Beieren is Duitsland niet

De Duitse CDU lijkt een flink risico te nemen door, zoals sinds vorige week nagenoeg vaststaat, komend najaar met de zestigjarige rooms-katholieke premier van de Zuid-Duitse deelstaat Beieren, CSU-chef Edmund Stoiber, als lijsttrekker deel te nemen aan de Bondsdagverkiezingen. Dat zou je althans op het eerste gezicht denken. Immers: sinds de Duitse eenwording, sinds het opgaan van de Oost-Duitse DDR in de West-Duitse Bondsrepubliek, nu ruim elf jaar geleden, weet iedereen zeker dat het land van onze oosterburen niet alleen groter, maar naar karakter ook wat noordelijker, wat protestanter en een slagje Midden-Europeser geworden is. De keus van Berlijn als hoofdstad, in plaats van het langdurige, heel West-Duitse provisorium Bonn, onderstreepte die verandering als het ware en was ook wat dat betreft niet zonder logica.

Duitsland heeft een federale structuur, die na de Tweede Wereldoorlog opnieuw ingevoerd is en die veel ouder en dieper geworteld is dan men elders vaak beseft. In dat opzicht zijn de huidige, vooral economisch en psychologisch bepaalde spanningen tussen Oost- en West-Duitsers niet zó nieuw, want Saksers en Pruisen en Rijnlanders, Hamburgers en Beieren zijn nooit echt dol op elkaar geweest. In het Rijnland vertellen mensen vandaag nog met afschuw over de door Pruisen gedomineerde Rijnbond, die het Weens Congres bijna twee eeuwen geleden creëerde als deel van een cordon van bufferstaten om Frankrijk, een cordon waartoe ook een kortstondig Koninkrijk van Belgen en Nederlanders behoorde. Trouwens, juist Stoibers `vrijstaat' Beieren, die eigensoortige mix van conservatief klerikalisme en industrieel succes waar de exclusief Beierse CSU bijna altijd met een absolute meerderheid regeert, is buiten zijn grenzen nergens werkelijk bemind. Als Bayern München, de club van het grote geld en het effectief-behoudende voetbal eens een keer verliest, wordt elders in Duitsland de vlag gehesen. In Beieren, waar Stoiber al sinds 1993 premier is, reageert men dan schouderophalend: Mir san mir (Wij zijn wij), ook mentaal vaak nog altijd dichter bij Wenen dan bij Berlijn of Hamburg, zoals in de oerbajuwaarse tijd der Wittelsbacher koningen. Bayern-aanhangers reageren vandaag met een meer alcoholisch `motto Bavariae': Oans, zwoa, drei, gsuffa!

Die op verschillende regionale belangen en emoties geënte federale structuur is ook praktisch van belang. De Duitse deelstaten hebben veel grotere eigen bevoegdheden dan Nederlandse provincies en controleren bovendien circa driekwart van de nationale wetgeving. Namelijk in de Bondsraad, die samengesteld is volgens het inwonertal en de politieke krachtsverhoudingen in de zestien deelstaten. En omdat Duitse kiezers regionaal geregeld anders stemmen dan zij het nationaal doen, zij `corrigeren' hun nationale stem dan als het ware, zorgen zij zó voor een functionerend systeem van geografische en politieke checks and balances. Wat natuurlijk ook de bedoeling was en is van het Duitse kiesstelsel, dat op deze manier rekening houdt met de traditionele regionale instincten van de kiezers. De Bondsraad wordt veelal met onze Eerste Kamer vergeleken, maar dat gebeurt dus vaak ten onrechte.

Terug naar Edmund Stoiber en zijn Beieren, dat zich sinds 1945 onder leiding van de CSU en haar boegbeeld Franz Josef Strauss (de politieke pleegvader van Stoiber) in een zelfgekoesterde apartheidspositie ontwikkelde van agrarische achterhoededeelstaat tot economisch modelkind (laagste werkloosheid, hoogste groei etc.). In de naam van de Christlich Soziale Union, bedacht door een van haar oprichters, de advocaat en verzetsman Josef Müller (bijnaam Ochsensepp, de jongen die met de koeien loopt), zat al de ambitie om meer te zijn te zijn dan een voortzetting van de conservatieve Bayerische Volkspartei (BVP). Die Ochsensepp (1898-1979) had zijn partij trouwens niet alleen willen openstellen voor protestanten en andere niet-katholieken in het Frankische Noord-Beieren (Neurenberg, Augsburg, Ulm) maar uiteindelijk in heel Duitsland willen laten opereren. Het eerste ging door, het tweede niet, want zulke exotische noties gaven de BVP te veel wind in de zeilen.

Waarom deze oude geschiedenis opgehaald naar aanleiding van de kandidatuur van Stoiber namens de CDU/CSU voor het kanselierschap? Omdat zij raakt aan een oud dilemma van de CSU: haar exclusieve kracht in Beieren is tegelijkertijd haar zwakte elders in Duitsland. Haar positie in de Bondsdag en haar greep daar op de bredere partij die de CDU is, zijn sinds de eenwording verzwakt doordat zij een kleinere vis in een grotere vijver werd. Tussen 1976 en 1980 heeft Strauss namens de CSU herhaaldelijk gedreigd ook buiten Beieren aan de verkiezingen te gaan deelnemen. Maar nadat hij als lijsttrekker van de CDU/CSU in 1980 de verkiezingen van SPD-kanselier Helmut Schmidt had verloren, bezorgde zijn Intimfeind en CDU-voorzitter Helmut Kohl hem nóg een nederlaag door te dreigen dat de CDU ook in Beieren zou gaan opereren wanneer de CSU echt buiten Beieren actief zou worden. Dat dreigement werkte prima, temeer omdat Kohl twee jaar later kanselier wist te worden en dat zestien jaar tot 1998 bleef. Kohl, die bijna een kwarteeuw partijvoorzitter was, had in 1976 trouwens als jong CDU-lijsttrekker al een betere score tegen Schmidt dan Strauss in 1980.

Kohls partijpolitieke erfenis een in een kwarteeuw nagenoeg leeggebloede CDU-opvolgersgeneratie en de verwoestende kwestie van de tijdens zijn regime geheimgehouden giften aan de partij bracht niet de zwaargewicht Wolfgang Schäuble, maar de politiek vrij onervaren Angela Merkel aan de leiding van de partij. Zij is vrouw, Oost-Duits, jong, protestant en representatief voor het veranderde Duitsland. De ironie wil voorts dat zij dichter bij het electoraal belangrijke centrum staat dan de conservatieve rooms-katholieke CSU-premier uit Beieren die zij vorige week na veel druk uit haar eigen partij vroeg om uitdager van SPD-kanselier Schröder te worden. Daarmee heeft de CDU misschien de minst slechte keus gedaan, maar tevens het oude CSU-probleem buiten Beieren tot het hare gemaakt. En mocht de economie straks toch niet beslissend zijn, of Stoibers regionale reputatie toch te smal voor heel Duitsland? Dan blijft Schröder kanselier en raakt de weg in de CDU vrij voor een nieuwe generatie.