Oranje boven

Gisteravond fijn gekeken naar het televisiegesprek van de kroonprins en zijn bruid met het ongekroonde vorstenpaar van de publieke omroep. Wat kinderachtig, dat Paul Witteman al tevoren de krent uit de pap had gevist. In het Vara TV Magazine plaatste hij zichzelf als nieuwsbron in het middelpunt door alvast te onthullen hoe het bruidspaar aankijkt tegen de positie van de heer Zorreguieta. Dat was niet professioneel van Witteman. De rechten op het televisiegesprek berusten bij de NOS die een strikt embargo had ingesteld. Geef je het nieuws weg, dan benadeel je je opdrachtgever, je schendt de afspraak tussen NOS en RVD (een voorwaarde voor het interview) en je zet andere media op achterstand.

Het is in de journalistiek een ongeschreven regel dat een eenmaal geschonden embargo komt te vervallen. Ik meende op die grond na de faux pas van Witteman aanspraak te hebben op het transcript van het vraaggesprek. Helaas, na veel soebatten kreeg ik, als bijzondere gunst, alleen de al uitgelekte passage.

Daaruit blijkt dat de prins van Oranje worstelt met een loyaliteitsconflict. Hij wilde, vanzelfsprekend, Máxima te hulp schieten. Welke hork laat zijn geliefde op zo'n lastig moment bungelen? Daar staat zijn constitutionele verplichting tegenover om het zwijgen te bewaren over het regeringsbeleid in de kwestie-Zorreguieta. Enige loyaliteit jegens premier Kok en anderen die zich hebben uitgesloofd om zijn huwelijk politiek mogelijk te maken, zou ook wel op zijn plaats zijn geweest.

Niemand kan van Máxima verwachten dat zij haar familie publiekelijk afvalt. De dagen zijn voorbij waarin stadhouder Willem III oorlog voerde tegen zijn schoonvader om het bezit van de Engelse kroon. Dit met volle instemming van zijn vrouw Mary, die de verdrijving van haar koninklijke vader ruimhartig steunde. Dynastieke conflicten, daar doen we niet meer aan.

Uit dochterlijke liefde, en dat is sympathiek, houdt de toekomstige prinses der Nederlanden tegen beter weten in vol dat zij haar vader gelooft. Goed, laat haar geloven dat Zorreguieta niets heeft geweten van martelingen en verdwijningen in Argentinië tijdens het regime-Videla waartoe hij behoorde. Maar wat gelooft prins Willem-Alexander? Zijn interventie op het moment dat het rapport-Baud ter sprake kwam, geeft antwoord op deze vraag.

Volgens het rapport-Baud kan het niet anders of Zorreguieta wist heel goed dat de junta op grote schaal ,,subversieve elementen'' liet folteren en vermoorden. De kroonprins kwalificeerde het rapport als een mening waar andere meningen tegenover staan. Nu kan men betogen dat dit slechts een feitelijke constatering is die op zichzelf nog geen oordeel inhoudt. Het is waar dat tegenover de mening van Baud de mening van Videla staat. Even waar is, dat tegenover de mening van de Amerikanen de mening van Bin Laden staat. Tegenover de mening van Mandela had je die van de voorstanders van de apartheid. Ja, er zijn heel wat meningen in de wereld. Zo heb je ook de mening van de holocaustontkenners. Constateren dat zulke meningen bestaan, betekent nog geen instemming ermee.

Expliciet velde Willem-Alexander dus geen oordeel over de vraag of Zorreguieta medeplichtig is geweest aan ernstige schendingen van de mensenrechten. Maar impliciet gaf hij – door het rapport-Baud te degraderen tot een willekeurige privé-opvatting van een willekeurige professor – te kennen het faliekant oneens te zijn met de afgedwongen afwezigheid van zijn schoonouders bij de huwelijksvoltrekking. Dit gesputter laat zich niet verenigen met het karakter van dit huwelijk: geen privé-aangelegenheid, maar een staatszaak.

Het zou misschien te ver gaan uit de impliciete afwijzing van de door de regering gekozen benadering de conclusie te trekken dat de parlementaire toestemming tot het huwelijk op valse gronden is verkregen. Maar wel geeft de reactie van Willem-Alexander opnieuw voedsel aan ernstige twijfel over zijn inzicht in zijn huidige en toekomstige constitutionele positie. Per slot van rekening pleegde hij recidive. Hij was al eens door de minister-president tot de orde geroepen wegens een soortgelijke uitglijder.

Dit kan niet meer worden afgedaan als een beetje dom. De vraag over de banale uitvluchten van Zorreguieta was te verwachten. De kroonprins zal zich dus op een antwoord hebben voorbereid. Zijn adviseurs moeten hem er op gewezen hebben dat het bagatelliseren van het rapport-Baud zijnerzijds een uiterst pijnlijke staatsrechtelijke dwaling inhoudt. Of hebben die adviseurs hem wijsgemaakt dat hij, gegeven de populariteit en het geslaagde charme-offensief van Máxima, zich wel een aardig publiek gebaar naar zijn schoonouders kon veroorloven? En wat zegt dat over de innerlijke overtuigingen van de kroonprins aangaande de mensenrechten en de slachtoffers van het regime-Videla? Ik vrees dat hij daar onverschilliger over denkt dan over de geloofwaardigheid van zijn schoonvader.

Bijna twee eeuwen geleden, in 1813, aanvaardde Willem I de Nederlandse soevereiniteit ,,onder waarborging eener wijze constitutie'', zoals hij officieel zei, maar officieus merkte hij op: ,,De grondwet hoeft slechts beschouwd te worden als een stuk speelgoed in handen van het volk, om dit den waan van vrijheid te geven, terwijl men het in wezen kneedt naar de omstandigheden.'' Naar aanleiding hiervan vroeg de historicus Jan Romein zich af: ,,Had hij ongelijk zo te spreken, als hij zich in het `Wien Neerlands Bloed' hoorde toezingen, dat het volk slechts zijn `huisgezin' was?''

Willem-Alexander stelt ons een soortgelijke vraag. Het lijkt de laatste weken (en naar te vrezen valt minimaal tot en met 2 februari) soms wel alsof we nog in 1813 leven. Zo stond het in de proclamatie van 17 november van dat jaar waarmee de regenten Oranje als toekomstige koning binnenhaalden:

Het volk krijgt een vrolijke dag

Op gemeene kosten

Zonder plundering noch mishandeling.

Elk dankt GOD.

De ouden tijden komen wederom

Oranje boven!

Die vrolijke dag, die komt er wel. Over de gemene kosten maak ik me niet druk. Zesduizend politiemensen verhinderen plundering. Burgemeester Cohen dankt nogmaals God. En als in oude tijden verenigt de aanhankelijkheid aan Oranje het vulgus en de weldenkenden tot gezellig huisgezin.