Wanbeleid HBG bij fusie met Ballast

Het bestuur van bouw- en baggerbedrijf HBG heeft wanbeleid gevoerd door het niet consulteren van aandeelhouders over de fusie tussen de baggerdivisies van HBG en Ballast Nedam.

De joint venture mag wel blijven voortbestaan. Dat oordeelde de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof vanochtend in de strijd die bekend is komen te staan als de `baggeroorlog'.

De strijd ging tussen het bestuur van Nederlands grootste bouwconcern Hollandsche Beton Groep (HBG) die vorig jaar een fusie aanging met Ballast Nedams baggeractiviteiten enerzijds en een groep HBG-aandeelhouders anderzijds. Die laatste zag meer in de verkoop van HBG's bouwactiviteiten aan branchegenoot Heijmans en de verkoop van de baggerpoot aan Boskalis, wat tot de opdeling van HBG zou hebben geleid.

,,HBG's besluit om de aandeelhouders onvoldoende te consulteren over de fusie is in strijd met de beginselen van behoorlijk ondernemersbestuur'', oordeelde rechter H. Willems. Volgens de Ondernemingskamer is de beslissing van HBG om met Ballast Nedam in zee te gaan en de biedingen van Boskalis en Heijmans af te wijzen, wel ,,in alle redelijkheid'' genomen.

HBG-bestuursvoorzitter C. Reigersman is ,,niet gelukkig met het extreme woord `wanbeleid'. Ik heb weinig begrip voor deze volkomen nieuwe rechtsregel van de rechter.'' HBG laat de uitspraak toetsen door de huisjuristen van de onderneming.

De groep HBG-aandeelhouders werd in de rechtszaal vertegenwoordigd door de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Directeur van de VEB P. de Vries toonde zich verheugd over de volgens hem ,,historische'' uitspraak over het gedrag van HBG dat volgens hem ,,niet door de beugel'' kon.

De VEB had naast de vaststelling van wanbeleid gevraagd om de ontbinding van de baggerfusie. Rechter Willems heeft dat verzoek echter niet ingewilligd omdat volgens hem de raden van bestuur en commissarissen van een onderneming voorbehouden zijn beslissingen tot fusies zelf te nemen. Wel moeten volgens de rechter aandeelhouders daarbij betrokken worden.

HBG overweegt tegen de uitspraak in beroep te gaan. Reigersman betreurt dat de rechter niet heeft ingezien dat ,,aandeelhouders nauwelijks open stonden voor onze geluiden. In communicatie zijn er zenders en ontvangers. Wanneer die laatsten hun ontvanger niet aan hebben staan, houdt het al snel op.''

Het aandeel HBG steeg direct na de uitspraak met 1 procent, terwijl Heijmans en Boskalis daalden.