`Ik gééf respect'

Met harde hand saneerde premier Miguel Pourier de afgelopen jaren de Antillen. Het maakte hem geliefd in Nederland, maar kostte zijn partij waarschijnlijk stemmen bij de verkiezingen gisteren. `In een kleine gemeenschap zijn je kinderen het slachtoffer.'

De Antilliaanse premier Miguel Pourier is, zegt hij zelf, geen prototype Antilliaan. Hij werd geboren op Bonaire, maar studeerde in Nederland. ,,Ik zit tussen twee culturen en voel beide precies aan – dat is een voordeel.''

De Antilliaan, zegt Pourier, heeft aan het koloniaal verleden een soort complex overgehouden. ,,Men ziet iets al snel als een koloniaal gebrek aan respèt, aan respect, men denkt al snel als minderwaardig beschouwd te worden. Daarom streef ik naar gelijkwaardigheid binnen het koninkrijksverband, op alle fronten. Ook binnen mijn kabinet bestaat soms de neiging om achter elke actie van Nederland iets anders te zien. Ik zeg dan: ik hoef voor niemand in Nederland bevreesd te zijn. Ik heb nooit problemen met respèt gehad, want ik geef respèt. Ik kom en gedraag me. Als je neerbuigend gaat doen, geef je zelf aanleiding.''

Vandaag zullen de uitslagen bekend worden van de Statenverkiezingen die gisteren op de Antillen werden gehouden. Vaststaat al dat Miguel Archangel Pourier (63) afscheid neemt als premier. Hij vindt dat hij zijn bijdrage heeft geleverd. Sinds 1994 saneerde hij het eilandenbestuur met harde hand. Hij stootte overheidsbedrijven af, liberaliseerde de kapitaalmarkt en stuurde dertig procent van de ambtenaren naar huis. Maatregelen die hem populairder maakten bij Nederland en het IMF dan op de Antillen. Zijn Partido Antia Restrukturá zal waarschijnlijk verliezen.

Behalve voor gezonde overheidsfinanciën zette Pourier zich de afgelopen jaren in voor behoud van de staatkundige eenheid van de eilanden. Op twee daarvan bracht Pourier zijn jeugd door. ,,Ik ben geboren op Bonaire in 1938 en was drie toen we naar Curaçao gingen. Mijn vader was matroos op tankschepen van de Curaçaose petroleummaatschappij. Hij kwam maar twee keer per jaar thuis. In ieder geval altijd in december. Daarom is bij ons praktisch iedereen in september geboren.

,,We moesten naar Curaçao omdat mijn zus ziek werd en opgenomen werd in het ziekenhuis. Op Curaçao ben ik tot bewustwording gekomen. Mijn eerste indrukken zijn die van de oorlog. Van torpedo's in de haven. Aan het einde van de oorlog zijn we teruggekeerd naar Bonaire. Voor het vervolgonderwijs ging ik in 1951 weer naar Curaçao. Mijn Nederlands was nog abominabel, maar ik kon ontzettend goed rekenen. Op Curaçao merkte ik pas dat ik qua spreekvaardigheid een grote achterstand had. Ik moest hard blokken om dat weg te werken.

,,Op Curaçao zat ik samen met jongens van alle eilanden van de Nederlandse Antillen op een streng katholiek geleid internaat. Alles gebeurde er op vaste tijdstippen. Het werd geleid door de broeders van Don Bosco. Missionarissen hadden een zeer grote invloed. Ondanks die taalachterstand had ik niet veel moeite met leren. Maar door die taalachterstand veranderde ik wel van extravert in introvert. Ik durfde me niet te uiten. Ik herinner me nog goed dat een frater me zei: `Je bent zeer goed in de stof, maar je zult het nooit ver brengen. Want je uit je niet.'

,,Toen ik verder moest studeren leek het maar het beste om zoiets als leraar wiskunde te worden. Ik solliciteerde naar een beurs. Maar voor wiskunde viel ik buiten de boot. Een broeder zei: `Doe dan de opleiding voor inspecteur der belastingen, daar is veel vraag naar, doe fiscaal recht.' En dat heb ik toen gedaan.

,,Veel mensen zeiden na mijn hbs-b-opleiding: `Je ouders zijn arm, ga liever werken om ze te ondersteunen'. Maar mijn moeder heeft me gesteund. Ze zei: `Jongen, het is jouw leven, maak gebruik van alle mogelijkheden'. Ik heb ontzettend veel aan mijn moeder gehad. Ze was heel trots, maar een zeven moest een acht zijn. En een acht een negen. Ze hield me continu in de gaten. Het is jammer dat zulke begeleiding door ouders er nu bijna niet meer is. Ik had een fantastische, bijzonder strenge moeder. Zij vervulde tevens de vaderrol wanneer vader op Curaçao vertoefde.

,,Ik wil Antillianen bewust maken: je hóeft niet bij anderen het idee te creëren dat je zelf niks kunt. Dat begint bij de ouders. Ik geloof daar zeer sterk in, want mijn moeder was tot alles in staat. Een man die overal kinderen verwekt en ze niet opvoedt, die moet mij geen respèt vragen.''

