Duurzaam of Leefbaar Nederland

Twee groepen leefbare Nederlanders richtten gisteren vlak bij elkaar ieder een nieuwe partij op. De partij van de monocultuur tegen die van de grenzenloze samenleving.

De afstand is hooguit een meter of tien, twaalf. Aan de ene kant van de hal in het Rotterdamse zalencentrum Engels staat de groep-Leefbaar, aan de andere kant de groep-Duurzaam. De blikken over en weer zijn ijzig. ,,Dit wist ik niet. Het moet toeval zijn dat ze hier ook zijn'', zegt Ronald Sörensen, mede-oprichter van Leefbaar Rotterdam, stellig. ,,Puur toeval'', lacht Manuel Kneepkens, initiatiefnemer van Duurzaam Nederland.

In de twee zalen werden zondag tegelijkertijd twee partijen geboren: in de ene werd onder luid applaus de nieuwe lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam benoemd: ,,Proféssor dóctor Pím Fortuyn!'' In de andere werd onder stevig gediscussieer het initiatief genomen tot de oprichting van Duurzaam Nederland. Voorman: dichter/raadslid Manuel Kneepkens. In de eerste zaal zaten vooral middelbare, blanke mannen, in de tweede meest jongeren en allochtonen.

Het zijn twee takken aan dezelfde stam. Twee jaar geleden deponeerde Manuel Kneepkens, die aan de wieg stond van Leefbaar Nederland, de naam Leefbaar Rotterdam bij de Kamer van Koophandel. Zijn Stadspartij doopte hij om tot `Stadspartij Leefbaar Rotterdam'.

Totdat Pim Fortuyn in beeld kwam als lijsttrekker van Leefbaar Nederland. Met diens denkbeelden (die `Polder-Mussolini') wilde Kneepkens niets te maken hebben. Zijn partij brak met Leefbaar Nederland en hij bereidde met andere dissidenten Duurzaam Nederland voor. LN-sympathisant Ronald Sörensen claimde snel de naam Leefbaar Rotterdam en benaderde Fortuyn.

En Fortuyn, lijsttrekker van Leefbaar Nederland, werd gisteren ook lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam. Twee functies die hij gemakkelijk denkt te kunnen combineren. ,,De gemeenteraad kan zijn werk in één dag doen.''

Zijn stellingen, gisteren: De middenklasse moet terug naar het centrum. De ,,monoculturen'' van alleen maar Turkse en Marokkaanse wijken moeten worden gebroken. ,,Desnoods met dwang.'' En er moet ook maar eens een einde komen aan het feit dat driekwart van de Turkse mannen zijn vrouw uit het land van herkomst haalt. Daverend applaus, een enkeling gaat staan.

In de zaal verderop zit een comité van zes, met Kneepkens en mede-oprichter Zeyfi Özgüzel in het midden, de oprichting van Duurzaam Nederland voor. Hier gaat de discussie over de uitgangspunten van de partij. ,,Wie heeft er bezwaren'', vraagt Özgüzel. Een vrouw steekt haar hand op. ,,Ik heb een vraag over het programpunt van `een grenzenloze samenleving'. Wat is daarvan het uitgangspunt? Het mijne is de Tien Geboden.'' Een oudere man gaat staan. ,,Ik stel de Universele Verklaring van de Rechten van de mens voor.'' Gerustgesteld gaat de vrouw zitten.

Een andere vrouw merkt op dat de programpunten veel lijken op die van de Groenen. Waarom sluiten wij ons daar niet bij aan, wil zij weten. ,,Wij moeten ons oor niet laten hangen naar links of rechts'', zegt Özgüzel.

Met een flesje cassis in de hand kijkt Kneepkens in de pauze naar een groepje rond Fortuyn, een paar meter verder. ,,Die heeft daar de macht gegrepen'', zegt hij. Dan rukt Ronald Sörensen zich los van Fortuyn, stapt op Kneepkens af en schudt zijn hand. ,,Dag Manuel.'' ,,Zo jongen, ben je bevrijd'', lacht Kneepkens. Sörensen kijkt zuur: ,,Zo zie ik dat niet.''