LANDSCHAP

,,Je wilt een open landschap om je dinosaurus in te plakken en wat je vindt is gras.'' Het plantje is de grootste ergernis van een medewerker van de BBC-documentaire Walking with dinosaurs: nu overal aanwezig, maar in de tijd van de dinosaurussen nog niet ontstaan. Toch ging het landschap waarin de dieren rondstapten, steeds meer lijken op de natuur die wij kennen.

De planten die in Trias, Jura en Krijt het landschap bevolkten, profiteerden van een succesvolle uitvinding: het zaad. Embryo beschermd achter een stevige wand, reservevoedsel erbij: na het ontstaan van de zaadplanten (Gymnospermen) 365 miljoen jaar geleden ontwikkelden ze zich in het Carboon snel tot een zeer diverse groep, waarvan de zaadvarens en de Cordaites (primitieve coniferen) de belangrijkste waren. Aan het eind van het Perm stierven deze soorten uit, om plaats te maken voor zaadplanten die nu nog bestaan: naaldbomen, cycassen en ginkgo's.

,,Er is geen reden om aan te nemen dat die begroeiing er erg anders bij stond dan nu'', zegt Jan Smit, paleoklimatoloog aan de Vrije Universiteit. De dinosaurussen kunnen in Trias en Jura door bossen hebben gelopen en over vlaktes met laaggroeiende planten waar verspreide bomen stonden. Naast gymnospermen waren er varens en mossen, maar wat ontbrak in deze relatief warme periodes zijn de planten die nu de natuur domineren: de bloemplanten.

Dat bood de makers van dino-films weinig opties om hun computergestuurde hoofdrolspelers in te `plakken'. Scènes uit Jurassic Park én Walking with Dinosaurs zijn beide in de sequoia-wouden van Californië opgenomen. Deze 80 meter hoge naaldbomen ontstonden in het late Trias. De BBC-documentairemakers filmden ook op plaatsen in Chili waar de apenboom, een oude naaldbomensoort, voorkomt.

De bloemplanten ontstonden in het vroege Krijt: de eerste fossiele bladeren van deze Angiospermen zijn afkomstig uit gesteente van 120 miljoen jaar oud. Iets jonger zijn de vondsten van gefossiliseerde stuifmeelkorrels en bloemen. In Nieuw Zeeland komt de flora uit deze periode nog voor. In het late Krijt, toen de dinosaurussen bijna zouden uitsterven, waren er al bomen die familie waren van de huidige eiken, populieren, noten- en vijgenbomen. Grasvelden waren er nog steeds niet: de eerste fossiele grassen zijn 45 miljoen jaar oud.