Flexibel en rigide

Ben je al te flexibel, dan ben je iemand die met alle winden mee waait, iemand ook zonder ruggengraat die buigt bij het minste zuchtje tegenwind. Jan Stavast wordt gewaardeerd vanwege zijn doorzettingsvermogen en vasthoudenheid. Hem krijg je er niet zomaar onder. Maar als Jan te ver doorslaat, is hij rigide, graaft hij zich in, in stellingen die hij, eens betrokken, nooit meer zal verlaten. Jan wordt een querulant of een zonderling die niet in de gaten heeft dat de tijden zijn veranderd.

Al te gemakkelijk buigen voor de waan van de dag, of juist rigide vasthouden aan eens betrokken stellingen, daarin ligt de oorzaak van veel beleid waarvan inmiddels duidelijk is dat de gevolgen ervan rampzalig zijn. Probleem is alleen dat in de politiek die verschillende rollen van extreme buigzaamheid en die van doorgeschoten Jan Stavast afwisselend door de zelfde personen of instanties worden vervuld.

Universiteitsbobo's drongen er een jaar of tien geleden op aan dat Ritzen de vwo-opleiding zou verzwaren en de vakkenpakketten zou verbreden om deze beter te laten aansluiten bij bepaalde studierichtingen. Want daar lag de oorzaak van het afhaken van veel studenten. De wind waaide op dat moment uit de nieuw-flinkse hoek. Politici, Ritzen voorop, vonden dat dus wel een goede gedachte: er moest maar eens gewerkt worden. Universiteiten kregen hun zin. Nu lichten ze de hand met de pakketeisen waar ze indertijd zelf op aandrongen en ook dat verzwaren is niet zo nodig, want dat levert achteraf gezien alleen maar minder studenten op. Nergens hoor je excuses, sorry, was niet nodig.

De laatste jaren zijn talloze activiteiten ondernomen om het leraarsberoep aantrekkelijk te maken, maar ik heb nooit mogen vernemen dat de aanstichters van de ellende daar achteraf de verantwoordelijkheid voor namen. Enkele scherpe kantjes van de salarishervormingen uit de jaren tachtig werden later weggevijld en door bonden en politici, de aanstichters van al het kwaad, trots gepresenteerd als successen.

Dat het studiehuis op veel plaatsen zorgt voor rampspoed wordt geweten aan de leraren die niet bereid zijn om mee te werken. Maar dat is natuurlijk, in de taal van de politici, wel erg kort door de bocht. Leraren zijn niet beter of slechter dan u of ik of welke andere beroepsgroep dan ook. Zij willen als ieder ander ook het liefst werken in een organisatie die naar behoren functioneert. De oorzaak ligt bij het rigoureuze breken met de traditie, het rigide alles-moet-anderssyndroom van politici en bestuurders die plotseling het licht hebben gezien.

Inmiddels schijnt 10 procent van de basisscholen het zonder directeur te moeten stellen. Nog maar een paar jaar geleden sloten politici en beleidsmedewerkers mannen uit van het directeurschap. Noch politici, noch beleidsmedewerkers, noch bonden hoor je er meer over. Niemand die zich hardop afvraagt met die politiek te hebben bijgedragen aan het gebrek aan belangstelling voor het onderwijs. Toen een tijdje geleden Amsterdam Zuid-Oost een gemeentesecretaris wilde uit de etnische minderheden, leidde dat tot hevige protesten: daar werd gediscrimineerd. Wat het bestuur van de deelraad niet mocht, deed het onderwijs al jaar en dag. Deed, want het kan al lang niet meer, voor de baan van directeur is niemand, zelfs geen man, meer te vinden.

Alle energie en aandacht in het onderwijs wordt verdaan met het ongedaan maken van gedachteloos, modieus, met-alle-winden-meewaaierig beleid. Triest, maar niet verwonderlijk dat veel leraren een houding aannemen van: het zal mijn tijd wel duren.

prick@nrc.nl