Palestijnse politieman gooit stenen naar tanks

,,De Israëliërs kunnen gerust zijn. Wij zullen echt niet vergeten wat ze ons allemaal aandoen'', zegt een stenen gooiende, 19-jarige Palestijnse politieagent in Ramallah.

,,Nog eentje! Nog eentje!'', scanderen de ongeveer honderd Palestijnse jongens als vanachter de Israëlische tanks, jeeps en bulldozers driehonderd meter verderop weer een traangasgranaat op hen wordt afgeschoten. Een waaghals pakt de granaat en smijt hem naar een veldje verderop. Zijn kameraden hervatten hun liedje: ,,Het speelkwartier is voorbij, met een Katsjoesja-raket blazen we de jeep op!''

Maar het blijft vooralsnog bij stenen gooien, net buiten het hoofdkwartier van Yasser Arafat in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. Al sinds begin december mag Arafat Ramallah niet meer uit, als Israëlische vergelding voor een Palestijnse aanslag in de kustplaats Haifa. Nadat een Palestijn donderdagnacht zes Israëliërs doodschoot in Hadera, staan nu op honderd meter afstand van Arafat's hoofdkwartier Israëlische tanks. De maatregelen worden pas teruggedraaid als Arafat een lijst Israëlische eisen inwilligt, waaronder uitlevering van de moordenaars van Israëls minister van Toerisme Ze'evi. Ook kondigde een Israëlische woordvoerder kort na de aanslag in Hadera een Israëlische wraakactie aan ,,die de Palestijnen nooit meer zullen vergeten''.

De 19-jarige Rami legt zijn steen even neer en snuift. ,,De Israëliërs kunnen gerust zijn. Wij zullen echt niet vergeten wat ze ons allemaal aandoen. En we zullen wraak nemen.'' Rami is in het dagelijks leven politieagent, een riskant beroep dezer dagen nu Israël geregeld Palestijnse politiebureaus bombardeert. Hij verdient 300 euro per maand, net genoeg om twee weken van rond te komen.

Een van Rami's beste vrienden, ook bij de politie, verzeilde tijdens een Israëlische invasie in een vuurgevecht en is nu `martelaar'. ,,Mijn beurt komt nog'', zegt Rami met een onpeilbare glimlach, hij heeft al foto's laten maken voor de poster die van iedere martelaar wordt vervaardigd.

Algemeen wordt aangenomen dat de Israëlische tanks bij Arafat's hoofdkwartier uiteindelijk de val van Arafat en zijn kliek tot doel hebben. Premier Sharon en zijn entourage hebben Arafat als ,,irrelevant'' bestempeld en zeggen te wachten op een nieuwe, meer kneedbare generatie Palestijnse leiders. Maar een middagje praten met de jonge stenengooiers en toeschouwers bij het belegerde hoofdkwartier van Arafat zal Sharon weinig reden tot hoop geven.

Gevraagd naar het nut van zelfmoordaanslagen zoals in Hadera zegt Rami's maatje Ibrahim: ,,Als wij een paar joden doden, staat de hele wereld op zijn kop. Maar als Israël een Palestijns kind van drie maanden doodschiet, als Israël onze steden afsluit, ons land afpakt, onze huizen verwoest dan is het stil.''

Vervolg RAMALLAH: pagina 4

'Een martelaar gaat toch niet echt dood'

Vervolg van pagina 1

,,We kunnen twee dingen doen, ons laten afslachten, of ons laten afslachten en daarvoor wraak nemen'', zegt Ibrahim. ,,Overal waar ik ga, vraagt een Israelische soldaat om mijn identiteitsbewijs. Door de afsluitingen kan ik al een maand niet naar huis, terwijl dat acht kilometer verderop ligt. Ik moet in een hotel zitten. Weet je wat dat kost?''

Ibrahim wordt onderbroken doordat een Israëlische scherpschutter tien rubberkogels op een groepje toeschouwers afvuurt. Een van hen is in het oog getroffen, en ligt nu op de grond. Voor de camera's van de Arabische zenders voert de gereedstaande ambulance hem af. ,,De wereld zwijgt over ons lijden, maar wij kunnen niet zwijgen,'' vervolgt Ibrahim. ,,Als wij geen martelaaroperaties uitvoeren, gaan bij Israël helemaal alle remmen los. De operatie in Hadera was zelfverdediging.'' Hij staat weer stenen te gooien, een bezigheid waarvan hij zelf de futiliteit toegeeft. ,,Maar we moeten toch iets doen om te laten zien dat we nog steeds bezet worden?''

Zo gaat het een paar uur door. Een enkele keer verschijnt opeens een bezorgde moeder op zoek naar haar zoontje. Tot diens afgrijzen wordt hij ten overstaan van zijn vriendjes door mama naar huis meegesleept. Het aantal toeschouwers en stenengooiers blijft intussen schommelen rond de tweehonderd, niet bepaald een massaal Palestijns vertoon van verontwaardiging. Dit bevestigt de indruk onder waarnemers dat de intifadah steeds meer een zaak is van de elites en kleine groepen activisten. Een snel groeiende meerderheid heeft zich afgekeerd van de politiek, en verklaart in opiniepeilingen geen enkele partij of factie te steunen. Wie nog wel actief is, radicaliseert snel. In een opvallend opiniestuk in de International Herald Tribune van gisteren verdedigt de mateloos populaire intifadah-leider Marwan Barghouthi in alle openheid de pogingen van Palestijnse groepen om zich te bewapenen met Katsjoesja raketten en ander geavanceerd wapentuig.

Twee jongens bij Arafat's hoofdkwartier willen hun naam niet geven, maar leggen met alle plezier uit waarom zij vinden dat de intifadah nog helemaal niet zo slecht verloopt. ,,Onderhandelen heeft geen zin want Israël is toch niet van plan ons een staat te geven. Dat is de afgelopen jaren wel gebleken. Gewapende strijd is dus onvermijdelijk.'' Zijn maatje valt hem bij: ,,Door onze operaties zijn de joden nu bang. Kijk maar naar die nederzetting hier, Psagot. De kolonisten daar durven 's avonds hun huis niet meer uit. Wij moslims weten dat we een rechtvaardige strijd voeren. Wij zijn niet bang om te sterven, want een martelaar gaat niet echt dood. Inderdaad, wij vechten tegen een overmacht. Tanks, F-16 straaljagers, helikopters, al die hulp uit het Westen Israël heeft Amerika, maar wij hebben Allah.''