Zijderoute is 2200 jaar oud

Langs de Zijderoute tussen China en het westen reisden handelaren, maar ook ideeën, religie en cultuur.

De naam is iets te romantisch, maar dat is niet zo vreemd voor een term uit 19de-eeuws Duitsland. Baron Ferdinand von Richthofen staat bekend als de bedenker van de Seidenstrasse (Silk Road, Zijderoute), als aanduiding voor de handelsroute tussen China en Europa. De term is mooi maar misleidend: het gaat om een netwerk van routes, en zijde was slechts een van de vele producten die tussen de 2de eeuw voor Chr. en de 16de eeuw door de karavanen werd vervoerd.

Zijde is wel het product dat het meest tot de verbeelding spreekt: zeer gewild in het oude Rome als luxe-artikel, maar alleen geproduceerd in China, waar het geheim van de bij verpopping lange draden spinnende zijderups al in 3000 voor Chr. bekend was. Op uitvoer van een eitje of cocon stond de doodstraf. Twee Russische monniken zouden in de 6de eeuw eitjes naar Istanbul hebben gesmokkeld, maar het duurde toch nog eeuwen voordat het hele productieproces van zijde in Europa bekend was.

De tocht moet verschrikkelijk zijn geweest, vooral in Centraal-Azië en het westen van China. Komend vanuit de hoofdstad Chang'an (nu Xi'an), moesten de karavanen kiezen voor de noordelijke of zuidelijke route langs de gevreesde Takla Makan woestijn, lokaal bekend als `Dodenland'. Vanaf Kashi (Kasjgar) wachtte een conglomeraat van bergketens, met passen op 5000 meter. Niet alleen het extreme klimaat moest worden getrotseerd, ook de overvallers en afpersers. Niemand reisde langs de hele route, de handel voltrok zich per traject. Enige lichtpuntje na een dag ontberingen was de zang en (buik)dans in de caravanserai, de `herberg' in de pleisterplaatsen.

De eerste uitwisseling tussen oost en west kwam voort uit defensie, niet uit handel. Zhang Xian (`de vader van de Zijderoute') reisde in opdracht van de Chinese keizer Wudi (141-87 voor Chr.) naar het westen om bondgenoten te vinden tegen een opdringerige stam, de latere Hunnen. De militaire missie faalde, maar na jaren van gevangenschap en omzwervingen tot aan Samarkand keerde de gezant terug met enthousiaste verhalen en grotere, sterkere paarden. Nieuwsgierigheid naar elkaars producten leidde tot verkeer tussen China en Centraal-Azië, een uitwisseling die via de Parthen in Perzië werd uitgebreid tot aan het Romeinse Rijk.

De Zijderoute bloeide vooral ten tijde van eenheid in het oosten: tijdens de Han-dynastie tot aan de derde eeuw, tijdens de Tang-dynastie in de 7de en 8ste eeuw en onder Djenghis Khan, mede dankzij Marco Polo, in de 13de eeuw. De ontdekking van de zeeroute naar China, eind 15de eeuw, maakte een eind aan de handel over land. Naast zijde ging er porselein, jade, bronzen objecten, ijzer, lak en buskruit van oost naar west. In de andere richting: goud, kostbare metalen en stenen, ivoor en glas.

Economisch gezien was de Zijderoute van weinig belang. Het vervoer van luxe-goederen in relatief kleine hoeveelheden kwam de knooppunten onderweg ten goede, maar als geheel profiteerden de wereldrijken nauwelijks. Veel ingrijpender was de uitwisseling van ideeën, religie en cultuur. Aan het eind van de 2de eeuw kwam het boeddhisme vanuit Noord-India via de Zijderoute naar China. Zo kwamen ook de door de Talibaan verwoeste boeddhabeelden in Bamiyan, Afghanistan.

In de 7de eeuw bereikte de islam Centraal-Azië. De vele madrassa's en moskeeën, rijk versierd met blauw-mozaïeken koepels, in de Oezbeekse steden Khiva, Buchara en Samarkand getuigen nog steeds van die bloeiperiode. Turkse en Iraanse invloeden zijn in Centraal-Azië hoorbaar in taal en muziek.

Afgezien van de zondagse markt in Kashgar is er in China weinig dat herinnert aan de Zijderoute. Boeddhistische muurschilderingen en manuscripten, bijvoorbeeld in de grotten van Mogao bij Dunhuang, zijn door 19de-eeuwse archeologen afgevoerd naar Europese musea. Omwille van het toerisme is er licht toenemende belangstelling voor de Zijderoute. Omwille van de handel is er een moderne variant: een spoorlijn die sinds 1992 langs de noordelijke Zijderoute in China loopt. De Eurasian Continental Bridge, die onderweg slechts vijf landen aandoet, verbindt de Oost-Chinese havenstad Lianyungang met Rotterdam.