De Velociraptor stelt kinderen teleur

New York heeft de grootste dinocollectie ter wereld. Een portret van het American Museum of Natural History. `Kijk, dit is geweldig.'

Meteen al in de statige ontvangsthal van het American Museum of Natural History in New York stuit de bezoeker op drie gigantische dinosaurussen. Ze beelden een scene uit die zich 140 miljoen jaar geleden zou kunnen hebben afgespeeld. Een moeder-Barosaurus gaat op haar achterpoten staan om haar jong te verdedigen tegen een aanval van een bloeddorstige Allosaurus. ,,Verzin zelf maar hoe het afliep'', staat er op een bordje bij.

Bovenstaand tafereel, in 1991 gebouwd met behulp van fossielen die begin vorige eeuw waren gevonden in de staat Utah, is een van de spectaculairste onderdelen van de dinocollectie van het museum, de grootste ter wereld. Op de vierde verdieping, die is gewijd aan de evolutie van de gewervelde dieren, zijn in twee hallen meer dan honderd dino's tentoongesteld die voor 85 procent echt zijn dat wil zeggen, gebouwd met behulp van fossielen, in plaats van nagebouwd met behulp van een model. In depot worden nog eens duizenden fossielen van dinosaurussen bewaard. Het gros daarvan is bijeengesprokkeld bij opgravingen in Utah, Wyoming, Montana, New Mexico en Texas begin vorige eeuw door de onvermoeibare dinojager Barnum Brown.

Het ruim honderddertig jaar oude museum heeft zijn dinohallen in 1996 voor tientallen miljoenen dollars gerenoveerd. De zalen zijn overzichterlijker en de mufheid is weg. Nieuwe paleontologische inzichten zijn zoveel mogelijk in de tentoonstelling verwerkt. Zo is het skelet van de planteneter Apatosaurus (voorheen Brontosaurus), de allereerste (1905) tentoongestelde dinosaurus, helemaal gedemonteerd en ietsjes anders in elkaar gezet. Zijn staart is zeven meter verlengd. De Flintstones zouden er nu nog langer over doen om van zijn wervelkolom af te glijden.

Aan de afschrikwekkende Tyrannosaurus Rex absoluut favoriet bij Amerikaanse jongetjes tussen de drie en zeven in dezelfde hal is ook gesleuteld. Vroeger werd deze dinosuarus altijd afgebeeld met zijn staart op de grond, alsof hij die gebruikte als derde (eigenlijk vijfde) poot. Denk aan de beroemde filmscène waarin King Kong vecht met een T. Rex. Maar nu staat hij in aanvalspositie, met zijn kop en nek vooruit, en met zijn staart omhoog, als tegenwicht. Zijn twee voorpootjes, die geen functie hebben, hangen er nog steeds een beetje sneu bij.

De horizontale in plaats van verticale ruggengraat van de dino's weerspiegelt de vigerende wetenschappelijke theorie die stelt dat ze hun staarten niet over de grond sleepten. Daarvoor ontbreken namelijk de fossiele aanwijzingen rondom hun voetsporen. Filmmaker Steven Spielberg, van kinds af aan een van de grootste fans van het museum hij woont nog steeds om de hoek heeft met deze kennis zijn voordeel gedaan.

,,Kinderen die Jurassic Park hebben gezien komen altijd heel opgewonden vragen waar de Velociraptor is'', zegt Allan Orenge, een 64-jarige amateurpaleontoloog en Henry Kissinger-lookalike die als Fossil Explainer informatie verschaft aan bezoekers. ,,Als ik hem dan aanwijs, zijn ze licht teleurgesteld.'' De Velociraptors uit Jurassic Park lijken vele malen groter dan het tentoongestelde exemplaar, opgegraven bij de beroemde vindplaats Flaming Cliffs in Mongolië. Orenge: ,,Spielbergraptor zou een betere naam zijn.''

