Zwemstad wil ook breedtesport dienen

Eindhoven is niet alleen voetbal- en hockeystad, maar vooral ook zwemstad, na de olympische successen van Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn. Maar waar blijft het zwemstadion?

Al maanden is Eindhoven in de ban van die ene vraag, de vraag waar wethouder Han Scherf van Sport dan ook niet van opkijkt zodra hij hem krijgt voorgelegd: hoe staat het met het zwembad? Glimlachend: ,,Goed en dan bedoel ik ook echt goed.'

Eindhoven is niet alleen voetbal- en hockeystad, maar vooral ook zwemstad na de olympische successen van Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn. Kort na de goldrush in Sydney, met maar liefst vijf gouden medailles, gingen in de vijfde stad van Nederland (203.433 inwoners) stemmen op voor de bouw van een modern complex, ter vervanging van het sterk verouderde bad `een klotsbak' volgens de PSV-zwemmers waar de club nu op aangewezen is. In de olympische euforie kon het initiatief rekenen op steun van alle betrokken partijen: van gemeente tot provincie, van sportkoepel tot zwembond. Staatssecretaris Margo Vliegenthart (Sport) reserveerde een eenmalige rijksbijdrage van tien miljoen gulden voor wat het nieuwe nationale zwemstadion moet worden.

Bijna anderhalf jaar later moet de eerste paal nog geslagen worden. Tot ergernis van Van den Hoogenband, die drie maanden geleden dreigde te vertrekken ,,als die dorpsraad hier nog langer blijft treuzelen'. Verbale steun kreeg de kopman van de Philips-profploeg van zijn vader en voorzitter van de Stichting Topzwemmen Zuid-Nederland, Cees-Rein van den Hoogenband. ,,Die politici zien het belang van topsport voor de stad niet', luidde het oordeel van de medicus.

Maar die gedachte berust volgens Scherf, al bijna twaalf jaar wethouder van Middelen, Milieu en Sport, op een misverstand. ,,Ik begrijp hun ongeduld, maar laten we niet vergeten: het idee is na de Spelen ontstaan. We zijn nu veertien maanden verder, hebben in die tijd alle noodzakelijke stadia doorlopen en zijn nu zover dat we binnenkort de knoop doorhakken. Veel sneller had, gelet op de spelregels, niet gekund.'

Dinsdag buigt het college van B en W zich over het dossier dat Scherf en Guus Hulshof, hoofd Sport & Recreatie in Eindhoven, hebben opgesteld in opdracht van de raad. B en W zelf besloot begin november nog een aanvullend onderzoek te doen naar de financiële haalbaarheid en sloot een voor de zwemmers onaanvaardbare renovatie van de Tongelreep niet uit. Daarop dreigde Van den Hoogenband uit te wijken naar Rotterdam, de stad die plannen heeft voor de bouw van een topsportcomplex met daarin onder meer een 50-meterbad.

Details over de inhoud van het `dossier zwemstadion' weigeren Scherf en Hulshof prijs te geven, met het oog op de gesprekken met B en W. Al wil de eerste ,,wel een tipje van de sluier oplichten over deze unieke kans'. Zijn voorkeur gaat uit naar een nieuw te bouwen complex op de bestaande lokatie (Genneper Parken) ,,dat niet alleen overeenkomt met de landschappelijke wensen, maar daarnaast voldoet aan de internationale richtlijnen van de wereldzwembond, met behalve een 50-meterbad ook een inzwembad en een tien meter hoge duiktoren'. De totale kosten worden geschat op ruim 20 miljoen euro.

Eén vooroordeel wensen Scherf en Hulshof graag weg te nemen over het complex dat op z'n vroegst eind 2004 opgeleverd wordt. ,,Omdat de plannen voortdurend in relatie zijn gebracht met onze topzwemmers, is de indruk ontstaan als zou het puur en alleen om een topsportaccommodatie gaan', zegt Hulshof. ,,Dat is beslist niet waar, want het complex zal ook een toeristisch-recreatieve functie hebben en dient tevens de breedtesport.'

