Je kunt een fossiel niet terugstoppen

Een groot deel van de collectie van natuurhistorische musea bestaat uit fossielen. Deze zijn niet overal te koop. Hoe komen de musea aan de versteende overblijfselen uit lang vervlogen tijden?

Grote Nederlandse musea verkrijgen de fossielen voor hun collectie over het algemeen via handelaren. Kleinere musea zoeken veelal zelf naar de resten uit de oudheid. Zo ook het Natuurhistorisch Museum Maastricht. ,,Wij verzamelen alles zelf, of krijgen fossielen geschonken'', vertelt directeur Douwe de Graaf. Via een uitgebreid netwerk van hobbyisten en wetenschappers heeft het museum een uitgebreide collectie opgebouwd. Het museum heeft zelfs een Mosasaurus gelokaliseerd, opgegraven, geprepareerd en opgezet. Dit zeereptiel is geen dinosaurus, maar leefde wel in dezelfde tijd.

Het fossiel is het pronkstuk van het museum. En terecht, het is niet alleen een bijzonder exemplaar, het heeft het museum ook een rib uit het lijf gekost. Het hele project kostte bijna een half miljoen euro. ,,Dat kun je niet ieder jaar financieren'', stelt De Graaf. Ook de risico's die gepaard gaan met de opgraving moeten niet vergeten worden.

En dat is de reden waarom veel musea hun heil zoeken bij handelaren. ,,Musea zijn staatsondernemingen. Zij hebben minder geld, zij kunnen niet het risico lopen een dinosaurus in de grond te kopen, om er bij de opgraving achter te komen dat hij niet compleet is. Als een handelaar een ingegraven fossiel koopt, ligt het risico bij de handelaar, niet bij het museum'', vertelt fossielenhandelaar Theo Henskens.

De fossielenhandel staat bekend als een riskante onderneming. Banken verlenen aan startende handelaren nul procent krediet. Toch ging Henskens dertig jaar geleden het vak in. Als bouwkundige was hij betrokken bij tunnelprojecten in Zwitserland, daar kwam hij in aanraking met geologen. Hij vond hun werk interessant en startte zelf een handeltje. Binnen een jaar bezat hij voldoende kennis om ,,mee te mogen doen''. Nu is hij een van de grootste fossielenhandelaren in Nederland.

In zijn woonplaats Oss heeft Henskens een showroom, deze is voor particulieren elke zaterdag geopend. In de showroom zijn de meest uiteenlopende fossielen te bewonderen. Zoals ammonieten, schelpen, tanden, eischalen en werveltjes van dinosaurussen. De showroom is een museum op zich. De musea met wie Henskens handel bedrijft, bezoekt hij in eigen persoon. Hij biedt er zijn handelswaar aan en neemt bestellingen op.

Na dertig jaar floreert de handel van Henskens dusdanig dat hij de financiële middelen heeft om dinosaurussen te verhandelen. Jarenlang heeft hij van elke gulden een kwartje opzij moeten zetten om dergelijke investeringen op te kunnen brengen.

Behalve op budgettaire problemen stuiten fossielenhandelaren ook op allerlei juridische problemen. Want: van wie zijn bodemschatten? Dit is een complexe vraag. In veel landen gelden bodemschatten als eigendom van de staat. ,,In Nederland bijvoorbeeld is alles wat dieper dan 30 centimeter in de grond zit van het rijk'', vertelt Henskens.

In de VS gaat dit niet op; daarom zoeken veel handelaren en geologen daar hun heil. ,,In Amerika is de grondeigenaar de eigenaar van de bodemschatten. Wie een oliebron op zijn terrein heeft, wordt oliebaron. Wie een dino in zijn achtertuin heeft liggen, kan deze verkopen'', aldus Henskens.

De Nederlandse fossielenhandelaar wordt door zijn netwerk getipt zodra er een interessant exemplaar gelokaliseerd is. ,,Dan ga ik op zoek naar een koper. Als die gevonden is, koop ik de dinosaurus terwijl hij nog in de grond zit, dan maak je er de meeste winst op. Ik heb ook wel skeletten gekocht die al uitgegraven waren, dan loop je minder risico.''

Hoewel in de VS op relatief makkelijke wijze legaal aan fossielen te komen is, zijn ook daar de nodige problemen. Zo is een groot gedeelte van het land staatseigendom. Henkens: ,,Een vriend van mij heeft jaren geleden grond gepacht met daarin een dinosaurus. Toen hij het skelet uitgroef bleek dat het gedeeltelijk op overheidsgrond lag. De sheriffs hebben de dino ingenomen, en mijn vriend heeft hem nooit meer terug gezien. Amerikaans grondgebied wordt met satellieten bewaakt, `big brother is watching'.''

In andere landen wordt de grond misschien minder goed bewaakt, maar daar is het graven naar fossielen vaak geheel verboden. In Zuid-Frankrijk bijvoorbeeld mogen fossielen niet meer naar boven worden gehaald. Ook is het opgraven van fossielen vaak aan strikte regels gebonden, waardoor de handel financieel niet meer zo aantrekkelijk is.

Henskens heeft in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam jaren geleden een poging gedaan een dinosaurus in Niger op te graven. Daar stuitte hij op veel tegenwerking van de autoriteiten. ,,Het heeft drie jaar geduurd voordat de papieren rond waren. Toen brak daar de pleuris uit, en hebben wij van de opgraving afgezien.''

Tien jaar later groef fossielenjager Paul Sereno (bekend van Discovery Channel) het desbetreffende fossiel op. Henskens kwam hem na de opgraving tegen in Canada en vroeg naar zijn problemen met de autoriteiten. Sereno antwoordde hem dat hij de problemen met behulp van een koffer met daarin 1 miljoen dollar had opgelost. Smeergeld? ,,Iedereen mag er van denken wat hij wil.''

Een gedeelte van de fossielenhandel gaat via illegale wegen. Mede daarom gaat het Natuurhistorisch Museum Maastricht niet in zee met fossielenhandelaren. ,,Het is al erg genoeg dat er überhaupt handel is, wij willen daar niet aan meewerken. De wetenschap is voor commerciële handelaren ondergeschikt aan financiën. Zij gaan niet op de goede manier met de fossielen om'', zegt directeur De Graaf.

Volgens Henk Hiddingh, directeur van het Noorder Dierenpark in Emmen, is er echter vaak wel achter te komen hoe de aangeboden fossielen bemachtigd zijn. ,,Als je de vindplaats van het fossiel kent, kun je vaak wel inschatten of de zaak in de haak is. Bij onraad moet je gewoon niet overgaan tot de koop.'' Toch kan ook Hiddingh niet garanderen dat alles in zijn collectie pluis is. ,,Wij kopen alles naar eer en geweten in, maar je kunt natuurlijk iets verkeerd beoordelen.''

Hiddingh maakt zich meer zorgen om ethische vraagstukken. ,,Opgravingen zijn altijd onomkeerbare processen. Je kunt een fossiel niet meer terugstoppen. Bovendien kun je met opgravingen het landschap aantasten. Daar moet een handelaar over nadenken. Persoonlijk koop ik het liefst fossielen in die opgegraven zijn bij activiteiten die toch al plaatsvonden, zoals bij mijngroeves.''