Een noviteit in de dinohallen is de Deinonychus (voorheen Daptosaurus), een ranke, intelligente carnivoor met lange armen en enorm sterke klauwen. Het is de enige reconstructie ter wereld waarin Deinonychus-fossielen zijn verwerkt. Die waren al gevonden in 1931 in Montana, maar het duurde tot 1995 voordat wetenschappers in staat waren de puzzel af te maken. De Deinonychus heeft een belangrijke rol gespeeld bij het bewijs voor de door sommigen geponeerde stelling dat vogels een subgroep zijn van drietenige dinosaurussen.

,,Bij traditionele dinotentoonstellingen worden alle beesten uit het depot gehaald, gelabeld, chronologisch gerangschikt en dat is het dan'', zegt conservator en paleontoloog Mark Norell (44), met enig dedain, in zijn sprookjesachtige kantoor in een van de torens van het museum, waar onophoudelijk Frank Zappa klinkt. ,,Mij kan chronologie niet zoveel schelen. Ik vind verwantschappen interessanter.''

De dinohallen zijn ingedeeld naar een cladogram (een soort stamboom van uiterlijke kenmerken). Bij elke vertakking leert de bezoeker wat de ene groep dino's, bijvoorbeeld de drietenige Theropods, onderscheidt van de Tetanurans, namelijk een drievingerige hand. Gaandeweg kom je heel wat te weten over vreemde gaten en bobbels in schedels, polsen en heupen.

De collectie van het museum wordt nog steeds uitgebreid. In 1990, na het einde van de Koude Oorlog, kon het museum opnieuw paleontologische expedities ondernemen naar de Gobiwoestijn in Mongolië, een fossielrijk gebied dat begin vorige eeuw is blootgelegd door de befaamde Amerikaanse paleontoloog en avonturier Roy Chapman Andrews.

In Ukhaa Tolgod, in het westen van de Gobiwoestijn, groef Norell voor het eerst fossielen op van dino's die broedden op eieren in nesten. Van de Oviraptor (letterlijk eierdief) werd altijd aangenomen dat die zich tegoed deed aan de dino-eieren van bijvoorbeeld de Protoceratops, maar Norell's onderzoek wees uit dat de Oviraptor juist zijn eigen eieren uitbroedde. Deze fossielen zijn eigendom van de Mongolen en worden alleen in bruikleen gegeven.

,,Kijk, dit is geweldig.'' Norell loopt naar een ladenkast in zijn kantoor en trekt er een volmaakt fossiel van een kleine gevederde dinosaurus uit, waarschijnlijk een Sinornithosaurus, honderdertig miljoen jaar oud. De indruk van de veertjes is duidelijk te zien. Het is Norells laatste vondst, gedaan in het Liaoning-district in China, met de hulp van drie Chinese collega's. In april publiceerden ze erover in Nature. Het fossiel zal binnenkort te zien zijn in het Natural History Museum in Londen.

Hoewel honderden (school)kinderen de dinohallen dagelijks bestormen, probeert het museum toch niet te veel toe te geven aan een ludieke aanpak van het onderwerp. ,,Het mag geen speeltuin worden'', meent Norell. ,,Van edutainment moet ik niets hebben. De wetenschappelijke benadering staat voorop. Mensen die allergisch zijn voor wetenschap proberen we een esthetische ervaring mee te geven.''

Soms is de presentatie van de dinofossielen tegendraads, kennelijk om de bezoeker aan het denken te zetten. Zo wordt bij de Stegosaurus, de bekende dino met de rechtopstaande panelen op zijn rug, pas op het allerlaatst antwoord gegeven op de prangende vraag waar die panelen voor dienen (antwoord: weten we niet, misschien regelen ze de temperatuur van het bloed, misschien dienen ze als pantser, of als versiering).

Vergeefs zoek je in het museum naar een computeranimatie van twee dino's die elkaar op luidruchtige wijze te lijf gaan, of eentje die met zijn lange nek naar de top van een boom reikt. Daarvoor moet je naar de videotheek.

The American Museum of Natural History heeft een uitgebreide website, te vinden op www.amnh.org