Andreas Scholl

In volksliedjes is het goed en zoet dromen van de liefde. Jonge paartjes verschuilen zich in tuinen, lippen en wangen steevast rood als rozen die in een ander liedje uit de graven van oud-geliefden oprijzen. Na zijn veelgeprezen album A musicall banquet met Engelse liederen uit de zestiende en zeventiende eeuw, wijdt countertenor Andreas Scholl zich op Wayfaring Stranger aan oude maar tijdloze Engelstalige volksliedjes in nieuwe, soms erg kruidige of juist enigszins gladde arrangementen. Maar de teksten zijn in alle eenvoud om van te smullen, en dat geldt veelal ook voor de muziek, die in de altijd lieflijke melodiebouw uitstekend gedijt op de schier grenzeloos expressieve mogelijkheden van Scholls lenige countertenor.

Als `Wayfaring Stranger' verkent Scholl vele uitersten. Een van de hoogtepunten is de zeeroversballade Henry Martin, waarin de luisteraar wordt misleid met de ultieme vocale travestietruc. Als verteller zingt Scholl hier in het falsetregister waarmee hij faam verwierf, als zeerover zingt hij – is hij het écht?! – op zijn `natuurlijke' borststem, die een zeebonkige brombariton blijkt. Lieflijk en intiem zijn daarna liedjes als I will give my love an apple en het gedurfd vocaal buitelende Charming beauty bright. Het Orpheus Chamber Orchestra vult de begeleidingen in met enthousiast spel, dat soms iets overheerst. Als geheel biedt Wayfaring Stranger een zeer bevredigende volksliedcompilatie, door Scholls fijnzinnige countertenor eerder puur en bespiegelend dan rauw en `volks' van karakter.

Andreas Scholl - Wayfaring stranger (Decca 468 499-2)