Leraren

Ton van Haperen schrijft terecht dat wanbeleid leraren verleidt tot sabotage (NRC Handelsblad, 11 januari). Maar dan begrijp ik niet dat hij in één zin schrijft: ,,Blijft staan dat leraren beleid niet uitvoeren en hun werk vaak slecht doen.'' Ik zou hier geschreven hebben: `Leraren die tegen wanbeleid aanlopen, doen hun werk slecht als zij dat beleid niet saboteren.'

Als ik de waardeloze toetsen uit de basisvorming de afgelopen jaren saboteerde, `legitimeerde ik mijn falen niet', zoals hij schrijft, maar toonde ik daarmee juist mijn vakbekwaamheid en uiteraard zette ik mijn leerlingen daarna betere toetsen voor. Stel dat ik een schoolleiding had wat niet het geval is die mij zou voorschrijven na een kwartier te stoppen met klassikale uitleg, dan zou ik een slechte leraar zijn als ik dat voorschrift zou opvolgen. Met `jeukende handen van directie en inspectie' heb ik dan niets te maken.

Zo'n falende schoolleiding gelooft kennelijk alle karikaturen die over docenten verzonnen zijn door de dames Ginjaar en Visser 't Hooft en lerarenopleiders. Een bekwame leraar durft drie lessen achtereen zijn mond te houden en een blokuur frontaal vol te maken, met alle varianten daartussen. Van Haperen heeft gelijk: de leraar bepaalt de keuze. Ik ben het eens met 90 procent van zijn artikel; alleen jammer dat hij met een paar zinnetjes laat blijken dat dédain niet alleen bij beleidsmakers voorkomt.