Zalm bedreigd door honger naar energie

Het kabinet besloot gisteren dat Essent snel een vergunning moet krijgen om een waterkrachtcentrale te bouwen. Maar eerst moet de veiligheid van vissen zijn gewaarborgd, menen

Voor velen zijn het onbetwiste lekkernijen: zalm, zeeforel en paling. Daar is niets op tegen. Waar wel iets op tegen is, is het feit dat in Nederland nog steeds geen visgeleidingssystemen worden toegepast waardoor vissen veilig langs waterkrachtcentrales worden geleid.

Riviervissen, waaronder internationaal beschermde trekvissen zoals zalm, zeeforel en paling, lopen bij hun stroomafwaartse migratie grote kans te worden vermalen in de turbines van waterkrachtcentrales. De sterfte door turbines van waterkrachtcentrales is verontrustend hoog. Bij de huidige waterkrachtcentrales in de Maas bij Linne en Lith en de centrale in de Overijsselse Vecht bij Haandrik, sterft, afhankelijk van het type turbine, direct minimaal 16 procent van de populatie. De zogenoemde uitgestelde sterfte is daarbij niet inbegrepen, en bedraagt 10 tot 30 procent.

Vrijwel elke verwonding van de paling, zichtbaar of onzichtbaar, heeft tot gevolg dat die vis zich niet succesvol kan voortplanten omdat de paling voor de voortplanting nog een enorme reis naar de Sargassozee in de Atlantische Oceaan voor de boeg heeft. Van de jonge zalm die naar zee zwemt om op te groeien, sterft zo'n 11 procent direct na de turbines. De uitgestelde sterfte kan oplopen tot ruim 22 procent. Bij de zalm gaat het vaak om oog- en zwemblaasbeschadigingen, veroorzaakt door drukverschillen.

Op internationaal niveau blijken waterkrachtcentrales op dit moment de bottleneck te zijn bij het herstel van trekvispopulaties. Uit recent onderzoek van de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij blijkt dat er maar één centrale in de Maas bij hoeft te komen zonder goed werkend visafleidingssysteem, en het zalmherstelproject mislukt. De organisatie wijst er ook op dat de ruim duizend waterkrachtcentrales in West-Europa waarschijnlijk een belangrijke oorzaak zijn van de enorme achteruitgang van de palingpopulaties.

Niet voor niets sprak de Waalse delegatie tijdens de vergadering van de Internationale Commissie ter Bescherming van de Maas, vorig jaar november, Nederland aan op haar internationale verantwoordelijkheid inzake de doortrekmogelijkheden voor de zalm.

De overheid stelt zich tot doel dat in 2020 tien procent van de in Nederland gebruikte energie uit duurzame bronnen moet komen. Daarbij zou het aandeel waterkracht moeten verdrievoudigen. Door de nieuw geplande aanleg van waterkrachtcentrales in de Nederlandse en Belgische rivieren dreigt zich een ecologische ramp te voltrekken. In het Nederlandse deel van de Maas zijn Borgharen, Sambeek en Grave fel begeerde locaties. De ecologie en de visstand vragen om een gedegen stroomgebiedsplan waarin het aantal te bouwen centrales aan een maximum wordt gebonden en waarin strenge eisen worden gesteld met betrekking tot de bescherming van vissen.

De schade door waterkrachtcentrales kan worden geminimaliseerd door de aanleg van visafleidingssystemen. Er bestaan afweersystemen die gebruik maken van bijvoorbeeld licht en geluid om vissen af te schrikken. Deze systemen zijn ontwikkeld op basis van het gedrag van specifieke vissoorten. De beste resultaten zijn op dit moment behaald met mechanische visafleidingssystemen die in de Verenigde Staten worden ontwikkeld en waarbij alle soorten vis worden omgeleid met behulp van een fysieke barrière. Op termijn zouden deze systemen ook in Nederland toegepast kunnen worden.

Met het oog op deze ontwikkelingen baart het nieuwe project van energiemaatschappij Essent grote zorgen. Essent wil een waterkrachtcentrale bouwen bij de stuw van Borgharen. De KEMA heeft voor Essent een plan opgesteld voor een visweringssysteem met licht en geluid, waarbij zij een zeer optimistische schatting maken van een veilige passage van 98,1 procent (sterfte 1,9 procent). Deze schatting vloeit niet voort uit gedegen praktijkonderzoek, maar is gemaakt op basis van berekeningen.

Allereerst moeten echter deugdelijke visgeleidingssystemen worden aangelegd bij de bestaande waterkrachtcentrales. Nieuwe waterkrachtcentrales zouden alleen mogen worden toegestaan als de visgeleidingssystemen zich bij de bestaande centrales hebben bewezen, waarbij een veiligheid van 99 procent gegarandeerd moet zijn. Alleen dan is er een toekomst voor de zalm, zeeforel en paling.

Reina Kuiper is verbonden aan de Stichting Reinwater en Franklin Moquette is verbonden aan de Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties.