Westen wil ook nieuwe Afghaanse maatschappij

De wereld wil Afghanistan graag helpen bij de wederopbouw; niet alleen met de infrastructuur, maar ook met een nieuwe maatschappij.

De initiatieven voor wederopbouw van Afghanistan moeten het land, dat in ruim twee decennia oorlog is teruggebombardeerd naar de steentijd, doen uitgroeien tot het meest vooruitstrevende, moderne land in de islamitische wereld.

De vorige week door de Wereldbank, de Aziatische Ontwikkelingsbank en de ontwikkelingsarm van de Verenigde Naties (UNDP) gepresenteerde plannen, die nu op de donorconferentie in Tokio worden besproken, voorzien niet alleen in het herstel van de infrastructuur en andere concrete projecten, maar ook in een uitgebreid sociaal bouwplan om een democratische rechtsstaat te creëren.

De mediastrategie in het nieuwe Afghanistan, bijvoorbeeld, moet zijn gericht op ,,opinieleiders en beleidsmakers om hen gevoelig te maken voor man-vrouw-relaties om hun houding en gedrag te veranderen''.

Philippe Dongier, namens de Wereldbank betrokken bij het opstellen van het rapport, ontkent dat het westen daarmee bezig is eigen waarden aan Afghanistan op te leggen. Hij zegt dat ,,dit idee sterk leeft bij de vrouwelijke leden binnen de Afghaanse regering''.

Tegelijkertijd erkent het rapport dat de problemen die vrouwen de laatste jaren onder het Talibaanregime ondervonden (onder meer verbod op werk en uitsluiting van onderwijs) niet met de Talibaan begonnen en dus ook niet met hun verdwijnen voorbij zullen gaan.

,,De kwesties waarmee Afghaanse vrouwen zich zien geconfronteerd zijn diep geworteld in sociale gebruiken'', aldus het rapport. Onder leiding van de vrouwelijke minister van Volksgezondheid, Suhaila Sediqqi, krijgen Afghaanse vrouwen dankzij de internationale interventie de kans een kleine revolutie teweeg te brengen.

Het rapport bevat ook adviezen die in lijken te gaan tégen het opzetten van een open, liberale samenleving. Zo is er op mediagebied ook een ,,urgente noodzaak'' om een nationale strategie op te zetten ,,om de ongecoördineerde spreiding van kleine radio- en televisiezenders tegen te gaan''. Publiekelijk zegt Sultan Aziz, een van de schrijvers van het rapport namens de UNDP, dat dit gaat om regulering bij de verdeling van zendruimte, zoals in elk land bestaat. Anoniem zeggen andere auteurs van het rapport echter dat er ook ,,angst bestaat dat regionale leiders hun eigen zenders opzetten''. Dat wil zeggen: de krijgsheren van de verschillende etnische bevolkingsgroepen waaruit de bevolking van Afghanistan is opgebouwd. Media moeten ,,bijdragen aan het vredesproces'' en niet oproepen tot haat.

Een felle waarschuwing tegen het opleggen van een moderne, democratische staatsvorm kwam vorige week van twee medewerkers van de Carnegie Endowment for International Peace. Juist vanwege deze krijgsheren en de etnische spanningen waarop zij parasiteren zou een ,,volledige, langdurige militaire bezetting vereist zijn om zo'n transformatie tot stand te brengen'', maar ,,niemand stelt dat voor'', schrijven ze in een rapport met de omineuze titel `Rebuilding Afghanistan: Fantasy versus Reality'.

Philippe Dongier van de Wereldbank meent dat de krijgsheren tandeloos kunnen worden gemaakt als hun manschappen nieuwe mogelijkheden krijgen in de burgersamenleving. Niet een legermacht, maar civiele projecten zouden het beste wapen zijn tegen nieuwe conflicten.

Aly Mawji, inwoner van de Afghaanse hoofdstad Kabul, zegt in Tokio dat het ,,mogelijk is'' dat Afghanistan over enkele jaren uitgroeit tot het meest liberale land in de regio.

Mawji is sinds 1996 vertegenwoordiger van de Aga Khan Foundation in Kabul. Deze stichting vertegenwoordigt de Aga Khan, de leider van de ismaëlitische moslims, een shi'itische sekte, en draagt 75 miljoen dollar bij aan het opbouwproces.

Mawji ziet als belangrijkste voorwaarde dat ,,de regering succesvol is'', dat mensen profijt hebben als ze deelnemen aan het nieuwe bestuurlijke proces en iets hebben te verliezen als ze weer in etnische conflicten vervallen. Voor deze participatie is het volgens Mawji van het grootste belang dat de nieuwe regering de oude overlegvormen, de zogeheten jirga's, weet te integreren in het nieuwe bestuur.

Westerse beleidsdoeleinden, zoals de verbetering van de positie van vrouwen, moeten niet uit politieke motieven geforceerd worden opgelegd aan de Afghaanse samenleving, vult Aly Nazeraly aan, medewerker van dezelfde organisatie. ,,Dwang kan succes hebben op de korte termijn, maar zal op de lange duur falen'', zegt Nazeraly. ,,Afghanistan moet evolueren tot een moderne staat.''