Adviseurs van de oorlog

De twee `hardliners' in het Pentagon meldden het enkele weken geleden al. Zowel minister Rumsfeld (Defensie) als zijn staatssecretaris Wolfowitz zei begin januari dat de Verenigde Staten na de oorlog in Afghanistan moeten voorkomen dat terroristen nu echt voet aan de grond krijgen in landen waar de terreur al onderdeel van het dagelijks leven is: Somalië, Jemen en de Filippijnen. Hoewel details ontbraken, werd uit hun woorden duidelijk dat de VS deze landen aanmoedigen om met Amerikaanse hulp te strijden tegen het terrorisme. Washington heeft er geen gras over laten groeien. Nog geen drie weken na de uitlatingen van Rumsfeld en Wolfowitz wordt op het eiland Zamboanga in het zuiden van de Filippijnen hard gewerkt aan het onderkomen van honderden Amerikaanse militairen die daar in de eerste week van februari met hun werk moeten beginnen. Wat voor werk? Ook daarover ontbreken de details, maar uit uitlatingen van hoge Filippijnse militairen blijkt dat Amerikaanse troepen, in totaal circa 650 man, zullen assisteren en ,,adviseren'' in de strijd tegen Abu Sayyaf. Dat is een groep gewelddadige moslim-guerrillero's die vechten voor een islamitische staat en de afgelopen jaren veel gijzelingen (met eis tot losgeld) hebben gepleegd. Zo houden ze op een nabijgelegen eiland een Amerikaans stel al geruime tijd vast. De VS zien Abu Sayyaf als een cel van Osama bin Ladens terreurnetwerk Al-Qaeda.

Daarmee is de cirkel rond. President George Bush zei eind vorig jaar dat 2002 een `oorlogsjaar' wordt. Hij wil Al-Qaeda vernietigen en of leidsman Osama bin Laden gepakt wordt of niet, Bush heeft laten weten de organisatie tot in de uithoeken van de wereld te zullen achtervolgen. Dat is er de reden van dat nu in de zuidelijke Filippijnen lokale troepen zich opmaken om samen met hun Amerikaanse collega's tegen Abu Sayyaf ten strijde te trekken. Het wordt, zei een Filippijnse generaal geruststellend, geen gezamenlijke operatie, maar een actie van het Filippijnse leger ondersteund door Amerikaanse adviseurs.

De Filippijnen zijn geen Afghanistan. Maar het naderende optreden van de Amerikaanse `adviseurs' laat wel de contouren van een nieuwe vorm van oorlogvoering zien. In 2002 zullen de VS met verschillende middelen en wisselende coalitiepartners het terrorisme aanpakken. Op zichzelf lijkt daar niets tegen. Het Filippijnse voorbeeld roept evenwel vragen op en maakt kritiek los. Het sturen van `adviseurs' door Washington heeft een belast verleden. De Amerikanen hebben van Vietnam tot Latijns Amerika deze (para)militaire klusjesmannen ingezet – en heel vaak kon hun werk het daglicht niet velen. De adviseurs vochten mee in de lokale oorlog of bleken moordenaars in staatsdienst, wier schimmige praktijken later terecht werden gehekeld.

Te veel is nog onduidelijk over doel en uitvoering van de missie, over de risico's en de gevolgen ervan voor de Filippijnen en de VS zelf. De woorden van Bush en Rumsfeld zijn te vaag en te algemeen om er verantwoording mee te kunnen afleggen voor deze nieuwe en belangrijke fase in de strijd tegen de terreur. Acceptatie van wat kennelijk een `oorlogsjaar' wordt, staat en valt met een precieze toelichting op de gecreëerde feiten. Het is logisch dat Washington terugschrikt voor openheid, maar zowel het thuisfront als de coalitiepartners hebben daar wel recht op. Zo werkt de democratie nu eenmaal.