`Hij heeft ze gemaakt, hij moet betalen'

Wel de maagverkleining van zijn nieuwe vriendin betalen, maar niet de alimentatie voor zijn kinderen. En geen instantie die er wat tegen doet. ,,Mijn man zat zogenaamd spoorloos in het buitenland. Maar hij woonde gewoon bij zijn vriendin in Kerkrade. Voor de deur stond zijn werkbus met telefoonnummer. En dan kunnen ze hem voor de alimentatie niet vinden, jaja. Toen het wel kon, was het te laat. Collega-deurwaarders waren al langs geweest.''

Mevrouw Meurders scheidde in de zomer van 1992 van haar man. De rechter veroordeelde haar ex-man tot het betalen van alimentatie. Dat heeft hij altijd geweigerd. Op dit moment heeft Meurders 8.296 euro kinderalimentatie van hem tegoed.

Meurders heeft van haar ex-man twee zonen van twaalf en veertien jaar. Zelf heeft ze een WAO-uitkering (iets meer dan 850 euro per maand). Haar jongste zoon is licht verstandelijk gehandicapt en dat kost volgens haar ,,gigantisch veel extra geld''. ,,Hij valt continu zijn kleren kapot. Hij moet naar speciale clubs. Hij kan nooit alleen blijven, er moet altijd een oppas voor hem zijn. Ik heb dat geld echt nodig.''

Meurders alimentatieleed begint drie jaar na haar scheiding. De eerste jaren leefde ze van een bijstandsuitkering. Toen was het de gemeente Uden die de alimentatie op haar ex-man moest verhalen. Maar toen ze in 1996 hertrouwde, kwam ze uit de bijstand en had zij dus zelf recht op de alimentatie. Omdat haar ex nog nooit had betaald, had de gemeente Uden al het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) ingeschakeld. Het LBIO heeft wettelijk de taak om alimentatie te innen als er een betalingsachterstand is van een maand.

In maart 1995 stuurt het LBIO een brief naar het bedrijf waar Meurders ex als loodgieter werkt: de werkgever moet elke maand 225 gulden inhouden op het salaris van de man. Al met al duurt het zeven maanden voordat dat ook gebeurt. Meurders: ,,En ik intussen maar bellen, bellen, bellen. Maar of ze snauwen je af, of ze registreren het gesprek niet.''

Ruim drie jaar later (september 1998) laat de werkgever per brief weten dat de ex-man niet langer bij het bedrijf werkt. Het duurt dan drie maanden voordat het LBIO op zoek gaat naar nieuwe mogelijkheden om de alimentatie te verhalen. In december blijkt dan dat de ex-man al enige tijd een WAO-uitkering van het GAK ontvangt. Het GAK zal de uitkering korten, maar benadrukt in een brief dat de inhoudingen niet hoog zullen zijn ,,gezien de minimale uitkering'' van de ex-man. ,,Maar mijn man heeft altijd geld verdiend als water'', zegt Meurders. ,,Hij is een echte vakman. Iedereen weet: een goede loodgieter zit nooit zonder werk.''

Een maand later schrijft het GAK aan het LBIO dat ,,ze genoodzaakt zijn de betalingen (...) stop te zetten''. Ze hebben namelijk ook een beslaglegging van de Belastingdienst ontvangen en de Belastingdienst gaat nu eenmaal voor de kinderen van Meurders. Als het GAK in oktober 1999 laat weten dat de uitkering van Meurders' ex-man is stopgezet, duurt het dit keer ruim zeven maanden voordat het LBIO op zoek gaat naar nieuwe manieren om de alimentatie los te krijgen. ,,Terwijl ik al vier maanden eerder had laten weten dat mijn ex-man een eigen zaak in Kerkrade had'', zegt Meurders.

In de zomer van 2000 schakelt het LBIO dan de deurwaarder in. Vier maanden later informeren ze eens hoe het ermee staat. ,,De centjes waren toen al naar andere schuldeisers gegaan'', zegt mevrouw Meurders. ,,Als alles een beetje vlotter was gegaan, was die collega-deurwaarder niet eerst geweest.''

Meurders besluit een klacht bij de Nationale ombudsman in te dienen. De ombudsman concludeert na onderzoek dat het LBIO ,,onvoldoende voortvarend is geweest'' en ,,onvoldoende toezicht heeft gehouden op de werkzaamheden van de deurwaarder''. Het LBIO liet in een reactie aan de Ombudsman het volgende weten: ,,De inhoud van het dossier leert mij dat mijn bureau het dossier voortvarend behandeld heeft''. Maar nu de directie van het LBIO het dossier desgevraagd nog eens heeft doorgelezen, moet volgens een woordvoerder toch gezegd ,,dat die opmerking niet staande kan worden gehouden''. De advocaat van Meurders heeft het LBIO inmiddels aansprakelijk gesteld en dreigt met een rechtszaak.

Tot slot een navrant detail: Meurders' oudste zoon verbleef vorig jaar negen maanden in een zorginternaat omdat hij aan een jeugddepressie leed. Toen Meurders de eerste rekening voor de maandelijkse ouderbijdrage (216 gulden) kreeg, dacht ze dat ze spoken zag. Afzender: het LBIO. Het LBIO bleek ook de instantie te zijn die de ouderbijdrages voor de jeugdhulpverlening int. ,,Maar als jullie mijn alimentatie niet innen, kan ik die ouderbijdrage niet betalen'', liet Meurders hen weten. ,,Jullie moeten het maar met elkaar verrekenen.'' Ze kreeg een kort briefje terug: de ouderbijdrage kon niet met lopende zaken worden verrekend. Punt. Als ze niet zou betalen zou het LBIO beslag laten leggen op haar uitkering. Meurders heeft haar zoon toen maar weer naar huis gehaald.