Heel veel partijen en toch geen democratie

In naam is Zimbabwe een meerpartijendemocratie. Maar dat heeft het volk niet behoed voor chaos en politiek geweld. Tien jaar meerpartijensysteem heeft in Afrika nauwelijks vooruitgang gebracht.

Journalisten in het ministaatje Gambia hebben hun vakbroeders in de wereld opgeroepen met kracht te protesteren tegen de draconische perswetten die in Zimbabwe op stapel staan. Zij vrezen voor de gevolgen in hun eigen land. De gebeurtenissen in Zimbabwe werpen een donkere schaduw over het hele continent. De vooruitgang die in de afgelopen tien jaar is geboekt in de strijd voor meer democratisering en meer burgerlijke vrijheden in Afrika, komt in gevaar.

Wanneer een oude rot in het vak als Robert Mugabe in staat is tegen de wil van zijn onderdanen en tegen de wens van de regio en westerse grootmachten in de onderdrukking tot zulke hoogten op te voeren, is er in Afrika weer hoop voor ouderwetse dictatoren. Niet alleen in Zimbabwe staan de nieuwe vrijheden van beginjaren negentig onder druk. In Zambia belazerde de regeringspartij MMD de kiezers door te frauderen met de uitslag en riep de kandidaat van regeringspartij MMD, Levy Mwanawasa, zich tot winnaar uit. In Guinee bedroog president Lasana Conté zijn landgenoten door te knoeien met een referendum waardoor hij aan de macht kan blijven. En in Kenia sjoemelen de politici met grondwetswijzigingen die de kliek rond de dit jaar aftredende president Moi in het zadel zullen houden.

Na het einde van de Koude Oorlog maakte Afrika beginjaren negentig `een tweede bevrijding' door. Een golf van protest spoelde over het continent en dwong de meeste regeringen het meerpartijensysteem in te voeren, onder luide aanmoediging van westerse donoren. Bij afwezigheid van oppositie, zonder effectieve controle door een actief parlement en als gevolg van een zwakke, gebreidelde pers, had Afrika's politieke klasse zich sinds de onafhankelijkheid aan het begin van de jaren zestig kunnen ontwikkelen tot een zelfingenomen en hebzuchtige elite. Bij de burgers verspeelden de machthebbers vrijwel ieder krediet, Afrika was politiek `failliet'. Toen de economieën door wanbeleid ook nog bankroet gingen, heette Afrika eindjaren tachtig opeens `het verloren continent'. Invoering van de politieke pluriformiteit moest het keerpunt vormen. Vrijheden en het open debat zouden opbloeien. Afrika zou weer voorwaarts gaan.

Het resultaat na tien jaar valt zwaar tegen. Weliswaar is het meerpartijensysteem inmiddels wijdverbreid en staat het nauwelijks ter discussie. Alternatieve modellen zoals het geenpartijensysteem in Oeganda, zijn vrijwel nergens van de grond gekomen. ,,Het meerpartijenstelsel is de enige weg voorwaarts voor Afrika'', besloten de Afrikaanse staten enkele jaren geleden op een topconferentie in Botswana.

Maar wat bleef, zijn de arrogantie van de macht, de corruptie, de onderdrukking, de slechte leiders en de vaak autoritaire stamculturen waarbij stamhoofden uitmaken op wie hun onderdanen stemmen. Aan die uitwassen heeft de politieke pluriformiteit geen einde gemaakt. Wat de crisis van de eenpartijstaat leek te zijn, blijkt de crisis van de Afrikaanse staat in het algemeen.

In veel Afrikaanse landen is het meerpartijensysteem niet meer dan een facade. Van een evenwicht tussen wetgevende, uitvoerende en juridische macht is geen sprake. De grondwet gunt de president vrijwel onbeperkte bevoegdheden. Het staatsapparaat wordt ingezet om de regeringspartij aan de macht te houden en de oppositie op onoverbrugbare afstand te zetten. En journalisten moeten niet te kritisch doen. Net zoals in de tijd van het eenpartijsysteem laten politici de macht nooit vrijwillig los.