Ook in Eindhoven slokt de recreatieve sport het leeuwendeel van het budget op. Jaarlijks geeft de gemeente 11,2 miljoen euro (netto) uit aan sport. Slechts een fractie (151.200 euro) van dat bedrag komt ten goede aan topsport. Reden om aan die verdeling (98,65 tegen 1,35 procent) te sleutelen, hebben Scherf en Hulshof vooralsnog niet. Scherf: ,,Top- en breedtesport zijn niet los van elkaar te zien, alleen: topsport zou in sommige gevallen nog wat meer een voortrekkersrol kunnen spelen. Maar als het gaat om zwemmen, voetbal, hockey en tennis, durf ik te zeggen: dat doen wij ook.'

In tegenstelling tot veel andere grote steden beschikt Eindhoven niet over een publiek-private organisatie, die zich bezighoudt met onder meer de werving van sponsors en toernooien, en topsportontwikkeling. Maar dat, zo verklaart Scherf, is een bewuste keuze. ,,Wij geloven niet zozeer in directe financiële alswel in facilitaire ondersteuning. Waarbij de gemeente als eigenaar van de accommodaties optreedt als partner in communicatie en organisatie.'

In geval van nood kan de CDA-wethouder bovendien putten uit een evenementenfonds dat wordt gevuld met toeristische belastingen. Voor zover dat nodig is, weet Hulshof. ,,Want vrijwel alle topverenigingen in Eindhoven hebben een eigen, omvangrijke businessclub die goed functioneert en met wie wij goede contacten onderhouden. De bereidwilligheid is groot en de lijnen kort, wat de beslissingssnelheid ten goede komt.'

Daarnaast vertrouwt de gemeente een eigen netwerk, bestaande uit lokale (oud-)topsporters en bestuurders, de zogenoemde Eindhovense sportambassadeurs. Zeven leden telt `de denktank' inmiddels, onder wie PSV-voorzitter Harry van Raaij en, ironisch genoeg, de kritische Van den Hoogenband senior. Hulshof: ,,Mensen die over veel contacten beschikken, en daarom vaak als eersten weten wat er speelt en wat er al dan niet te halen is.'

Zo bemiddelde het jongste lid van de commissie, tennisveteraan Paul Haarhuis, onlangs met succes bij het `binnenhalen' van een toernooi uit de ATP-reeks voor senioren, met deelname van illustere namen als Björn Borg en John McEnroe. Verder vermeldt de Eindhovense kalender dit jaar onder meer het WK ijshockey voor B-landen, het Europa Cup II-toernooi (mannenhockey) en de Thomas and Uber Cup (badminton), naast reguliere evenementen als de marathon en het concours hippique.

Geldt het evenementenbeleid zoals in zovele steden als het visitekaartje van de gemeente (citymarketing), het accommodatiebeleid dient in de Lichtstad nog een ander, hoger doel. Scherf: ,,Onze infrastructuur deugt, en dat niveau moeten we vooral vasthouden. Al was het maar om aantrekkelijke vestigingsvoorwaarden te bieden, zoals nu met de komst van achtduizend mensen op de HighTech Campus van Philips.'

Elders in de stad koestert hockeyclub Oranje Zwart grootse plannen. Nog liever vandaag dan morgen zou de ambitieuze hoofdklasser beginnen met de aanleg van een tweede kunstwaterveld en een hockeystadion, naar het voorbeeld van HC Rotterdam. Maar die vurige wens staat op gespannen voet met het bestemmingsplan. Oud-voorzitter Joop Veelenturf, een van de zeven sportambassadeurs: ,,Ik geef niet op. De raad mag dan zeggen: zonder breedtesport geen topsport, andersom geldt dat evenzeer.'

Vijfde deel van een serie over het sportklimaat in grote steden. Eerdere afleveringen verschenen op 17 november, 8 en 22 december, en 12 januari.