SCHIJNPLANETEN

De vreemde vrij rondzwervende planeten in de richting van het centrum van het melkwegstelsel die de Amerikaanse astronoom Kailash Sahu en zijn collega's afgelopen juni in Nature vermeldden, bestaan helemaal niet. De Hubble-ruimtetelescoop had bij zes sterren in het melkwegcentrum een kortstondige helderheidstoename geregistreerd die leek te wijzen op de lenswerking van het gravitatieveld van een donker object dat er precies vóór langs was geschoven. Het zou om planeten kunnen gaan die aan de greep van hun ster waren ontsnapt, maar daar zouden er dan wel heel veel van moeten bestaan!

Jay Anderson en Ivan King, van de universiteit van Californië in Berkeley, vertrouwden de Hubble-opnamen niet en namen de sterbeeldjes nog eens nauwkeurig onder de loep.De detector van de camera van de Hubble-telescoop bestaat uit een fijn netwerk van beeldpunten. Deze pixels krijgen een elektrische lading als er licht op valt, maar ook als ze worden getroffen door een deeltje van de kosmische straling. Slaat zo'n deeltje aan of binnen de rand van een sterbeeldje in, dan lijkt die ster opeens helderder. In de Astrophysical Journal Letters van 20 januari laten Anderson en King zien het aantal gedetecteerde `planeten' ruimschoots kan worden verklaard door het verwachte aantal deeltjes van de kosmische straling. De Hubble heeft schijnplaneten gezien.