Studentendispuut

Met een beurs vertrok Pourier in 1957 naar Rotterdam om belastingrecht te studeren. ,,De eerste tijd heb ik ontzettend veel heimwee gehad. De taalachterstand was er nog steeds, dat hielp ook niet.'' Daar leerde hij op de Rijks Belasting Academie een aantal latere staatssecretarissen van Financiën kennen: Henk Koning, die een zeer goede vriend gebleven is (tweemaal VVD-staatssecretaris in kabinetten-Lubbers), M. van Rooijen (KVP-staatssecretaris onder Den Uyl), en Aad Nooteboom (CDA-staatssecretaris in kabinet-Van Agt).

Dankzij nieuwe vrienden en het lidmaatschap van studentendispuut Wendelina kwam het toch goed. Pourier: ,,Mijn studententijd werd vrij en blij. Ik leerde mijzelf kennen, onder de supervisie van de broeders vandaan. De Nederlandse maatschappij werd daardoor een leerschool op alle fronten.

,,Ik was goed in sport, vooral tafeltennis, en werd gevraagd voor het pas beginnende team Xerxes uit Rotterdam. En daar kwam je weer heel andere mensen tegen. Toen ik afstudeerde was het team gepromoveerd naar de hoofdklasse. Op Curaçao teruggekeerd werd ik meteen Curaçaos kampioen.

,,Het was niet zoals de Antilliaanse studenten die tegenwoordig naar Nederland komen, en maar blijven hokken in de Antilliaanse cultuur. Vroeger was dat vooral in zo'n grote stad als Rotterdam vrijwel onmogelijk. Je vernederlandste vrijwel direct, vooral omdat je niet de gelegenheid had om tijdens je studententijd naar de Antillen terug te keren. Ik kwam in het bestuur van de studentensociëteit, waarschijnlijk omdat ik veel bier kon drinken. Ik was gezien bij de tap.

,,Racisme heb ik niet ervaren. Eerder positieve discriminatie. Er waren Surinamers, een Antilliaan was echter een bijzonderheid. Je was niet wit, maar je was ook niet helemaal zwart. Soms geneerde ik me wel een beetje: mag ik hierbij zijn om mijn capaciteiten of om mijn bijzonderheid?

,,Ik kwam naar Nederland in de vaste overtuiging dat ik terug moest – want dat was als je een beurs kreeg verplicht. Maar ik vond ook dat ik zoveel aan mijn moeder en de gemeenschap te danken had dat ik niet kón blijven. Ik was nog met mijn stage bezig toen er al een brief kwam: men wacht op je bij de Belastingdienst der Nederlandse Antillen, meld je snel. Ik vond dat vreemd, maar vond het ook wel best.

,,Toen ik terugkeerde, was er bij de belastingdienst tot mijn stomme verbazing niemand die de verantwoordelijkheid nam voor mijn terugroepen. Na zes maanden wist ik wat er allemaal anders moest. Ik werd hoofd van de douanedienst, eerst alleen van Curaçao en Bonaire, later van alle eilanden. Op mijn achtentwintigste gaf ik leiding aan 400 mensen. Op mijn dertigste werd ik waarnemend directeur van de hele Belastingdienst en op mijn drieëndertigste was ik directeur.

,,Met de toenmalige regering-Petronia had ik enorme problemen. Ik moest bijvoorbeeld een herziening van het belastingstelsel invoeren zonder dat het door de Staten was goedgekeurd. Al snel daarop viel het kabinet en velen kwamen hun geld opeisen. De morgen na de val van het kabinet heb ik tegen mijn vrouw gezegd: `We gaan terug naar Nederland.' Ik was zo over mijn toeren van dat beleid – het heeft maar een haar gescheeld. Maar in de nieuwe regering kwamen meer verantwoordelijke mensen en ik besloot toch te blijven.

,,In 1973 werd ik door een vriend benaderd met de vraag of ik voor Bonaire minister wilde worden. Na lang aarzelen – politiek was niet mijn ambitie – en op sterk aandringen van mijn collega's werd ik minister van Ontwikkelingssamenwerking in de regering-Evertsz. Die post bleef ik bekleden gedurende zes jaar. Daarnaast ben ik gedurende periodes van vier, respectievelijk zes maanden ook minister van Financiën en Economische Zaken geweest. In 1979 was ik vier maanden minister-president.

,,Zes jaar lang minister zijn met drie opgroeiende kinderen – mijn vrouw had er schoon genoeg van. Zij kon de politiek niet uitstaan. In een kleine gemeenschap zijn je kinderen ook altijd het slachtoffer. Zij werden altijd op mij aangesproken, daar hebben ze echt een trauma van. Het was ook geen leven. Ik was continu op reis: tussen de eilanden, naar Nederland. De Antillen verkeerden permanent in een soort crisissituatie.''

Eind 1979 verliet Pourier de politiek. Daarna leidde hij een tijd de ABN Bank op de Antillen. In 1992 begon hij een advieskantoor. ,,Het draaide heel goed. Ik verdiende jaarlijks tonnen – het nettosalaris van een minister is rond de 6.000 gulden per maand.''