De Beweging voor Meerpartijendemocratie (MMD) van Zambia nam ruim tien jaar geleden het voortouw bij de `tweede bevrijding' van Afrika. Inmiddels behoort ze tot de meest arrogante, corrupte en aan de macht verslaafde partijen van Afrika. Direct na de machtsovername in 1991 begon president Chiluba zich te gedragen als een Afrikaanse stamhoofd die geen tegenstand duldde. Hij toonde geen tolerantie en geen bereidheid om te macht te delen met de politieke oppositie. Het Zambiaanse experiment is mislukt.

Winner takes all, geldt in de Afrikaanse politiek. De winnaar trekt aan alle touwtjes. De verliezer wordt met lege handen de wildernis ingestuurd. De staatsstructuren zijn weliswaar zwak maar daarom niet minder begerenswaardig voor ambitieuze politici. Een prominente plaats in de politiek is vaak de enige manier om geld te verdienen en goed zaken te doen.

President Robert Mugabe van Zimbabwe treedt veel grover op dan zijn collega's in Zambia en veel andere Afrikaanse staten. Hij eist niet alleen de loyaliteit voor zijn partij en van alle staatsinstellingen zoals politie, leger en rechters. Hij heeft zich ook de nationale geschiedenis en cultuur toegeëigend. Hij treedt op als god die bepaalt wat moreel goed is en slecht. Daarom kan zijn legerleider schaamteloos verklaren dat in Zimbabwe alleen politici kunnenheersen die hebben deelgenomen aan de bevrijdingsstrijd tegen de blanke kolonisten, kortom alleen iemand uit Mugabes coterie.

Zimbabwe vormt het meest angstaanjagende perspectief voor Afrika's fragiele democratieën. Hij heeft de veiligheidsdiensten van zijn land plus stoottroepen van zijn partij ingezet om alles te elimineren wat riekt naar oppositie. Behendig speelt hij in op de immer sudderende antiwesterse sentimenten in Afrika, waardoor kritische opmerkingen uit Brussel, Londen of Washington altijd kunnen worden afgedaan als neokolonialistische chantage. Sancties van deze westerse machten zullen daarom niet gemakkelijk tot een katalysator worden van Afrikaans verzet.

De uitslag van de verkiezingen in Zimbabwe is al beklonken en een boze buitenwereld kan daar weinig meer aan doen. Mugabe heeft niet veel te vrezen van het Westen. Twee keer achter elkaar won de oppositie in Zanzibar de verkiezingen en stal de regeringspartij de overwinning. Maar de westerse donoren legden zich neer bij de fraude neer en bleven de centrale regering van Tanzania steunen. In Zambia verklaren westerse diplomaten dat president Mwanawasa weliswaar niet legitiem is maar wel legaal en dus erkend zal worden. Erg principieel zijn de westerse donoren dus niet.

Afrikaanse oppositiepartijen hebben het falen van het meerpartijensysteem ook voor een groot deel aan zichzelf te wijten. Ze blijven hopeloos verdeeld. Wanneer de oppositie in Afrika zich zou kunnen verenigen, zouden arrogante politici minder ruimte hebben. Maar ook de oppositie is louter uit op macht en wil geen afspraken maken over een deling van die macht, ook niet als dat de kansen vergroot om de regeringspartij te verslaan. Coalitieregeringen komen in Afrika vrijwel niet voor. Zo laten ook de oppositionele politici hun Afrikaanse kiezers steeds weer in de kou staan.

Als er in Afrika al hoop is voor de democratie, moet die worden ontleend aan het groeiend politiek bewustzijn van de kiezer. Weliswaar geeft hij zijn stem vaak nog steeds aan de kandidaat die bier en lendendoeken uitdeelt. Maar hij lijkt zich de afgelopen tien jaar meer te hebben ontwikkeld dan de Afrikaanse politicus. Van de elf oppositiekandidaten in Zambia deed Anderson Mazoka het tot ieders verrassing het beste. Hij is een saaie spreker en had weinig geld voor zijn campagne. Maar hij had een sterk politiek programma en was de enige die nooit met Chiluba en de MMD had samengewerkt. De kiezer maakte een welbewuste keuze: hij wilde af van de machtswellustige politici en stemde voor nieuw bloed. Die keuze werd hem ontstolen.