Kijvende diva's en liefde tussen blank en zwart

In Den Haag vond dit weekend de zevende, uitverkochte editie van het culturele festival Winternachten plaats. Het thema: lust en liefde. ,,De man wil harde porno', zei Gerrit Komrij.

,,Beminde gelovigen, verliefden, geilaards en neuroten!' Gerrit Komrij is in een soort preekstoel uit het podium opgerezen, en slingert zijn cynische zedenpreek over seks de zaal in. ,,De man wil alles wat in de pornografie valt na te slaan. Hoe harder en gruwelijker de pornografie is, hoe eerlijker.' De zaal twijfelt of de schrijver het meent en lacht. Het is vrijdagavond, de zevende editie van het Haagse cultuurfestival Winternachten is begonnen. Het thema is `lust en liefde', in de geest van de komende Boekenweek, gekleurd door de diverse etnische achtergronden van de aanwezige schrijvers, dichters en muzikanten. In totaal 2200 bezoekers bezochten dit jaar het uitverkochte festival.

Na afloop van de preek kwamen Connie Palmen en Xaviera Hollander op het podium om Komrij van repliek te dienen. Palmen: ,,Als een psychiater dit zou lezen, zou hij zich ernstig zorgen maken. Waarom sla je mannen zo laag aan?' Komrij: ,,Ik ben zelf een man.' Verrassend genoeg viel Xaviera Hollander Komrij bij. ,,Angst en anger is wat seks boeiend maakt', zegt de voormalige hoerenmadam en schrijfster. Ze las een stukje uit Plato voor en werd onderbroken door Palmen, filosofe immers: ,,Wat wil je daarmee zeggen?' De twee bestseller-schrijfsters scherpten hun nagels.

Aan de gênante discussie kwam een einde toen Palmen een stuk voorlas uit haar nieuwe, in het najaar te verschijnen roman Geheel de uwe. Palmens broertje, zo deelde de schrijfster mede, had over het betreffende fragment gezegd dat het briljant was. In de nieuwe roman treedt een `columnist en Don Juan' op genaamd `Salomon Schwartz'. Deze figuur overlijdt al op de eerste bladzijde. Het lijkt erop dat Palmens het onderwerp van haar vorige boek nog niet volledig had uitgeput.

Na tien minuten nam Hollander wraak: ze onderbrak Palmen met een applausje en begon zelf voor te lezen uit haar laatste autobiografische boek Kind af. ,,Ik weet iets van timing', zei ze, ,,en ik heb geen lang voorspel nodig.' In de foyer van het Theater aan het Spui hield, na het optreden van de Zuid-Afrikaanse singer-songwriter David Kramer, dichteres Antjie Krog haar zedenpreek. Daarin werd de duistere zijde van de seks, waar Komrij slechts over speculeerde, huiveringwekkend concreet: het ging over seksueel geweld in Zuid-Afrika. Krog bracht de zes mannen ter sprake die ervan beschuldigd werden een baby te hebben verkracht – die dag had juist in de kranten gestaan dat de aanklacht tegen de zes mannen was ingetrokken wegens gebrek aan bewijs. Dat in Zuid-Afrika voor sommige kinderen verkrachting ,,deel uitmaakt van het dagelijks brood' dringt volgens Krog maar heel langzaam tot de wereld door. ,,De droesem bij ons is altijd verschrikkelijker dan jij je kunt voorstellen.'

Later op de avond las Krog nog op adembenemende wijze haar gedichten voor, die een ander beeld gaven van liefde en lust in Zuid-Afrika.

Zaterdagavond sprak Michaël Zeeman met de Surinaamse schrijvers Clark Accord, Cynthia McLeod en John H. de Bye over de liefdesgeschiedenissen in hun historische romans. De Bye trakteerde het publiek op een tenenkrommende seksscène uit zijn boek Ter dood veroordeeld, met daarin `kastanjebruine ogen', een vrouwenlichaam met een `bovennatuurlijke glans' en de `opperste extase' tot slot.

Subtieler was het fragment dat McLeod voorlas uit De vrije negerin Elisabeth, over de liefde tussen een zwarte vrouw en een blanke getrouwde man in de negentiende eeuw. De man bekent zijn liefde terwijl hij haar leert schaatsenrijden op een vijver in Den Haag. Zeeman merkte op dat precies zo'n liefdesverklaring `dezer dagen een veelbetekenend motief' vormt.

De drie schrijvers, zo werd duidelijk, wilden allen de clichés over het koloniale verleden van Suriname doorbreken, door over de geschiedenissen van individuen te verhalen. Over de liefde tussen slavenmeester en slavin bijvoorbeeld, zodat het beeld ontkracht wordt dat de slavernij louter tot wreedheden kon leiden. McLeod verwoordde het zo: ,,Als het Surinaamse volk geen toegang heeft tot de eigen geschiedenis, krijgt het een zelfbeeld van stereotypen en mythen.'