevredener'', zegt een inwoner van Amman. ,,En daar komt alleen ellende van.'' En ontevreden, dat was de gemiddelde Jordaniër toch al. Veel inwoners hebben een Palestijnse achtergrond, en met name zij vonden de afgelopen maanden al dat het westen schromelijk tekortschoot bij de beteugeling van de Israëlische `agressie'. De VS krijgen daarbij de rode kaart, maar ook in de Europese Unie zijn veel Jordaniërs diep teleurgesteld. Zo reageert een broodjesverkoper in Amman bitter op de opmerking dat `Europa' flink in de buidel heeft getast voor het vliegveld van Gaza, dat de Palestijnse leider Yasser Arafat in direct contact met de wereld moest brengen. ,,Dat kan best zijn'', zegt hij. ,,Maar jullie keken vervolgens zonder iets te doen toe hoe datzelfde vliegveld in puin werd geschoten.'' Het was ook die bitterheid die na september tot sympathie voor Bin Laden leidde. ,,Taxichauffeurs zeggen vaak tegen toeristen dat ze Osama heten'', vertelt een Jordaniër. ,,Alleen maar om ze te sarren.''

En daar beginnen meteen de binnenlandse problemen. Want koning Abdallah II wil koste wat kost Jordanië bij het westerse kamp houden. Al vóór de aanslagen van 11 september, toen de spanning in Israël sterk opliep, voerde Jordanië een decreet in om vergaderingen beter in het oog te houden en zo al te sterke uitingen van Palestijnse woede onder controle te houden. Na september ontpopte koning Abdallah zich als een van de aanvoerders in het Midden-Oosten van de strijd tegen terreur – maar terwijl de koning internationale nieuwszenders als CNN kond deed van zijn goede intenties, beperkte zijn politie tegelijkertijd toegang tot Palestijnse vluchtelingenkampen, zodat diezelfde nieuwszenders niet zagen dat daar heel anders over de zaak werd gedacht.

Hoe armer Jordanië wordt, hoe meer die spanningen zullen oplopen. ,,Arme mensen gaan vaak naar de moskee'', zegt een liberale Jordaniër. ,,En daar horen ze soms helemaal de verkeerde dingen.'' Mede daarom zijn de duimschroeven inmiddels behoorlijk aangedraaid. Niemand twijfelt eraan dat moskeeën de voortdurende aandacht van de overheid hebben en ook de media worden goed in de gaten gehouden. Zo werd de hoofdredacteur van een weekblad gearresteerd omdat hij had durven suggereren dat het Jordaanse kabinet zou opstappen – wat het enkele dagen later ook daadwerkelijk deed.

Veel Jordaniërs houden hun hart vast voor wat de toekomst hun land zal brengen. Want terwijl de brandhaard aan de westelijke grens nog lang niet gedoofd is, begint het in het oosten al weer flink te smeulen. ,,Niemand hier twijfelt eraan dat de VS Saddam te pakken gaan nemen'', zegt een inwoner van Amman. ,,De vraag is alleen wanneer.'' Voor Jordanië zou zo'n nieuwe oorlog tegen Saddam alleen maar de voorbode zijn van verder onheil. Schuchtere pogingen van Amman om de economische banden met de ooit zo rijke oosterbuur aan te halen (zo wordt er weer vanuit Amman op Bagdad gevlogen) zullen dan zeker in de kiem worden gesmoord. Ook de kloof tussen koning en bevolking zal dan zeker weer groter worden. Volgens waarnemers zal Abdallah er immers alles aan doen om de fout van zijn vader Hussein te vermijden. Deze kwam in een groot internationaal isolement toen hij tijdens de Golfcrisis van 1990/91 aanvankelijk partij koos voor Saddam. Abdallah zal zo'n misrekening niet willen maken maar dat zal de kloof tussen hem en met name het Palestijnse deel van de bevolking slechts vergroten. Nu al krijgt Saddam weer een cultstatus bij veel Palestijnen, alleen maar omdat het gehate Amerika achter hem aanzit. ,,Saddam heeft een leger van dubbelgangers'', zegt een Palestijnse inwoner van Amman. ,,Als Amerika een Saddam doodt, blijven er nog dertig over.''

Dertig Saddams – maar slechts één Jordanië, en daar wordt het leven steeds moeilijker. Zakenlieden spreken zichzelf moed in met een nieuw handelsakooord dat Jordanië vrije toegang geeft tot de Amerikaanse markt. Maar welke buitenlandse investeerder zal het risico nemen te investeren in een land dat wellicht straks tussen twee oorlogen in ligt? Hotelmedewerkers hopen dat de spanning in Israël afneemt en de toeristen terugkomen. Maar welke toerist zet een land vol met `Osama's' bovenaan zijn reisplan? Overal langs de weg staan foto's van koning Abdallah die glimlachend, met zijn vader Hussein aan zijn zijde, het land een nieuwe toekomst belooft. Maar veel Jordaniërs denken dat zij die stralende toekomst alleen in het buitenland zullen vinden. Maar zelfs daarin worden ze gefrustreerd. ,,Niemand wil ons'', mokt een ambtenaar, terwijl hij treurig naar zijn beeldscherm kijkt met daarop een afbeelding van koning Abdallah. ,,Zelfs Mozambique komen we niet in.''