Hoge nood

Het pakket noodmaatregelen tegen het cellentekort op Schiphol belichaamt, hoe men het wendt of keert, een nederlaag voor minister Korthals (Justitie). Dat geldt los van de vraag hoe het volgende week politiek met hem afloopt in de Tweede Kamer. Als Kamerlid was Korthals ooit een uitgesproken voorstander van ,,vergaande noodmaatregelen'', zoals twee gedetineerden in één cel en de inzet van gevangenisboten. Inzet van het leger had hij zelfs toen niet bedacht.

Als minister kwam Korthals tot het verstandige inzicht dat paardenmiddelen op de lange duur onze strafrechtspleging meer kwaad dan goed doen. Dat is het aardige van zijn ministerschap. Korthals is een geverseerd politicus, maar heeft zich daar als verantwoordelijk bewindspersoon niet door laten meeslepen. Toch wil hij nu gedetineerden groepsgewijs opsluiten in kazernes.

De kwestie van de bolletjesslikkers op Schiphol loopt gevaar te worden verabsoluteerd. Zeker nadat de minister-president haar vorige week zo ongeveer tot maatstaf van onze hele rechtsorde verklaarde. Zijn ferme taal was niet in de laatste plaats bedoeld voor de Antillen, een belangrijke bron van risico's. Maar het is de vraag of deze nuance wel goed is overgekomen. Op Schiphol is de geloofwaardigheid van de Nederlandse justitie in het geding, maar dat rechtvaardigt nog geen oeverloze `war on drugs'.

Het is nu al de tweede maal binnen korte tijd dat Korthals meer weggeeft dan hij wellicht zelf zou willen. Na de rel over de schikking met de bouwers van de Schipholspoortunnel heeft hij de politiek te dicht op het openbaar ministerie gebonden. Hij moest niet alleen de Kamer beloven dat hij beter geïnformeerd zou worden over hoge of gevoelige schikkingen – wat volstrekt redelijk is – maar hij verbond daaraan de eis van voorafgaande ministeriële toestemming in het concrete geval, met zelfs een inlichtingenplicht aan de Kamer. Dat is een onnodige uitnodiging voor politieke bemoeienis met wat een magistratelijke beslissing behoort te zijn.

Het noodpakket voor het gevangeniswezen heeft de vorm gekregen van een noodwet. Een dergelijk instrument is per definitie toegespitst op een bijzondere crisis, zoals Schiphol, en in de tijd begrensd zodat de schadelijke uitwerking op het hele gevangenissysteem hopelijk beperkt blijft. Maar dan zijn wel structurele voorzieningen nodig, zoals een betere buffercapaciteit.