Beheerst en betoverend

Peggy Lee, die gisteren op 81-jarige leeftijd is overleden, was de zangeres van de stijlvolle songs – misschien wel de meest stijlvolle van al haar generatiegenoten. Ze zong alsof het haar als vanzelfsprekend afging, maar achter die moeiteloze voordracht liet zich steeds haar streven tot perfectie vermoeden. Haar allergrootste hit, Fever, was ook het nummer dat haar als vocaliste het meest typeerde: koel en tot het uiterste toe ingehouden aan de buitenkant, bijna gedistingeerd, maar daardoor des te sensueler.

Ze is thuis gestorven, in Bel Air, Los Angeles, na een hartaanval. Maar de laatste jaren lag Peggy Lee ook vaak in het ziekenhuis wegens telkens terugkerende problemen met haar hart. Toch verscheen ze af en toe nog zingend in het openbaar; hoewel haar stem zo mogelijk nog gedempter was geworden, was haar vermogen tot interpretatie en timing niet aangetast.

Peggy Lee werd in 1920 als Norma Deloris Egstrom geboren in North Dakota, als telg uit een geslacht van Scandinavische immigranten. Haar moeder stierf toen ze nog maar vier jaar oud was, en haar vader dronk. Zelf wilde ze nooit anders dan zangeres worden. Ze begon in de bediening, maar greep elke mogelijkheid aan om het big band-repertoire uit die vooroorlogse jaren te zingen. Van een employé van een lokaal radiostation, waar ze optrad, kreeg ze haar artiestennaam – Norma Egstrom was geen naam voor een zangeres, vond hij.

Haar grote doorbraak kwam in 1941, toen Benny Goodman haar engageerde als de vaste vocaliste voor zijn orkest. Zijn gitarist David Barbour werd de eerste van haar vier echtgenoten. Met hem begon ze ook zelf songs te schrijven, waarvan It's a good day en Mañana de bekendste werden. Als soliste maakte ze haar eerste platen eind jaren veertig. Fever volgde in 1958 – een nummer van Little Willie John, waarvoor ze zelf allerlei nieuwe tekstregels schreef, zoals: ,,Romeo loved Juliet, Juliet felt the same. When he put his arms around her, he said: Julie, baby, you're my flame, you give me fever...'' Ook kwam ze zelf op het idee er het zachtjes tintelende Zuid-Amerikaanse ritme onder te zetten, dat het nummer zo onweerstaanbaar maakte.

Peggy Lee schreef en zong liedjes voor de Disney-film The lady and the tramp (1955) en werd geëerd met een Oscar-nominatie voor haar rol als verloederde alcoholiste in de film Pete Kelly's Blues. Desondanks maakte ze nauwelijks carrière als actrice.

Haar laatste grote hit was Is that all there is (1969) van de rock-componisten Leiber en Stoller, waarvan de desolate strekking in haar uitvoering ook iets berustends kreeg. Ze zong het zoals ze ook al die andere honderden prachtige nummers zong: omfloerst, bedachtzaam, intrigerend en betoverend in haar omgang met de microfoon. Zoals zij was er geen ander.