Hockeybond groeit opnieuw

Het ledenbestand van de Nederlandse hockeybond (KNHB) is het afgelopen jaar opnieuw gegroeid, van 137.118 naar 146.858 leden. Dat maakt het bestuur van de bond vandaag bekend tijdens het vierde Nationaal Hockeycongres in Utrecht.

De forse groei (7,1 procent) is deels te verklaren door de opname in het ledenbestand van de niet-clubgebonden bedrijfshockeyers. Die groep (3.496 mensen) was tot voor kort geen KNHB-lid, maar speelt hun maandagavondcompetitie sinds vorig jaar onder de vlag van de bond. Behalve de bedrijfshockeyers is ook het gehandicaptenhockey (234 mensen) meegerekend.

Terwijl de afname bij de senioren tot staan lijkt te zijn gebracht, is bij de jeugd sprake van een toename, met name bij meisjes in de leeftijd van tien en elf jaar: van 8.290 (2001) naar 9.042 (2002). Volgens bondsdirecteur J. Wakkie is die groei het gevolg van onder meer het jeugdbeleid dat de bond introduceerde ten tijde van de WK hockey, vier jaar geleden in Utrecht, en de start, vorig jaar, van het schoolhockey-project.

Opvallend is verder de instroom in de leeftijdscategorie veertien en vijftien jaar, een groei van 703 leden. Wakkie: ,,Dat zijn overwegend jongens en meisjes van wie de ouders niet gehockeyd hebben, zo blijkt en die op relatief late leeftijd toch voor hockey kiezen. Of omdat de ouders het een veilige tak van sport vinden, ofwel omdat ze het zelf zo gezellig vinden. Daaruit blijkt dat onze aanpak van `het clubhuis als je tweede huis' aanslaat.''

De bond mikt op een ledenaantal van 175.000 in 2010. Winst denkt het bestuur de komende jaren te behalen door onder meer grote en middelgrote clubs aan te zetten tot professionalisering en `klantgerichte uitbreiding', in de vorm van onder meer naschoolse opvang en huiswerkbegeleiding.