Smetvrees

Een paar jaar geleden belandde ik in Rome samen met een Nederlandse vriendin in een café-chantant. De eigenaar, een gezette Napolitaan die zijn schaapjes op het droge had en zich een permanente glimlach kon veroorloven, kende haar en pakte meteen zijn gitaar om een ode te brengen aan ons land van herkomst. Voor een publiek van twee zong hij een paar liedjes over een Holland die geheel en al uit zachtmoedige cliché's waren opgetrokken; blozende boerenmeisjes, verdrietige haringvissers en duizenden tulpen in bloei. Een grote groep Italianen arriveerde, met de gedwongen uitgelatenheid van een bedrijfsuitje.

Voor hen zong de eigenaar een Napolitaans volksliedje. Een van de vrouwen in het gezelschap stak haar hand op en zei minzaam dat ze er niks van verstaan had, vanwege het ,,dialect'' van de zanger. Haar eigen accent plaatste haar in Milaan. De glimlach op het gezicht van de Napolitaan werd strakker en hij begon ogenblikkelijk met een tour de chant die hem door iedere regio van Italië voerde, afgewisseld met een spervuur van schimpscheuten richting het noorden van het land, waar ze geld hadden maar geen cultuur, etc. De vrouw uit Milaan en nog wat noordelingen in het publiek kaatsten terug. Regionale gevoeligheden werden over en weer uitgespeeld, zogenaamd ironisch, maar met een onmiskenbaar serieuze ondertoon. Het bleef nog net gezellig. Mijn vriendin en ik zaten er wat verloren bij. Voor de bekvechtende Italianen bestonden we eenvoudig niet meer, ze hadden het veel te druk met provinciale steken onder water uitdelen. De enige werkelijkheid die hier telde, was de Italiaanse.

Om de zoveel tijd spreekt iemand de angst uit dat Italië uiteen zal vallen, de economische en sociale spanningen tussen noord en zuid zouden eenvoudig te groot zijn. Maar die avond in het Romeinse café leerde me dat al dat geruzie en verbeten gebekvecht eerder een gevoel van verbondenheid uitdrukte, een rotsvast familiegevoel. Je bent waar je vandaan komt en die eigenheid kan je tegenover de mentaliteit van andere regio's en steden zetten, maar al die gevoeligheden strekten zich niet over de grenzen van Italië heen. Italië is het enige echte referentiepunt, de rest van de wereld speelt nauwelijks een rol in je bewustzijn. De rest van de wereld bestaat eigenlijk niet, niet echt.

Het is die permanente Italiaanse bewustzijnsvernauwing die in Nederland verwondering wekt. De Europese eenwording krijgt nauwelijks vat op de Italiaanse identiteit, omdat het een kleurloze abstractie blijft, die niets met familiegevoel te maken heeft. Het enige belang dat als reëel wordt ervaren is het eigenbelang. Veelzeggend was de hysterische toon van de Italiaanse Europarlementariërs, toen een Italiaanse televisieploeg tijdens de rellen van EK-voetbal in Rotterdam een paar klappen had gekregen van de Nederlandse politie; de verschrikkingen van Rwanda konden worden aangeroepen, omdat zelfs die ondergeschikt waren aan de eigen kleine belevingswereld.

Omgekeerd is er Italiaanse verwondering over het gebrek aan culturele identiteit in Nederland. In het televisieprogramma RTL Boulevard, een door gezellige Hollandse homo's gepresenteerd gossipmagazine, zag ik een fragment uit een Italiaanse familieshow van de Rai Uno: de presentator vroeg een halfblote blonde bimbo, die een Nederlandse moeder scheen te hebben, wat toch de verklaring kon zijn voor die vreemde euromanie in Nederland. In Italië zag nog bijna niemand de euro als echt geld, terwijl in Nederland de gulden al bijna volledig uit het collectieve geheugen was gewist. De bimbo liet het raadsel intact. Maar je kunt je die Italiaanse verbazing wel voorstellen; waar de gemiddelde Italiaan geen besef heeft van een realiteit anders dan de Italiaanse, zo lukt het de Nederlander maar niet greep te krijgen op zoiets als een eigen nationaal zelfbewustzijn, alle fora en discussies en ingezonden stukken ten spijt.

Wanneer iemand durft te roepen dat Nieuwe Nederlanders zich de Nederlandse identiteit dienen eigen te maken, rijst meteen een koor aan stemmen op dat beweert dat zoiets helemaal niet bestaat. Wanneer een in Nederland wonende Française een heel boek vol schrijft over haar stelling dat Nederlandse mannen niet weten hoe ze een vrouw moeten verleiden, roept niemand tegen de schrijfster dat ze misschien maar eens in de spiegel moet kijken, integendeel, er wordt braaf ingegaan op onze vermeende horkerigheid. Iedere eigenschap die ons wordt toegedicht, hoe slecht ook, is er tenminste een. Wanneer de Nederlandse correspondent van deze krant in Frankrijk in deze krant durft te schrijven dat hij Fransen onfris vindt ruiken, dan pas breekt de hel los. Het lukt ons moeiteloos ons met beledigde Fransen te identificeren.

Toch groeit het verlangen te definiëren wat typisch Nederlands is; behalve ergernis over de Italiaanse culturele kortzichtigheid, maakt de vanzelfsprekende manier waarop de meeste Italianen zich tot hun eigen land verhouden ook jaloers. Een beetje meer nationale eigenwaan zou soms best lekker zijn.

Maar je hebt het nog niet gedacht of de twijfel slaat toe. Stel je voor dat je werkelijk tot Nederland veroordeeld zou zijn, zoals de Italianen tot Italië en de Fransen tot Frankrijk. Want wat is authentiek Nederlands? Laten we eerlijk zijn: de kieslijst van Leefbaar Nederland. Probeert lijsttrekker Pim Fortuyn zich nog te profileren als een massamediagenieke leidersfiguur, het zootje Hollands ongeregeld dat zich een plaatsje onder hem heeft weten te verwerven, maakt meteen de kosmopoliet in je wakker. Henk Wijngaard, Jan Bik, Tjerk Westerterp, Wien van den Brink, Fred Teeven ik miste nog Chiel Montagne en Tina Trucker. Zelden was rancune zo vleesgeworden. Benepen, agressief, kleinzielig, verongelijkt; Hollandser kan het niet.

Zeven zetels, hoogstens.

Wanneer in Nederland door cultuurfilosofen over het onvervreemdbare eigene wordt gemijmerd, worden altijd Rembrandt en Vermeer aangeroepen, en nooit Joop van den Ende en Jan Bik. Maar naarmate het verlangen de werkelijkheid nadert, neemt ook de smetvrees toe. Misschien had dit het antwoord van de Italiaanse bimbo aan de presentator van Rai Uno moeten zijn: het is niet zo dat Nederlanders zich massaal op de euro hebben gestort omdat ze geen gevoel van eigenheid hebben. Integendeel, ze willen er juist aan ontsnappen.