Maar toen, eind 1993, ontstond discussie over de toekomstige staatkundige structuur van Curaçao. Er zou een referendum worden gehouden. Pourier: ,,Ik zat me wild te ergeren aan alle preken die rond dat referendum werden gehouden. Alles kreeg de aandacht – maar niet de optie om de Antillen bij elkaar te houden.

,,We hadden het erover op de tennisclub. Iemand zei: waarom gaan we niet meedoen met het referendum? `Goed idee', zei ik. Maar ik vroeg me wel af hoe ik dat nu weer uit moest leggen, thuis. Maar toen vroeg mijn vrouw: waarom doe je niet mee in plaats van je thuis te zitten opwinden?

,,We zijn toen met twaalf personen aan de slag gegaan. Ik hield me op de achtergrond, maar werd toch weer aangewezen als de trekker van de groep. Er werd besloten de Stichting Pro Antia Restrukturá op te richten. Frank Martinus Arion (de schrijver, red.) was er ook bij.

,,Bij het referendum hebben we een klinkende overwinning behaald. Bijna 75 procent van de stemmers wilde de eilanden bij elkaar houden. Toen werden we min of meer gedwongen verder te gaan. We wonnen de verkiezingen van 1994 grandioos. Acht van de veertien zetels die Curaçao in de Staten heeft.''

Corruptie

,,Wij begonnen niet alleen met de PAR in verband met het staatkundige aspect. We waren ook diep ongelukkig met het wanbeleid op alle fronten, in het bijzonder het financiële, en de corruptie die toen heerste.

,,Toen we met de saneringen begonnen, waren de protesten – vooral van de vakbonden – niet van de lucht. Soms moesten we zelfs via een omweg met de boot het regeringsgebouw bereiken. Terwijl, om een wet goedgekeurd te krijgen, Statenleden soms per helikopter naar het parlementsgebouw moesten worden vervoerd.

,,Het was in die tijd heel moeilijk om mensen bewust te maken. De mensen waren gewend geraakt aan va-banquepolitiek: protesteer, en je krijgt je zin. Terwijl de wortels van het land werden aangetast. De jaren tachtig: Sodom en Gomorra. Er was geld genoeg en iedere dag vierden we feest. Ja het ging nog goed: de offshore produceerde voor miljarden en de banken waren gul met het lenen van geld. De problemen die we nu met de pensioenfondsen hebben dateren uit die tijd: ondanks het feit dat er miljarden binnenkwamen, werd er overvloedig geleend.

,,Eigenlijk was de boedel al in 1994 failliet. En dat werd nog verergerd toen de orkanen over St. Maarten raasden. Dus ondanks allerlei maatregelen die we namen, waren we in 1998 nog lang niet klaar met saneren. Toen verloren we bij de verkiezingen de helft van onze zetels.

,,Door onze bezuinigingen en saneringsoperaties was de PAR de partij geworden waartegen iedereen vocht: politiek, vakbonden en het bedrijfsleven. We zijn nog steeds een onafhankelijke partij en op kleine eilanden is dan al snel het gevolg dat je over de hele linie vijanden hebt. Ik heb gezien hoe de eilanden een ontzettende bestuurlijke chaos kunnen creëren.

,,Vele mensen in de onderklasse kregen het door de saneringsoperatie heel moeilijk en hadden moeite met de partij. Ondanks het feit dat een sociaal vangnet, deels gefinancierd door Nederland, werd opgezet om de grootste sociale noden te verlichten. En een apart fonds, de SOFNA, met Antilliaans geld werd opgericht, dat zich vooral richtte op kleine voorzieningen, zoals huisreparaties bij minderbedeelden.

,,Dat er in de onderklasse minder begrip was is te betreuren. Juist die onderklasse zou op de lange duur meer van de saneringen profiteren door beter onderwijs, gezondheidszorg en een gezonde economie.''

,,Het minderwaardigheidsgevoel zal wel voortwoekeren, maar ik zie ook grenzen wegvallen. Er zijn honderdduizend Antillianen in Nederland, steeds meer komen vernederlandst terug. We zitten nu aan het einde van een kabinetsperiode die in november 1999 begon. Voor die tijd heeft het kabinet in een andere samenstelling gedurende anderhalf jaar geprobeerd een andere koers te varen. Het werd een grandioze mislukking.

,,Gedurende de lopende kabinetsperiode zijn veel obstakels opgeruimd, die een gezonde ontwikkeling van de Nederlandse Antillen in de weg stonden. Er heerst zowel bij lokale als buitenlandse investeerders weer vertrouwen in de toekomst van het land. Hoewel er nog veel te doen valt, is de negatieve trend die er heerste in ieder geval in positieve zin omgebogen.''

,,De begroting is in evenwicht en in 2003 is het tekort hopelijk nul. De Antilliaanse gulden is kei- en keihard. Ik weet niet wie er na mij premier wordt. Maar ik hoop van harte dat er géén opvolger komt die alles wat de PAR in acht jaar heeft opgebouwd weer kapotmaakt.''