Kinderen van de draak graven vooral uit armoede

Veel fossielen van dinosaurussen worden in China opgegraven. Voor de boeren is het lucratieve handel. Wetenschappers betreuren de uitverkoop.

Het was het wonder waarop veel deskundigen al jaren hoopten: de ontbrekende schakel tussen dinosaurussen en vogels was gevonden. Het dier had de grootte van een kalkoen, met het gevederde lichaam van een vogel en de staart van een vleesetende dinosaurus: de Archaeoraptor liaoningensis. Hiermee leek de oude theorie dat vogels afstammen van vleesetende dinosaurussen eindelijk onomstotelijk bewezen.

De prestigieuze Amerikaanse National Geographic gaf de ontdekking in november 1999 een prominente plaats in het tijdschrift, maar wat bleek na enige maanden? Het ging niet om één fossiel, maar om een samenstelling uit vijf verschillende delen van fossielen. Een van de Chinese wetenschappers die betrokken waren bij het project kreeg argwaan en het bedrog bleek toen het fossiel werd onderworpen aan een test met röntgenapparatuur. Het lichaam bleek afkomstig van een vogel, de staart was bijeengeplakt uit de resten van vier verschillende dinosaurusfossielen. Het samenstelsel was gemaakt door een boer uit Liaoning en verkocht aan Chinese paleontologen, die er nietsvermoedend mee naar hun buitenlandse vakbroeders waren gestapt.

Boeren zijn nog steeds de grootste vinders van dinosaurusresten in China, een land dat een waar paradijs vormt voor onderzoek naar de uitgestorven diersoort. Er wordt niet alleen heel veel gevonden, maar er duiken de laatste jaren ook steeds weer nieuwe en onbekende soorten op. Zo verwierf de geoloog en paleontoloog prof. Ji Qiang van de Chinese Academie voor Geologie internationale faam met zijn ontdekking van de Sinosauropteryx die hij in 1996 in de provincie Liaoning kocht. De vondst verleende kracht aan de oude theorie dat vogels afstammen van dinosaurussen. Die gedachte werd meer dan een eeuw geleden geformuleerd door Thomas Henry Huxley, een tijdgenoot van Charles Darwin. De theorie kreeg een nieuwe impuls toen John Ostrom, een wetenschapper aan de Yale-universiteit in Amerika, wees op gelijkenissen in de skeletten van dinosaurussen en een vroege soort vogel. Prof. Ji vond een fossiel met sporen van wat mogelijk veren waren. In de winter van 2000 kocht hij een ander fossiel, de NGMC 91, waarbij nog duidelijker te zien zou zijn dat het ging om een gevederde dinosaurus. Ook andere Chinese wetenschappers kwamen met nieuwe, gevederde soorten naar buiten.

Niet iedereen gelooft in de theorie dat vogels afstammen van dinosaurussen. Stors Olson, curator van vogels van het Smithsonian Museum voor Natuurlijke Geschiedenis denkt dat het vooral gaat om `wishful thinking'. Ook de Chinese prof. Dong Zhiming, curator van de afdeling dinosaurussen van het Instituut voor Paleontologie in Peking, heeft zo zijn twijfels. ,,De Sinosauropteryx stamt uit een jonger tijdperk dan de eerste vogel, en wat Ji zegt dat veren zijn, is volgens mij eerder beharing. Ik geloof wel dat bepaalde dinosaurussen verwant zijn aan de eerste vogels, maar directe voorouders zijn het niet.'' De professor vermoedt dat er ook een politieke kant aan de zaak zit. ,,Als wij een voorloper van de vogel zouden vinden die ouder is dan de Duitse Archaeopteryx, dan zouden we daarmee Duitsland van zijn prominente plaats in de paleontologie verdringen. Dat soort motieven zou eigenlijk niet mee mogen spelen in iets internationaals als de wetenschap.''

In vrijwel elke Chinese provincie worden wel dinosaurusfossielen gevonden. Het Chinese woord voor dinosaurus is `enge draak', en veel Chinezen denken dat de dinosaurus verwant is aan dit fabeldier. Wetenschappers stuiten soms op verzet van boeren bij hun opgravingen, omdat Chinezen zich traditioneel beschouwen als `kinderen van de draak'. Het verstoren van de rustplaats van draken zou de fengshui van een gebied in de war kunnen brengen.

