Kamerleden willen nog één keer vlammen... maar luistert er wel iemand... en wat doet het er dan toe?

Zoenen, handen schudden, schouderkloppen. De Tweede Kamer komt morgen terug van reces. Het wordt een `anders-dan-anders' weerzien. Voor heel wat parlementariërs betekent dit namelijk het begin van hun laatste periode als volksvertegenwoordiger. Zij keren na de verkiezingen van 15 mei niet terug. Omdat zij zelf niet meer willen, omdat hun partij hen niet meer wil of omdat de kiezer hun partij niet meer wil.

Partir c'est mourir un peu en het afstervingsproces gaat nu toch echt beginnen. Sommigen zullen het gelaten ondergaan, anderen zullen nog één keer van zich laten willen horen. Kortom, opperste waakzaamheid bij de diverse fractietoppen, want profilering is best, maar dan toch niet ten koste van De Partij. Die moet op weg naar de verkiezingen koste wat het kost eenheid uitstralen, want als de kiezer ergens niet van houdt is het ruzie. Dat wil zeggen: onderling gekrakeel.

Wat altijd helpt bij het in toom houden van Kamerleden die neigen naar eigenzinnigheid, is het wijzen op hun toekomst. De arbeidsmarkt voor gewezen Kamerleden is verre van florissant te noemen. Een duwtje van de partij kan dan ook wel eens van pas komen bij een sollicitatie naar, om maar eens wat te noemen, een voorzitterschap van een regionaal bureau voor arbeidsvoorziening. Maar ja, zoiets gaat natuurlijk minder gemakkelijk als partij en Kamerlid in onmin uit elkaar zijn gegaan. Gaat het zo? Ja, zo wil het wel eens gaan, want de Tweede Kamer is soms net een gewone werkgemeenschap.

Goed voor het CV van sommige vertrekkende Kamerleden kan het traditionele jaaroverzicht zijn dat Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven morgen zal verstrekken. Want de vraag buiten het Binnenhof is toch vaak wat al die 150 Kamerleden nu zo'n heel jaar uitspoken. In de jaarstaat van de Kamervoorzitter staat precies vermeld hoe vaak de Tweede Kamer in het voorbije jaar bijeenkwam, hoeveel bezoekers er werden geteld, hoeveel demonstraties het Binnenhof kreeg te verwerken etc. Altijd aardig voor de krantenkolommen is de naam van de persoon die de meeste schriftelijke vragen aan de regering stelde. De afgelopen twee jaar was dat telkens SP'er Agnes Kant. Ongetwijfeld staat zij ook nu weer hoog in de vragenhitparade. Zoals zij trouwens ook hoog op kieslijst van haar partij staat: op plaats twee.

Veel moeilijker in cijfers uit te drukken is de werkelijke parlementaire invloed op de regering. Anders gezegd: waar leiden al die honderden uren dat de Tweede Kamer `in plenaire zitting' bijeenkomt nu werkelijk toe? Volgens het oerprincipe van de parlementaire democratie zouden 150 Tweede-Kamerleden telkens geheel onbevangen het debat in moeten gaan, om aan het slot, op basis van alle gewisselde argumenten, hun mening te vormen.

De werkelijkheid is heel anders. In feite staan de standpunten al volledig vast voordat een debat begint. De teksten die in de Tweede Kamer worden voorgedragen, zijn dan ook voor 99 procent aan dovemansoren gericht. Goed voor het stenografisch verslag, maar niet voor de meningsvorming. De keren dat een individuele volksvertegenwoordiger zijn of haar stemgedrag baseert op wat er in de vergadering van de Tweede Kamer te berde wordt gebracht, zijn zeldzaam. Bij `brood-en-boter' onderwerpen gebeurt het in elk geval nooit, in kwesties waar het geweten meespeelt is de kans groter. Bij de debatten over gratieverlening aan de drie (later twee) van Breda speelde de individuele afweging bijvoorbeeld wel heel sterk. Toen twijfelden Kamerleden tot vlak voor de uiteindelijke stemming of zij voor of tegen gratie moesten stemmen.

Maar debatten die zo verlopen, zijn uitzonderlijk. De VVD-er Frans Weisglas maakt als vice-voorzitter van de Tweede Kamer heel wat beraadslagingen vanuit de voorzitterstoel `verplicht' mee. Weisglas geeft toe dat hij niet vaak een collega heeft horen zeggen dat deze `na het gloedvolle betoog van de minister volledig van mening was veranderd'. Het debat in het Nederlandse parlement is ,,nogal statisch'' formuleert Weisglas diplomatiek. Dat Kamerleden naar elkaar luisteren en zich vervolgens ook door elkaar laten beïnvloeden gebeurt al helemaal niet. ,,De woorden `ik heb me laten overtuigen' hoor je inderdaad niet vaak'', zegt Weisglas. Wat volgens hem nog wel gebeurt is dat de Tweede Kamer als gevolg van het betoog van een minister besluit een voorgenomen motie toch maar niet in te dienen.

Het houdt allemaal niet over en dus is de vraag waar al die ellenlange sessies in de Tweede Kamer nu eigenlijk toe dienen? Vooral ter verantwoording. Immers, ergens moet toch uitgesproken waarom men voor of tegen is. Wat daarbij helpt, is de manier waarop de opvattingen worden uitgesproken en bestreden. Kortom, de kunst van het debat. En daarmee is het nog steeds droevig gesteld. ,,Wij hebben geen rijke traditie van welsprekendheid in debatten'', zegt Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven in het voorwoord bij het boekje De kunst van het debat van `debatoloog' Peter van der Geer. ,,Elk debat sterft in saaiheid als politici geen zichtbaar plezier hebben in de kunst van het politieke debat'', schrijft hij. Van der Geer weet wel hoe het komt dat in het Nederlandse parlement het debat haast nooit uitkomt boven het niveau van de gedachtenwisseling. ,,Politici worden gerekruteerd vanwege hun kennis, ervaring of netwerk maar zelden gezeefd op bewezen debatttalent. Echt debattalent veronderstelt zowel dossierkennis als de vaardigheid overtuigend op te treden'', aldus Van der Geer.

Aan het slot van zijn boekje geeft hij `tien geboden' voor een politiek debater mee. Maar vijf daarvan zijn al genoeg om van de Tweede Kamer weer enigszins het hart van de democratie te maken: Elke mening mag worden betwist. Interrumpeer alleen als dat het debat verlevendigt. Verleid met welsprekendheid en humor. Verveel niet met details. Geef in elk debat wat te kiezen.

Het lesboek is er. Nu de mensen nog om het geleerde in praktijk te brengen.

Agenda: De Tweede Kamer zal deze week in elk geval met minister Korthals van Justitie praten over de kwestie van de vrijgelaten cocaïnesmokkelaars en zijn afgelopen vrijdag gepresenteerde plan van aanpak om de drugssmokkel tegen te gaan.

Voorts behandelt de Kamer de voorgestelde nieuwe opzet van het hoger onderwijs: de zogeheten Bachelor en Master structuur. Ten slotte staat nog de verhoging van de subsidie aan politieke partijen op de agenda.