IJS OP ZUIDPOOL WORDT STEEDS DIKKER DOOR STOKKENDE IJSSTROMEN

Er zijn sterke aanwijzingen dat de ijskap op het westelijk deel van Antarctica (de West Antarctic Ice Sheet, WAIS) aangroeit. Er wordt daar de laatste jaren jaarlijks ongeveer 25 procent meer ijs opgehoopt dan wordt afgevoerd naar de Ross Zee door de zeven `ijsstromen' die het gebied draineren. Ook zijn er aanwijzingen dat deze ijsstromen steeds minder snel stromen. De kans dat er in de komende eeuwen een catastrofale `collaps' van de westelijke ijskap zal optreden lijkt daardoor nog kleiner dan hij al leek. Het aangroeien van de ijsmassa op de zuidpool kan in heel geringe mate compenseren voor de stijging van de zeespiegel die het gevolg is van broeikas-opwarming.

Ian Joughin en Slawek Tulaczyk van het Jet Propulsion Laboratory en de Universiteit van Californië (Santa Cruz) berichten dit in Science (18 januari). Hun waarneming staat haaks op eerder onderzoek aan de ijsstromen door Shabtaie en Bentley (1987) die aannamen dat de ijskap op de zuidpool dunner werd. Hun metingen waren nog zeer onvolledig.

In het nieuwe onderzoek is de snelheid van het stromend ijs afgeleid uit interferentiepatronen tussen verschillende radaropnames van de zuidpool die vanuit een satelliet werden gemaakt (techniek: Science, 3 december 1993). Dit blijkt een zeer gevoelige methode waarmee grote gebieden in zeer korte tijd op het voorkomen van bewegingen kunnen worden onderzocht. De onderzoekers vergeleken de door hen berekende ijsafvoer met de door anderen in 1999 en 2000 geschatte ijsophoping en ontdekten dat er naar verhouding te weinig ijs wegstroomt. De ijskap wordt dus eerder dikker dan dunner. Een vergelijking met eerdere schattingen van Shabtaie en Bentley maakt aannemelijk dat de ijsstromen A, B1 en B2 steeds langzamer gaan lopen. IJsstroom C kwam al 150 jaar geleden geheel tot stilstand.

In het artikel wordt het afremmen van de ijsstromen niet gekoppeld aan enigerlei klimaatverandering. Eerder ziet men het als een reactie op de laatste ijstijd. De zuidpoolkap is sinds die ijstijd enorm ingekrompen en aan dat krimpen zou nu een einde komen. Men stelt zich, speculerend, een ritmisch verschijnsel voor: doordat de ijskap in de afgelopen millennia zoveel dunner werd is de onderzijde van de ijsmassa sterk in temperatuur gedaald (de koeling vindt immers aan de bovenkant plaats) en nu begint het ijs aan de ondergrond vast te vriezen. Wordt de ijskap weer dikker dan kan het omgekeerde gebeuren.

Ten slotte komen de onderzoekers met een nieuwe catastrofe-theorie: als de ijsstromen steeds trager gaan stromen moet dat van lieverlee ten koste gaan van omvang en dikte van de enorme drijvende ijsplaat (de Ross Ice Shelf) waar ze op uitmonden. Als die plaat uiteindelijk geheel verdwijnt zal een reusachtig gebied vrijkomen waar op grote schaal zeeijs ontstaat. Bij het bevriezen van zeewater wordt veel zout uitgestoten. Dat verhoogt de dichtheid van het water dat daardoor weer makkelijker zinkt. Een en ander kan van grote invloed zijn op het wereldomspannende patroon van oceaanstromingen. Ook de Golfstroom kan er door worden aangetast.