De meeste boeren hebben zich echter allang over dergelijke bezwaren heen gezet. Uit armoede en hebzucht storten ze zich massaal op het zoeken naar waardevolle fossielen. Bijzondere fossielen leveren al snel zo'n 10.000 yuan op (tegen de 1.400 euro), een kapitaal voor mensen die een dergelijk bedrag normaal nog niet in een jaar bijeen gesprokkeld krijgen. De fossielen vinden hun weg naar buitenlandse musea en verzamelaars, die voor iets bijzonders bedragen van 200.000 dollar of meer willen neertellen.

,,Veel verdwijnt er via Hongkong'', zegt prof. Dong. Aan zijn instituut is een museum verbonden, en op de begane grond staan tegenover de postkamer in een donkere betegelde ruimte een paar levensgrote groene plastic dinosaurussen te dreigen naar nieuwsgierigen. Prof. Dong zetelt aan een donkere gang op de vijfde verdieping, achter een deur waarvan het ruitje is dichtgeplakt met een kalenderplaat van twee jonge poezen. Op een grote tafel in het midden van de kamer liggen en staan kaakbeenderen, koppen en klauwen van dinosaurussen en overal aan de muur hangen ingekleurde afbeeldingen van de dieren. Om zich te beschermen tegen de winterse kou in zijn kantoor heeft Dong een jasje aan met een dinosaurus op de rug, afkomstig van het Fuikui-dinosaurusmuseum in Japan, waarvan hij adviseur is.

Dong zegt dat het vrijwel onmogelijk is de handel te stoppen, omdat er zulke hoge geldbedragen mee gemoeid zijn. ,,Ik praat er met de buitenlandse pers over omdat die handel alleen kan stoppen als buitenlandse verzamelaars ervan afzien Chinese fossielen te kopen.''

Hoe kijkt prof. Ji Qiang aan tegen de handel in fossielen? ,,Ik vind dat de handel in fossielen die van groot wetenschappelijk belang zijn, verboden moet worden. Die moeten gewoon worden overgebracht naar onderzoeksinstituten van de overheid. De minder belangrijke fossielen mogen wat mij betreft gewoon verhandeld worden.''

Volgens hem is er de laatste jaren veel verbeterd in de bescherming van het gebied in Liaoning waar zijn twee belangrijkste vondsten vandaan komen. Vroeger vielen fossielen onder het Bureau voor Archeologie, dat alles wist van de conservering van bronzen vaten, maar niets van fossielen. Ji vertelt met pijn in zijn hart over de arrestatie van een groep boeren in 1997 die fossielen hadden opgegraven en verhandeld. De fossielen werden in beslag genomen en de vindplek werd met bulldozers dichtgegooid. Dat verstoorde de structuur van de aardlagen zo grondig dat een wetenschappelijke afgraving van het gebied nu zo goed als onmogelijk is.

De wetgeving is inmiddels uitgebreid en verbeterd, en volgens prof. Ji wordt er nu minder illegaal gegraven dan eind jaren negentig het geval was. Prof. Dong is daar niet zo zeker van. ,,Ze graven er lustig op los, je zou het moeten zien. Hele heuvels worden er afgegraven. Alleen al het gebied in Liaoning beslaat honderden vierkante kilometers. Het is gewoon niet in de hand te houden. Hoe moet je zo'n gebied effectief bewaken?'' Vooral in de winter wordt er veel gegraven, want dan is er voor de boeren niets te doen op het land. Om een fossiel op te graven, vernietigen ze tientallen andere fossielen. Nu het niet meer mag, houden ze veel van hun vondsten verborgen voor de autoriteiten en verkopen ze aan internationale handelaren.

Wat voor oplossing ziet Dong? ,,Het is de boeren niet echt te verwijten. Ze zijn arm en onwetend. We moeten ze voorlichten over de gevolgen van wat ze doen. Maar alleen als de internationale handel in Chinese fossielen stopt, is er kans dat we ons erfgoed binnen onze grenzen kunnen houden.''