De tragiek van een victoriaanse familie

Verbitterde familieverhoudingen: niemand die het wil, en toch worden tal van families erdoor gekweld, van de hoogste tot de laagste kringen. De Engelse schrijfster Ivy Compton-Burnett, geboren 1884 in Londen, koos de gegoede burgerij tegen het einde van de 19de eeuw als onderwerp voor haar even satirische als tragische romans. In Daughters and sons (1937) toont zij zich een superieur schrijfster over het gezin Ponsonby, dat een landhuis bewoont niet ver van Londen. Victoriaanse beklemmingen, strak als het allerstrakste corset, vertroebelen de verhoudingen tussen een grootmoeder, haar dochter en zoon en hun kinderen. Drie generaties dus, vergiftigd door wederzijdse agressie, onderhuidse jaloezie en nauwelijks verholen tirannie.

Regisseur Annekee van Blokland komt de eer toe Compten-Burnett voor het theater ontdekt te hebben. Zij bewerkte eerder twee romans van haar, boeken geschreven in een tamelijk formele dialoogstijl, geglaceerd taalgebruik als het ware, die de haat op het eerste gezicht verdoezelt, maar eigenlijk nog pijnlijker maakt. Nu regisseert zij Dochters en Zonen.

Het decor bestaat uit tal van opgezette dieren (bunzing, ekster), stoelen, stapels Engelse theekopjes en lege tafels. Tegen de achterwand hangt een brede reep grof isolatiemateriaal, om het isolement van de familie te accentueren. Dominant aanwezig op haar stoel als troon is grootma Sabine Ponsonby, schitterend vertolkt door Ruurt De Maesschalck. Hij draagt een bontje, zwaait vervaarlijk met een wandelstok en houdt angstvallig iedereen in de gaten. Grootmoeders angst is niet te weten wat er in haar huis gebeurt. Ze opent ongevraagd ieders post, speelt kinderen en kleinkinderen, gouvernantes en een bezoekende dominee, tegen elkaar uit. De spelers vertolken allemaal meerdere rollen, een transformatie die zichtbaar op het toneel plaatsvindt. Een brilletje met parelkettinkje op de neus en een zoon verandert in een pinnige oude vrijster. De schuchtere France, een aankomend schrijfster, zet een bontmus op, wijzigt van houding en mimiek, en wordt een ander personage.

De verhaallijn is eenvoudig maar trefzeker. Na een uitvoerig exposé waarin de wederzijdse betrekkingen contour krijgen, blijkt dat France onder pseudoniem een succesrijk literair werk heeft geschreven. Hierin licht zij de familieverhoudingen door. Haar vader, een mislukt scribent, stuurt zij cheques toe. De man is buiten zinnen van trots en eigenwaarde, totdat tegen het slot de fatale onthulling komt.

Dochters en zonen is een well-made play, waarin uiteindelijk alle lijnen samenkomen. Hier en daar had de dramaturgie strakker en sneller gekund, er komen ineens wel heel snelle en nauwelijks voorbereide verwikkelingen. Dat neemt niet weg dat de spanning blijft, gedragen door het treffende spel van de acteurs. Naast De Maesschalck valt Nienke Römer op als France. Met juiste dictie en een wat verdwaasde blik typeert zij uitstekend de beginnende schrijfster. Titus Boonstra geeft op zeldzame wijze een oude vrijster gestalte, niet gespeend van zucht tot intrige. De laat negentiende-eeuwse hysterie, zoals ook Couperus die uitdrukt in Eline Vere, komt prachtig tot uitdrukking bij Marike van Weelden als de dochter.

In deze constellatie van hoffelijke personages die elkaar naar het leven staan, komen ook de andere personages goed tot hun recht. Elk van hen draagt het spannende dilemma in zich dat zo herkenbaar is: dat van de double-bind. Weg willen uit een verstikkende situatie, maar dat niet kunnen. Zo creëren schrijfster en spelers een prachtig zicht op de geheimste familierelaties, waarin de drang tot onafhankelijkheid het verliest van afhankelijkheid.

Voorstelling: Dochters en Zonen door Theater Bonheur naar de roman van Ivy Compten-Burnett. Vertaling: Hana Oberman; regie: Annekee van Blokland. Gezien: 15/1 Theater Bonheur, Eendrachtsstraat, Rotterdam. T/m 9/2 aldaar. Inl.: (010) 404 67 16; www.bonheur.nl.