Arafat is ontzettend stom geweest

Na 11 september hebben de Palestijnse autoriteiten unieke kansen laten liggen om het einde van de Israelische bezetting dichterbij te brengen, vindt Henry Siegman.

Het afgelopen half jaar had het vredesproces in het Midden-Oosten een uiterst grillig verloop. Na een beginperiode waarin zij betrekkelijk afzijdig bleef, nam de regering-Bush een aantal opmerkelijke initiatieven die de basis hadden kunnen gaan vormen voor hervatting van de politieke onderhandelingen. Maar na 11 september is de politieke dynamiek die ten grondslag ligt aan de houding van de regering-Bush tegenover het vredesproces in het Midden-Oosten, ingrijpend veranderd.

Omdat Amerika een gebaar moest maken naar zijn Arabische vrienden om hun steun te krijgen voor de oorlog tegen het terrorisme, verwelkomde Bush Yasser Arafat en de Palestijnse Autoriteit als partner in de nieuwe mondiale coalitie tegen het terrorisme die hij trachtte te vormen. Arafat had wijselijk besloten positief te reageren op de oproep van Bush aan alle naties om te verklaren of zij in deze oorlog `met ons of tegen ons' waren. De regering Bush stelde het in het bijzonder op prijs dat Arafat de bewering van Osama bin Laden, als zouden hij en Al-Qaeda de Palestijnse zaak steunen, onmiddellijk afwees. Hij werd beloond met de verklaring van de president op 2 oktober, die luidde dat een toekomstige regeling voor het Midden-Oosten volgens Amerika een Palestijnse staat zou moeten omvatten. Het was de eerste keer dat een Amerikaanse president die term bezigde.

Een nog uitgebreider en belangrijker verklaring over de koers van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten werd enige tijd later afgelegd door minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell. Hij hield op 19 november een toespraak in Louisville, Kentucky. Generaal Powell herhaalde de Amerikaanse oproep tot een einde aan het Palestijnse geweld, en hij liet die oproep voor het eerst expliciet vergezeld gaan van een oproep tot Israël om een einde te maken aan de bezetting.

Die uitspraak was zeer belangrijk, omdat zij suggereerde dat het Palestijnse geweld tegen de bezetting en het geweld dat de Israëlische bezetting meebracht, op de een of andere manier aan elkaar gelijk werden gesteld. Ook was het een antwoord op de ontkenning door Ariel Sharon van enigerlei Israëlische bezetting. (Sharon wil dat over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook gesproken wordt in termen van `betwiste' in plaats van bezette gebieden.)

Net als Bush sprak Powell van een Palestijnse staat en hij voegde er voor het eerst het woord `levensvatbaar' aan toe. Die kwalificatie betekent niet alleen een terugkeer naar de grenzen van vóór 1967, maar ook dat Israël en Palestina aan elkaar zullen grenzen.

Dit nieuwe Amerikaanse standpunt, dat vóór 11 september ondenkbaar was, hadden de Palestijnen moeten opvatten als een teken dat hun kansen waren gekeerd. Maar de leiders van de Palestijnse Autoriteit maakten een aantal domme fouten, die de Palestijnse zaak ernstig schaadden en zo funest waren dat Sharon er wel achter had kunnen zitten. Zelfs een Palestijns kind van zes jaar had kunnen inzien dat er voor de Palestijnse Autoriteit na 11 september maar één weg openstond: de Hamas en de Islamitische Jihad verbieden en een bondgenootschap met de regering Bush sluiten, dat voor Bush alleen maar waardevoller zou worden als de Verenigde Staten zouden besluiten de oorlog tegen het terrorisme uit te breiden naar andere landen in het Midden-Oosten.

Maar nee, de Palestijnse leiders wekten de indruk dat ze een spelletje speelden met de Amerikaanse president en zijn afgezanten.

Op zijn eerste reis naar het Midden-Oosten werd generaal Anthony Zinni onthaald op een serie bloedstollende zelfmoordbommen, en zijn missie liep uit op een jammerlijke mislukking. Ondanks dit debacle besloot Washington nog een poging te doen. Ditmaal werd generaal Zinnie verwelkomd met een Palestijnse poging een grote scheepslading wapens de Palestijnse gebieden binnen te smokkelen. Vervolgens hielden de Palestijnen absurd genoeg vol er niets van af te weten.

Het is best begrijpelijk dat de Palestijnen wapens willen hebben voor de oorlog die Sharon tegen hen voert. En het is hypocriet van Sharon om verontwaardigd te beweren dat Arafat de voorwaarden van de akkoorden van Oslo met betrekking tot wapenbeperking schendt, terwijl hij zelf tegen iedereen die het maar horen wil verklaart dat Oslo dood is.

Wat echter onbegrijpelijk en onvergeeflijk is, is dat ze zo onstellend stom zijn geweest om bij herhaling de gezanten van Bush te vernederen. En dat terwijl hij en het ministerie van Buitenlandse Zaken – tegen de sterke binnenlandse oppositie in het Congres in, om nog maar te zwijgen van de rechtse, pro-Israëlische stemgerechtigden – trachtten een beleid uit te zetten waarmee ze Sharons hardnekkige pogingen de hervatting van het vredesproces te saboteren, konden omzeilen.

Als het alleen om Yasser Arafat zelf ging zou het volkomen begrijpelijk zijn als Amerika zou besluiten het probleem te laten voor wat het was en hem in zijn sop gaar te laten koken. Maar het gaat niet om Arafat. Het gaat om de Palestijnen die onder het juk leven van een Israëlische militaire bezetting die nu in het vierde decennium is. Het gaat de Verenigde Staten ook om de gevaarlijke instabiliteit die zal voortduren en in ernst zal toenemen, omdat de Palestijnen vastbesloten zijn niet eindeloos in een hopeloze en uitzichtloze toestand door te blijven leven. Er is geen enkel excuus denkbaar voor de voortzetting van de bezetting, of voor aanvaarding daarvan door de internationale gemeenschap.

Al zijn de ernstigste beschuldigingen aan het adres van Arafat waar en al vrees je het ergste, zoals sommigen in Israël die de afschuwelijkste gevolgen voorzien als de Westelijke Jordaanoever en Gaza aan de Palestijnen worden teruggegeven, dan nog zouden de Israëlische strijdkrachten de zwakke en arme Palestijnse staat in een paar uur kunnen wegvagen als deze grensoverschrijdende aanslagen op Israël zou toestaan.

Bij de wrede represailles van de Israëlische defensiemacht in de bezette Palestijnse gebieden heeft deze nog geen fractie van zijn dodelijke vermogen gebruikt. De Israëlische defensie zou zich gerechtigd voelen dat vermogen in te zetten als Israël door een Arabisch buurland en niet door een door Israël bezet en beheerst volk zou worden aangevallen.

Waarschijnlijk zullen bepaalde Palestijnse leiders dit commentaar opvatten als het zoveelste bewijs dat ze in de steek worden gelaten door juist degenen in het westen die inzien dat de Palestijnse nationale strijd in wezen een gerechtvaardigde zaak is. Maar de Palestijnse leiders moeten beseffen dat het ergste verraad het verraad is van vrienden die hen voor de waarheid afschermen.

Henry Siegman is verbonden aan de Council on Foreign Relations.

© International Herald Tribune