MISVERSTANDEN

Over dinosaurussen gaan sinds de negentiende eeuw veel uiteenlopende theorieën rond. Sommige zijn zo hardnekkig dat zij blijven bestaan, ook nadat nieuwe vondsten of ontdekkingen het tegendeel bewezen.

Dinosaurussen zijn de enige reptielen in Trias, Jura en Krijt

Zelfs de vliegende en zwemmende prehistorische reptielen (pterosauriërs en ichthyosauriërs) horen niet bij de dino's. En tegelijkertijd bevolkten ook andere, nog minder verwante reptielen de aarde: schildpadden ontstonden in het late Trias. National Geographic berichtte twee maanden geleden over de opgraving van een 12 meter lange krokodil uit het Krijt; in dit tijdperk leefden ook al hagedissen en ontstonden de slangen.

Alle dinosaurussen kwamen tegelijkertijd voor

De eerste dinosaurussen leefden 228 miljoen jaar geleden en 160 miljoen jaar later stierf de laatste uit. Wetenschappers schatten dat elk dinosaurusgeslacht 4 tot 8 miljoen jaar op aarde rondliep, dus liepen in het Trias heel andere dino's op aarde rond dan aan het eind van het Krijt, toen de laatste soorten uitstierven.

De Komodo-varaan is de naaste levende verwant van de dinosaurussen

De varaan die voorkomt op Komodo en een aantal andere eilanden ten oosten van Java, is met 3 meter en ruim 150 kilo de grootste en zwaarste varaan van de familie Varanidae. In totaal zijn er dertig soorten varanen; andere varanen zijn de Nijlvaraan uit Egypte en de Gould's varaan, die in Australië leeft. Met de dinosaurussen hebben de varanen weinig gemeen; ze zijn meer verwant aan de hagedissen.

De zoogdieren ontstonden pas na het uitsterven van de dinosaurussen

Hoewel het kleine dieren waren, liepen tussen de dino's wel zoogdieren rond. Ze komen voort uit een groep vierpotige gewervelde dieren die zich ruim 300 miljoen jaar geleden afscheidde van de voorlopers van de dinosaurussen. Deze groep, de Synapsida, bestond in het late Perm en het Trias uit vele leden. In de late Jura waren alleen de zoogdieren nog over. De eerste waren niet zwaarder dan 30 gram en aten insecten. Mogelijk waren het nachtdieren. Het is onwaarschijnlijk dat de zoogdieren de dinosaurussen hebben weggeconcurreerd, zoals eerder werd gedacht. Pas na het uitsterven van de grote reptielen kwamen de Mammalia tot bloei.

Brontosaurus is een soort dinosaurus

De paleontoloog O.C. Marsh gaf de naam Brontosaurus in 1879 aan een grote sauropode die was opgegraven in het binnenland van de Verenigde Staten. Hij had al meer sauropoden geclassificeerd, waaronder de Apatosaurus in 1877. Toen een andere paleontoloog, E.S. Riggs, zich vijftien jaar later nogmaals over de vondsten boog, moest hij concluderen dat Apatosaurus en Brontosaurus gelijke sauropoden waren. Omdat Brontosaurus later was benoemd, verviel zijn naam. De laatste benaming had onder het publiek echter zulke bekendheid gekregen, dat hij nog steeds in de hoofden rondwaart.

Sauropoden, de grote plantenetende dino's, leefden in het water

Mogelijk is dit idee ontstaan doordat de `uitvinder' van de dinosaurussen, de Engelse anatoom Sir Richard Owen, de door hem in 1841 ontdekte sauropode Cetiosaurus in eerste instantie aanzag voor een enorme krokodil. De zware dieren zouden op het land door hun benen zakken, dacht men. Vijftig jaar geleden echter rekende K.A. Kermack uit dat de longen van de dino's in elkaar zouden klappen onder water. Rond 1970 verdwenen de sauropoden definitief uit de moerassen na een studie waaruit bleek dat de zware poten de lichamen wel konden ondersteunen.