Wie snottert nog om 9/11?

Correspondent Viktor Frölke bericht eens in de twee weken over het drukke bestaan in New York.

In Amerika wordt wat afgejankt. Ook mannen doen mee. Onlangs Dan Rather nog, de anchor van CBS, die een paar oorlogen als televisieverslaggever achter de kiezen heeft. Kon zich niet meer inhouden. 9/11 was hem te veel geworden.

Genant? Misschien. Maar wel een vorm van closure voor al die mensen die thuis zaten te simmen.

Er zijn vier soorten huilen. Brullen, janken, snikken en simmen. Het voordeel van simmen is dat het nauwelijks geluid maakt. Er komen geen tranen aan te pas. Simmen is de oplossing voor mensen die willen huilen maar daarbij zo min mogelijk mensen – inclusief zichzelf – tot last willen zijn. Veel mensen die zeggen dat ze een potje hebben zitten janken, simden in de praktijk. Het scheelt niet veel of simmen was helemaal geen huilen geweest.

Snikken is voor een groot deel sniffen. Een paar tranen rollen langzaam over de wang naar beneden, om, bij voldoende momentum, van de kin af te vallen en te worden geabsorbeerd door kleding of vloerkleed.

Janken is ouderwets schreien, waarbij voor tenminste een paar minuten wordt gesnotterd, getraand, en gejammerd. De janker heeft geaccepteerd dat er geen weg meer terug is. Meestal is hij nog in staat geweest de eerste jankopwellingen door te slikken, maar daarna breken de dammen door. Soms probeert de janker nog iets te zeggen, tussen het gehik en gesnotter door. Het is onverstaanbaar. Dan hapt hij weer naar adem en boe-hoe.

Behalve bij baby's is brullen zeldzaam. Brullers zijn ontroostbaar. Ze hebben iedere controle over keel en traanbuis verloren. Het lichaam schokt, er wordt gestampvoet. Na afloop is het hoofd van de bruller helemaal verfomfaaid.

Heb ik een traan geplengd over 9/11? Huil je om een gruwelijke, maar onpersoonlijke gebeurtenis? Zo ja, hoe?

Twee weken na de aanslagen zag ik op de kruising van West Broadway en Canal Street een foto op de stoep liggen van een vermiste. Een leuke vent. Hij zat met zijn vriendin, die ook leuk was, op de bank. Ze dronken een wijntje. Ik moest heel even snikken.