The Spoon regeert op sprint met ijzeren hand

De Canadese schaatser Jeremy Wotherspoon won gisteren zijn derde wereldtitel sprint. Gerard van Velde was met een vierde plaats de beste Nederlander. Jan Bos werd in Hamar door collega's als `een sukkel' bestempeld.

Schijnbaar moeiteloos schaatste Jeremy Wotherspoon gisteren in Hamar naar zijn derde wereldtitel op de sprint. In 1999 was de 25-jarige Canadees de beste in Calgary, op z'n thuisbaan, een jaar later prolongeerde hij zijn titel in Seoul. Alleen op de buitenbaan van Inzell liet hij vorig jaar een steekje vallen en moest hij landgenoot Mike Ireland en de Japanner Hiroyasu Shimizu voor zich dulden. In het Vikingschip regeerde The Spoon weer met ijzeren hand, in een toernooi dat hij als een aangename opwarmer voor de Winterspelen beschouwde.

Wotherspoon kon zich tijdens zijn races zelfs wat schoonheidsfoutjes permitteren. De tweede 500 meter, gistermiddag, was de enige van de vier races (2 x 500 en 2 x 1.000 meter) die hij niet won. Op die afstand eindigden de Amerikaan Casey FitzRandolph en Shimizu op de gedeelde eerste plaats. Het was de eerste keer dit seizoen dat de Japanse olympisch kampioen weer een 500 meter-race won. De kleinste schaatser van de sprintelite werd lange tijd geplaagd door rugproblemen, maar hij lijkt volledig hersteld.

Het erepodium in Hamar kende een volledig Noord-Amerikaanse bezetting. FitzRandolph had de zilveren medaille om zijn nek, de onttroonde wereldkampioen Ireland pronkte met brons. Ireland verspeelde zijn titel zaterdag al door een trage start op de eerste 500 meter. ,,Vanaf dat moment reed ik elke race als een trainingswedstrijd voor de Spelen'', zei de nummer drie in het Vikingschip van Hamar.

Achter het Noord-Amerikaanse trio was Gerard van Velde de beste Nederlander. Hij maakte met zijn vierde plaats het succes compleet voor de ploeg van TVM. Sinds twee jaar maken Wotherspoon, FitzRandolph en Ireland deel uit van het team van de Transport Verzekerings Maatschappij.

Van Veldes tiende WK was tevens zijn beste. Hoger dan de zesde plaats (Oslo '92) was hij niet gekomen. Bij de WK sprint van 1996 in Heerenveen beleefde hij een dieptepunt, nog voor de introductie van de klapschaats bij de sprinters: voor eigen publiek werd hij 33ste. Toen Van Velde vervolgens niet uit de voeten kon met de klapschaats, had hij bijna zijn carrière beëindigd.

Na zijn comeback behoort hij tot de wereldtop. De Nederlandse sprintkampioen won onlangs in Heerenveen met de Zuid-Koreaan Kyu-Hyuk Lee een wereldbekerrace op de 500 meter. In Hamar schaafde hij zijn 1.000 meter bij, de afstand die in een grijs verleden zijn specialiteit was. Hoogtepunt in Hamar: zilver zaterdag op de 1.000 meter, tweetiende van een seconde achter Wotherspoon.

Van Velde sloot de eerste wedstrijddag nog af met een tweede plaats in het tussenklassement. Maar omdat de verschillen met meer dan een een handvol schaatsers achter hem zo klein waren, paste hij ervoor om zich halverwege het toernooi rijk te rekenen. Uiteindelijk belandde hij net naast het podium. ,,Ik heb m'n laatste 1.000 meter verknoeid. Dit was een gemiste kans. Maar ik moet tevreden zijn met een vierde plaats in zo'n sterk deelnemersveld.''

Wotherspoon verliet Hamar als de favoriet voor de olympische 1.000 meter. Maar zowel Wennemars als Geert Kuiper, de coach van Van Velde, onderstreepte dat nog nooit een topfavoriet die afstand op de Winterspelen had gewonnen.

Wennemars eindigde vlak achter Van Velde als vijfde, onder meer dankzij een uitstekende tweede plaats, gisteren, op de 1.000 meter achter Wotherspoon. Op die afstand doet hij volgende maand een gooi naar olympisch goud.

,,Vier keer op rij ben ik vijfde geworden op het WK sprint'', zei Wennemars, in 1998 in Berlijn nog op het podium met een bronzen medaille. ,,Dat is toch heel constant.'' Lyrisch was hij over het niveau waarop het sprinten staat. ,,We zitten in een heel goeie lichting, met een brede top. Het bleef hier spannend tot en met de allerlaatste rit. Dat is bij het allrounden wel anders. Als je daar een goeie 500 meter rijdt, kan het al beslist zijn.''

En dan was Jan Bos er nog. De sprinter uit de DSB-ploeg schitterde vorige week in Heerenveen, waar hij de wereldbekerwedstrijd op de 1.000 meter won. Dat bood perspectief voor de WK sprint en voor Salt Lake City, waar hij ook op de 500 en de 1.500 meter aan de start verschijnt. Bos begon in Hamar veelbelovend, met een derde plaats op de 500 meter. Maar met zijn daaropvolgende veertiende plaats op de 1.000 meter, die hij weet aan het slechte ijs en los liggende blokjes, waren zijn kansen op de titel verkeken. Een podiumplaats was nog binnen bereik, maar op gedenkwaardige wijze verprutste hij gisteren ook die kans. Hij ging onderuit op de 500 meter toen hij op een blokje stapte en vergat als een beginneling van baan te wisselen op de afsluitende 1.000 meter. Bos tuimelde naar een gedeelde 34ste plaats in het eindklassement.

Zelfs kampioenen vergeten soms van baan te wisselen, zo bewezen Rintje Ritsma en Gunda Niemann op respectievelijk de tien en de vijf kilometer. Maar bij de Nederlander en de Duitse deed die blunder zich op de lange afstanden voor. Tijdens een rit op de 1.000 meter hoeven de schaatsers maar twee keer van baan te wisselen. En wie het presteert dat op die afstand te vergeten, wordt door collega's als een sukkel bestempeld. Ook oud-wereldkampioen Bos. Zijn verklaring: na zijn val op de 500 meter was hij onvoldoende geconcentreerd om nog een goede 1.000 meter te kunnen rijden. ,,Het was een hele domme actie.''

Op grond van de supervorm waarin hij al enige tijd steekt, durfde Bos op de valreep nog wel een gewaagde maar niet meer te bewijzen stelling aan: ,,Ik had hier makkelijk wereldkampioen kunnen worden.'' Wennemars reageerde ondubbelzinnig op die veronderstelling. ,,Gelul.''