`Sarajevo capituleert voor chantage Amerikanen'

De Bosnische regering lapte vorige week een vonnis van het Hooggerechtshof aan haar laars en leverde zes Arabieren uit aan de Amerikanen. De actie leidde tot commotie.

De overdracht, afgelopen donderdag, van zes van terrorisme verdachte Arabieren aan de Amerikaanse ambassade in Bosnië heeft woede, verwarring en twijfel veroorzaakt: woede bij de oppositie, mensenrechtenorganisaties en talrijke moslims, verwarring bij de rechterlijke macht, en twijfel bij veel media, die zich afvragen waarom de regering in Sarajevo juridisch fatsoen en eerbied voor juridische procedures vergeet als de Amerikanen haar onder druk zetten.

De feiten: in oktober vorig jaar werden in Bosnië zes mannen van Arabische herkomst opgepakt na tips van de Amerikanen. Ze werden verdacht van banden met Osama bin Laden en diens netwerk Al-Qaeda. Vijf van de zes mannen waren Algerijnen, de zesde een Jemeniet. Vijf van de zes hebben de Bosnische nationaliteit. Twee van de arrestanten zouden op hun mobieltjes hebben gesproken over de noodzaak, wraak te nemen voor de Amerikaanse oorlog tegen Afghanistan. ,,Morgen beginnen we'', zo zouden ze hebben gezegd. De volgende dag sloten de Amerikaanse en de Britse ambassade in Sarajevo hun deuren ,,wegens geloofwaardige dreigementen''. Na vijf dagen, toen de zes Arabieren waren opgepakt, gingen de ambassades weer open.

Een van de arrestanten, de Jemeniet Bensayah Belkacem, bleek in zijn telefoongeheugen het nummer van Osama bin Ladens kompaan Abu Bakr Zubeida te hebben. De anderen leken vooral zijn opgepakt omdat ze vaak met de twee hoofdverdachten hadden getelefoneerd. De enige arrestant met een niet-Bosnische pas had een schoonvader met een (nederige) functie op de Amerikaanse ambassade in Sarajevo. De schoonvader, die overigens met zijn schoonzoon niet kan communiceren omdat ze geen taal gemeenschappelijk hebben, werd direct ontslagen.

De informatie over de zes en hun belastende telefoongesprekken was afkomstig van Amerikaanse inlichtingendiensten, al is dat nooit met zoveel woorden toegegeven. Logisch, want de Amerikanen hebben niet het recht in Bosnië telefoongesprekken af te luisteren. Om diezelfde reden konden de Amerikanen het Hooggerechtshof, toen dat vorige week uitspraak deed over een verlenging van de detentie van de zes, geen banden met bewijsmateriaal overleggen.

Vorige week woensdag had derhalve het Hooggerechtshof van de moslim-Kroatische federatie, de hoogste juridische instantie van de federatie, geen keus: het gaf bevel de zes vrij te laten wegens het ontbreken van bewijsmateriaal dat een verdere detentie kon rechtvaardigen. De Kamer van Mensenrechten, Bosnië's hoogste instantie op het gebied van de mensenrechten, met zes Bosnische en zeven internationale rechters, beval op dezelfde dag dat de zes niet uit Bosnië mochten worden gedeporteerd.

Ondanks beide juridische uitspraken droegen de Bosnische autoriteiten de volgende dag de zes Arabieren zonder verdere plichtplegingen uit aan personeel van de Amerikaanse ambassade in Sarajevo. De zes zitten nu naar verluidt op een Amerikaanse basis in Duitsland. Tweehonderd bij de gevangenis betogende familieleden en vrienden van de zes werden donderdagavond door vierhonderd man oproerpolitie verspreid.

De Bosnische regering zat heftig in haar maag met de zes. Als zij hen verder zonder bewijs gevangen zou houden, zou ze openlijk een loopje nemen met 's lands rechtssysteem. Als ze de zes zou vrijlaten, zou de internationale gemeenschap over haar heenvallen: Bosnië beschermt terroristen! Uiteindelijk gaf vrees voor de reacties van de internationale gemeenschap de doorslag. De zes werden uitgeleverd en de rechterlijke macht in Bosnië staat in zijn hemd.

Critici van de regering stellen VN-missiechef Jacques Klein en de commandant van de vredesmacht SFOR, generaal John Sylvester, verantwoordelijk voor de onverkwikkelijke affaire: zij zouden de regering onder druk hebben gezet. De voorzitter van het Bosnische parlement, Sejfudin Tokic, ontkende dat: de beslissing werd genomen ,,zonder externe druk'' en was in lijn met Bosnië's belangen, want is niet ,,loyaliteit jegens de anti-terroristische coalitie een van de belangrijkste voorwaarden voor Euro-Atlantische integratie''?

Anderen zien dat anders: de uitlevering was een capitulatie en een schending van 's lands waardigheid. Het bestuur van de overkoepelende moslim-jeugdorganisaties in Bosnië meldde ,,bitterheid en schaamte te voelen'' omdat ,,wij blijken te leven in een land waar het juridische systeem wordt opgeschort door het willekeurige gedrag van de autoriteiten''. Het Bosnische Helsinki Comité oordeelde dat ,,een verbale Amerikaanse nota het juridisch systeem heeft overmeesterd'' met ,,druk en chantage''. En volgens de oppositionele moslimpartij SDA (die Bosnië tijdens de oorlog regeerde) ,,is duidelijk dat de autoriteiten een politiestaat willen vestigen'' nu ,,principiële normen en waarden zijn geschonden''. Strijd tegen terrorisme is één ding, aldus de vice-voorzitter van de SDA, Elmir Jahic, ,,maar niet met deze methoden; de burgers in Bosnië voelen zich niet veilig meer in hun eigen staat.''