Klein en hevig vuur

Houtkachels hoeven niet groot te zijn. Het rendement is hoog, de uitstoot relatief schoon. En ze zien er steeds fraaier uit.

Het is even rekenen, maar als we alle bomen in Nederland omhakken zouden alle Nederlandse huishoudens een jaar of tien warm kunnen blijven door het hout te verbranden. Dat scenario mag zijn bezwaren hebben, stoken met hout heeft veel voordelen. Bij verbranding van fossiele brandstoffen als steenkool, olie, gas en turf komt extra CO2 in de atmosfeer, die daar anders niet was terechtgekomen.Wie het broeikaseffect wil beteugelen kan zich beter warm houden met hout. Bij de groei wordt CO2 opgeslagen dat bij de verbranding weer vrijkomt. ,,Dat proces is CO2-neutraal'', stelt Eric Smit van TNO Milieu, Energie en Procesinnovatie.

Dik Geurts, oprichter en directeur van Dik Geurts Haardkachels in Elst, gaat nog een stap verder: ,,Ik heb me laten vertellen dat rotting schadelijker is voor het milieu dan verbranding, omdat bij het rottingsproces ook bepaalde zuren vrijkomen. Haha! Maar misschien ben ik nu wat al te positief over houtkachels.''

In 1979 al was Geurts zo positief over houtkachels (ook wel haardkachels genoemd) dat hij er zelf een in elkaar laste om zijn woonboot te verwarmen. Verbeteringen volgden elkaar snel op, nieuwe modellen werden ontworpen en in 1981 ging de verkoop los. ,,Het Rapport van de Club van Rome was verschenen, Den Uyl had gezegd dat het met de energievoorziening nooit meer zou worden wat het geweest was, er heerste werkeloosheid. En dus was men bewust bezig met energie'', aldus Geurts.

Hij behoorde tot een nieuwe generatie Nederlandse houtkachelbouwers die allemaal rond die periode begonnen. Beperking van de CO2 uitstoot was niet het belangrijkste wat hun kopers dreef. Nog interessanter was de binnenlandse beschikbaarheid van de brandstof en het grote rendement in vergelijking met de open haard: de meeste houtkachels van nu sturen 70 tot 80 procent van de hitte de kamer in, tot 85 procent komt ook voor, maar een open haard komt niet verder dan een procent of 20 – de rest verlaat de schoorsteen.

Die pluspunten ten spijt kregen houtkachels een slechte naam, en helemaal verdwenen is die niet. Wie er een koopt kan reacties verwachten als: ,,Ze zijn wel heel erg milieuvervuilend.'' Geurts wijt het probleem aan de mythe van de allesbrander. ,,Allesbranders bestaan niet en ze hebben nooit bestaan. Een kachel is gebouwd voor hout of voor kolen of voor iets anders.'' Maar begin jaren tachtig werden er kolenhaarden verkocht als `allesbranders' waar mensen alles in konden doen, ook geverfd hout en huisvuil. Omdat bouw en brandstof niet op elkaar waren afgestemd was de verbranding doorgaans zeer onvolledig en kwam er veel ellende in de atmosfeer.

De houtkachels van nu zijn allemaal TNO-gekeurd: een uitstoot met meer dan 0,4 procent koolmonoxyde komt niet meer voor, 0,2 procent is gebruikelijker, en ook de hoeveelheden kankerverwekkende polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs) zijn volgens Smit op een zeer laag niveau beland.

Mits – en nu komt het – de kachel juist wordt gestookt. Het rendement van de moderne houtkachel is zo hoog dat een gemiddelde woonkamer na een uur stevig stoken tropische temperaturen bereikt, ook als het buiten hard vriest. Voordat het zover is heeft de gemiddelde houtkachelbezitter de luchtschuif weten te vinden waarmee het vuur drastisch valt te temperen: vlammen zakken in, de temperatuur daalt, door zuurstoftekort wordt de verbranding onvolledig en houtgassen gaan onverbrand de lucht in.

Bij het kiezen van een gaskachel of een cv is de standaardvraag of hij genoeg capaciteit heeft – houtkachelverkopers maken zich eerder zorgen om het teveel. Of beter: dat zouden ze moeten doen, want veel kopers vallen voor grote en dus dure kachels, met grote ruiten want ze willen veel vuur zien. Een klein vuur stoken in een grote kachel is ook bezwaarlijk, omdat de temperatuur aan de randen dan te laag blijft (onder de 600 graden) voor een optimale verbranding. Jaarlijks worden in Nederland omstreeks 30.000 houtkachels verkocht. Dat aantal is vrij stabiel, maar de omzet stijgt de laatste jaren sterk. Geurts: ,,De klanten willen grote kachels – ik wil ze liever klein, met een compact vuur en volledige verbranding. Dat is een spanningsveld.''

Voor slimme houtkachelstokers zijn er toch weer allerlei oplossingen. Diep in de Belgische Ardennen bezocht ik ooit een gezin dat zich uitsluitend per houtvuur verwarmde. In de kamer met de kachel en op de bovenverdieping hingen cv-radiatoren die met elkaar in verbinding stonden, maar zonder een cv-ketel in het circuit: de radiatoren beneden werden warm van het nabije vuur, het warme water steeg naar boven en het koude water zakte naar beneden.

Wie geen betonnen verdiepingsvloeren heeft, maakt een of meer kleine luiken in het plafond waardoor overtollige hitte naar de bovenkamers kan stromen. Geurts en een paar andere fabrikanten zoals het Deense ABC kunnen in sommige modellen een warmwaterwisselaar monteren die deel is van het reguliere cv circuit. Wordt het toch kouder dan de cv thermostaat verlangt, bijvoorbeeld doordat de kachel uitging, dan slaat de cv verbranding aan. Geurts: ,,En in hetzelfde circuit kun je natuurlijk een zonnepaneel opnemen.''

Houtkachels zijn dubbel nostalgisch: je blijft zo toch een beetje verbonden met de mammoetjagers van wie we afstammen; en wie het idealisme en maatschappelijk engagement van een paar decennia geleden mist, kan zich CO2-neutraal verwarmen en vervolgens tegen de buren roepen dat ze dat ook zouden moeten doen.

Het uiterlijk van veel houtkachels past intussen goed in deze eeuw. In de werkplaats in Elst waar de werknemers van Dik Geurts duizend kachels per jaar in elkaar walsen, buigen, knippen en lassen, valt de moderne snit nog niet zo op: de kachels in wording ogen rafelig, ruw, bonkig. Maar in de aansluitende toonzaal waan je je even in een museum voor moderne kunst. Naast een traditionele kachellijn maakt Geurts, net als menige concurrent, houtkachels die ogen als moderne plastieken: een bolvorm die hangt aan de schoorsteenpijp, een ronde zuil die rond zijn as kan draaien – met de glazen deur naar de eethoek, de zitkuil of desnoods naar een muur – en sinds kort de kachel die als een televisie is opgenomen in een metershoog opbergmeubel.

Websites: www.mep.tno.nl; www.heat-world.nl; www.geurts.nl; www.attika.ch; www.austroflamm.com; www.hwamheatdesign.com; www.rais.dk.